Het Boek

Psalmen 63

1Een psalm van David, die hij schreef in de woestijn van Juda.

God, mijn God, ik zoek U overal,
mijn hart dorst naar U.
Ook mijn lichaam verlangt naar U
in dit dorre, droge land, waar geen water is.
Ik heb U in uw heiligdom gezien,
ik zag uw kracht en majesteit.
Uw goedheid en trouw overtreffen het leven zelf.
Ik zal met mijn mond uw naam grootmaken.
Mijn leven lang wil ik U prijzen,
mijn handen naar U opheffen wanneer ik bid.
Er is niets anders waarnaar ik verlang,
er komen prachtige lofliederen over mijn lippen,
ook ʼs nachts als ik wakker lig en over U nadenk.
Want U bent mij altijd te hulp gekomen.
Ik jubel het uit vanuit de beschermde plaats
waar U mij in leven houdt.
Alles in mij richt zich op U.
Ik kan niet zonder U,
uw hand houdt mij vast.
10 Maar de mensen die op mijn ondergang uit zijn,
zullen in de diepte van de aarde worden neergelaten.
11 Zij zullen omkomen door het zwaard
en ten prooi vallen aan de wilde dieren.
12 Maar de koning verheugt zich in God,
ieder die bij Hem zweert,
zal reden tot vreugde hebben
en zich op Hem kunnen beroemen,
want Hij brengt de leugenaar tot zwijgen.

New International Reader's Version

Psalm 63

Psalm 63

A psalm of David when he was in the Desert of Judah.

God, you are my God.
    I seek you with all my heart.
With all my strength I thirst for you
    in this dry desert
    where there isn’t any water.

I have seen you in the sacred tent.
    There I have seen your power and your glory.
Your love is better than life.
    So I will bring glory to you with my lips.
I will praise you as long as I live.
    I will call on your name when I lift up my hands in prayer.
I will be as satisfied as if I had eaten the best food there is.
    I will sing praise to you with my mouth.

As I lie on my bed I remember you.
    I think of you all night long.
Because you have helped me,
    I sing in the shadow of your wings.
I hold on to you tightly.
    Your powerful right hand takes good care of me.

Those who want to kill me will be destroyed.
    They will go down into the grave.
10 They will be killed by swords.
    They will become food for wild dogs.

11 But the king will be filled with joy because of what God has done.
    All those who make promises in God’s name will be able to brag.
    But the mouths of liars will be shut.