Het Boek

Psalmen 61:1-9

1Een lied van David voor de koordirigent. Te zingen bij snarenspel.

2Hoort U mijn smeken wel, o God?

Luister toch naar mijn gebed.

3Vanuit de verste uithoek van het land

roep ik U, ik kan niet meer!

Wilt U mij naar een plaats brengen

waar ik zelf niet kan komen?

Een plaats waar ik veilig ben?

4U hebt mij immers altijd beschermd,

bij U schuilde ik altijd tegen de vijand.

5Laat mij toch altijd in uw huis mogen blijven.

Laat mij bij U mogen schuilen,

veilig onder uw vleugels.

6O God, U hebt mijn geloften gehoord,

al uw volgelingen ontvangen uw erfenis.

7Geef de koning een lang leven

en laat zijn nageslacht altijd regeren.

8Geef dat hij U ook altijd trouw zal volgen,

laten uw goedheid, liefde en trouw

hem altijd beschermen.

9Dan zal ik voortdurend uw lof zingen

en elke dag mijn geloften nakomen.

La Parola è Vita

Este capítulo no está disponible momentáneamente. Por favor intente nuevamente luego.