Het Boek

Psalmen 5

1Een psalm van David voor de koordirigent. Te begeleiden met fluitspel.

O Here, wilt U mijn gebed aanhoren?
Luister toch naar mijn smeken.
God, U bent mijn Koning
en ik richt mij tot U.
Elke morgen kijk ik omhoog naar U
en wacht op uw antwoord,
en U hoort mij roepen.
Ik weet dat slechtheid
bij U geen standhoudt
en dat geen enkele goddeloze
op uw bescherming kan rekenen.
Hoogmoedige zondaars
kunnen uw onderzoekende blik niet doorstaan,
omdat U hun slechte daden haat.
Om hun leugens zult U hen vernietigen,
U verafschuwt moord en bedrog, Here.
Ik zelf mag dankzij uw genade en liefde
uw tempel binnengaan.
Met diep ontzag zal ik U eren.
Here, wilt U mij leiden?
Anders zullen mijn vijanden over mij zegevieren.
Wilt U mij duidelijk maken wat ik moet doen
en welke weg ik moet inslaan?
10 Mijn tegenstanders zullen elke kans aangrijpen
om mij in een kwaad daglicht te stellen.
Wat uit hun mond komt,
stinkt naar zonde en dood,
zij gebruiken hun tong voor leugen en bedrog.
Hun lippen spuwen dodelijk vergif.
11 O God, spreek het ‘schuldig’ over hen uit!
Vang hen met hun eigen valstrikken,
verdrijf hen om de overvloed van hun overtredingen,
want zij komen in opstand tegen U.
12 Maar ieder die zijn vertrouwen op U stelt,
zal zich verheugen.
Zij zullen tot in eeuwigheid van vreugde juichen,
omdat U hen beschermt.
Dan zal ieder die U liefheeft,
overlopen van blijdschap.
13 Want U, Here, zegent uw volgelingen.
U beschermt hen met uw schild van liefde.

Amplified Bible

Psalm 5

Prayer for Protection from the Wicked.

To the Chief Musician; on wind instruments. A Psalm of David.

1Listen to my words, O Lord,
Consider my groaning and sighing.

Heed the sound of my cry for help, my King and my God,
For to You I pray.

In the morning, O Lord, You will hear my voice;
In the morning I will prepare [a prayer and a sacrifice] for You and watch and wait [for You to speak to my heart].


For You are not a God who takes pleasure in wickedness;
No evil [person] dwells with You.

The boastful and the arrogant will not stand in Your sight;
You hate all who do evil.

You destroy those who tell lies;
The Lord detests and rejects the bloodthirsty and deceitful man.

But as for me, I will enter Your house through the abundance of Your steadfast love and tender mercy;
At Your holy temple I will bow [obediently] in reverence for You.


O Lord, lead me in Your righteousness because of my enemies;
Make Your way straight (direct, right) before me.

For there is nothing trustworthy or reliable or truthful in what they say;
Their heart is destruction [just a treacherous chasm, a yawning gulf of lies].
Their throat is an open grave;
They [glibly] flatter with their [silken] tongue.
10 
Hold them guilty, O God;
Let them fall by their own designs and councils!
Cast them out because of the abundance of their transgressions,
For they are mutinous and have rebelled against You.

11 
But let all who take refuge and put their trust in You rejoice,
Let them ever sing for joy;
Because You cover and shelter them,
Let those who love Your name be joyful and exult in You.
12 
For You, O Lord, bless the righteous man [the one who is in right standing with You];
You surround him with favor as with a shield.