Het Boek

Psalmen 50

1Een psalm van Asaf.

De Here, de enig ware God, neemt het woord
en roept naar de hele aarde, van oost tot west.
God komt
met een ongelooflijke, prachtige glans
vanuit Jeruzalem naar ons toe.
God is in aantocht en zal niet zwijgen,
omdat Hij móet spreken.
Een laaiend vuur gaat voor hem uit
en om Hem heen davert een storm.
God roept tot in de hemelen
en naar de aarde
om zijn volk te onderwijzen.
Laten mijn volgelingen bijeenkomen,
zij die mijn verbond erkennen
en Mij hun offers brengen.
De hemel zelf laat horen
wat recht en gerechtigheid is,
want God is de enige rechter.
‘Luister, mijn volk!
Israël, Ik zal nu spreken
en tegen u getuigen.
Ik ben God, uw God.
Ik wijs u niet terecht
omdat u verzuimd zou hebben
Mij offers te brengen.
Want Ik heb al uw brandoffers gezien.
Uit uw stallen neem ik geen stieren aan
en ook geen bokken.
10 Alle dieren in het bos zijn al van Mij,
het vee dat op de berghellingen graast
en al de rijkdom aan rundvee.
11 Alle vogels die op de bergen nestelen,
ken Ik
en wat door het veld loopt,
is al van Mij.
12 Wanneer Ik honger heb,
zal Ik u niet te hulp roepen,
want alles op de hele wereld
is van Mij.
13 Eet Ik soms het vlees van geofferde stieren?
Drink ik soms bloed van geofferde bokken?
14 Breng lof en eer aan God:
dat is pas een echt offer!
Kom uw beloften na
die u aan de Allerhoogste hebt gedaan.
15 Roep Mij te hulp in moeilijke tijden,
dan zal Ik u redden
en u zult Mij loven en prijzen.’
16 Maar tegen de ongelovige zegt God:
‘Waarom bemoeit u zich met mijn wetten?
Waarom spreekt u over mijn verbond?
17 U bent immers alleen maar ongehoorzaam
en laat mijn woord links liggen.
18 U speelt onder één hoedje met de dieven,
overspel is u niet vreemd.
19 In uw drift slaat u de vreselijkste taal uit
en met uw mond bedriegt u.
20 U keert zich zelfs tegen uw eigen broer,
u roddelt over uw moeders andere zoon.
21 Terwijl u dit deed,
zweeg Ik in alle talen.
Nu verbeeldt u zich dat Ik met u ben
en net zo denk als u.
22 Ongelovige, die God vergeet,
laat dit alles goed tot u doordringen,
want anders zal Ik u vernietigen
en kan niemand u meer redden.
23 Wie Mij eert,
brengt het ware offer.
Aan wie die weg gaat
zal Ik laten zien wat mijn heil inhoudt.’

New International Version - UK

Psalm 50

Psalm 50

A psalm of Asaph.

The Mighty One, God, the Lord,
    speaks and summons the earth
    from the rising of the sun to where it sets.
From Zion, perfect in beauty,
    God shines forth.
Our God comes
    and will not be silent;
a fire devours before him,
    and around him a tempest rages.
He summons the heavens above,
    and the earth, that he may judge his people:
‘Gather to me this consecrated people,
    who made a covenant with me by sacrifice.’
And the heavens proclaim his righteousness,
    for he is a God of justice.[a][b]

‘Listen, my people, and I will speak;
    I will testify against you, Israel:
    I am God, your God.
I bring no charges against you concerning your sacrifices
    or concerning your burnt offerings, which are ever before me.
I have no need of a bull from your stall
    or of goats from your pens,
10 for every animal of the forest is mine,
    and the cattle on a thousand hills.
11 I know every bird in the mountains,
    and the insects in the fields are mine.
12 If I were hungry I would not tell you,
    for the world is mine, and all that is in it.
13 Do I eat the flesh of bulls
    or drink the blood of goats?

14 ‘Sacrifice thank-offerings to God,
    fulfil your vows to the Most High,
15 and call on me in the day of trouble;
    I will deliver you, and you will honour me.’

16 But to the wicked person, God says:

‘What right have you to recite my laws
    or take my covenant on your lips?
17 You hate my instruction
    and cast my words behind you.
18 When you see a thief, you join with him;
    you throw in your lot with adulterers.
19 You use your mouth for evil
    and harness your tongue to deceit.
20 You sit and testify against your brother
    and slander your own mother’s son.
21 When you did these things and I kept silent,
    you thought I was exactly[c] like you.
But I now arraign you
    and set my accusations before you.

22 ‘Consider this, you who forget God,
    or I will tear you to pieces, with no one to rescue you:
23 those who sacrifice thank-offerings honour me,
    and to the blameless[d] I will show my salvation.’

Notas al pie

  1. Psalm 50:6 With a different word division of the Hebrew; Masoretic Text for God himself is judge
  2. Psalm 50:6 The Hebrew has Selah (a word of uncertain meaning) here.
  3. Psalm 50:21 Or thought the “I AM” was
  4. Psalm 50:23 Probable reading of the original Hebrew text; the meaning of the Masoretic Text for this phrase is uncertain.