Het Boek

Psalmen 6

1Een psalm van David voor de koordirigent. Te begeleiden met snarenspel en te zingen op de wijs van ‘De Achtste.’

O Here, nee, straf mij niet
in het vuur van uw toorn!
Heb medelijden met mij, Here,
want ik ben maar een zwak mens.
Genees mij,
want mijn lichaam is ziek
en mijn geest verward.
Laat mij toch snel weer tot mijzelf komen!
Kom, Here, red mijn ziel,
red mij door uw goedheid.
Want doden kunnen u geen eer bewijzen
en in het dodenrijk kan niemand U loven.
Het verdriet put mij uit,
elke nacht wordt mijn kussen nat van de vele tranen.
Mijn ogen staan dof
en mijn blik is duister
omwille van mijn vijanden.
Verdwijn uit mijn ogen, zondaars,
want de Here heeft mijn tranen gezien
10 en mijn smeken gehoord.
Hij zal mijn gebeden beantwoorden.
11 Al mijn vijanden zullen voor schut staan,
onverwachts in verwarring raken
en beschaamd de aftocht blazen.

King James Version

Psalm 6

1O Lord, rebuke me not in thine anger, neither chasten me in thy hot displeasure.

Have mercy upon me, O Lord; for I am weak: O Lord, heal me; for my bones are vexed.

My soul is also sore vexed: but thou, O Lord, how long?

Return, O Lord, deliver my soul: oh save me for thy mercies' sake.

For in death there is no remembrance of thee: in the grave who shall give thee thanks?

I am weary with my groaning; all the night make I my bed to swim; I water my couch with my tears.

Mine eye is consumed because of grief; it waxeth old because of all mine enemies.

Depart from me, all ye workers of iniquity; for the Lord hath heard the voice of my weeping.

The Lord hath heard my supplication; the Lord will receive my prayer.

10 Let all mine enemies be ashamed and sore vexed: let them return and be ashamed suddenly.