Het Boek

Psalmen 54:1-9

1-2 Een leerzaam gedicht van David voor de koordirigent. Te spelen met begeleiding van een snaarinstrument. Hij schreef dit nadat de Zifieten hem aan Saul hadden verraden met de woorden: ‘Wist u dat David zich bij ons verborgen houdt?’

3O God, bevrijd mij door uw sterke naam.

Laat uw kracht mij recht verschaffen.

4O God, luister naar mijn gebed,

hoor toch naar de woorden van mijn mond.

5Vreemde mensen keren zich tegen mij,

geweldenaars willen mij doden.

Zij denken niet aan God.

6Maar God is mijn helper,

de Here geeft mij kracht en steunt mij.

7God zal mij wreken tegenover de mensen

die mij naar het leven staan.

Vernietig hen in uw trouw aan mij.

8Graag zal ik U offers brengen,

ik doe dat uit dankbaarheid aan U.

Here, ik zal uw naam loven en prijzen,

want U bent zo goed voor mij.

9God heeft mij bevrijd uit alle angst en gevaar

en nu kan ik met vreugde naar mijn vijanden kijken.

King James Version

Psalms 54:1-7

To the chief Musician on Neginoth, Maschil, A Psalm of David, when the Ziphims came and said to Saul, Doth not David hide himself with us?

1Save me, O God, by thy name, and judge me by thy strength.54.1 chief…: or, overseer54.1 Maschil: or, of instruction

2Hear my prayer, O God; give ear to the words of my mouth.

3For strangers are risen up against me, and oppressors seek after my soul: they have not set God before them. Selah.

4Behold, God is mine helper: the Lord is with them that uphold my soul.

5He shall reward evil unto mine enemies: cut them off in thy truth.54.5 mine…: Heb. those that observe me

6I will freely sacrifice unto thee: I will praise thy name, O LORD; for it is good.

7For he hath delivered me out of all trouble: and mine eye hath seen his desire upon mine enemies.