Het Boek

Psalmen 48:1-15

1Een psalm van de Korachieten.

2De Here is groot en alle lof komt Hem toe

in de stad van God op zijn heilige berg.

3De berg Sion is zo mooi doordat zij zo hooggelegen is,

een vreugde voor ieder die haar ziet.

Safon is werkelijk Sion,

waar de stad van onze grote Koning ligt.

4In de paleizen van Jeruzalem maakt God Zich kenbaar,

Hij beschermt ons.

5Let maar eens op:

er was een samenzwering van koningen,

met elkaar trokken zij op naar Jeruzalem.

6Maar zodra zij er kwamen en het zagen,

waren zij verbijsterd.

Van schrik sloegen ze op de vlucht.

7Zij sidderden angstig als een vrouw die een kind baart.

8U laat de schepen van Tarsis door de oostenwind vergaan.

9Eerst hadden wij ervan gehoord,

maar later zagen wij het zelf

in de stad van de Almachtige Here,

in de stad van onze God:

Hij houdt de stad in stand.

10Steeds opnieuw, o God, herinneren wij ons uw goedheid

en trouw wanneer wij in uw tempel zijn.

11De eer die U toekomt, is net als uw naam, o God,

zo groot dat die reikt tot aan het einde der aarde.

U bent de bron van de rechtvaardigheid.

12De berg Sion is blij

en de dochters van Juda juichen over uw rechtvaardigheid.

13Loop maar eens om Jeruzalem heen

en tel haar wachttorens.

14Kijk eens goed naar haar muren en loop door haar paleizen.

Dan kunt u het aan uw nakomelingen vertellen:

15Kijk, zo is God. Hij is voor eeuwig onze God

en tot de dag dat wij sterven

is Hij bij ons en wijst ons de weg.

Nova Versão Internacional

Salmos 48:1-14

Salmo 48

Um cântico. Salmo dos coraítas.

1Grande é o Senhor,

e digno de todo louvor na cidade do nosso Deus.

2Seu santo monte, belo e majestoso,

é a alegria de toda a terra.

Como as alturas do Zafom48.2 Zafom refere-se ou a um monte sagrado ou à direção norte. é o monte Sião,

a cidade do grande Rei.

3Nas suas cidadelas

Deus se revela como sua proteção.

4Vejam! Os reis somaram forças,

e juntos avançaram contra ela.

5Quando a viram, ficaram atônitos,

fugiram aterrorizados.

6Ali mesmo o pavor os dominou;

contorceram-se como a mulher no parto.

7Foste como o vento oriental

quando destruiu os navios de Társis.

8Como já temos ouvido,

agora também temos visto

na cidade do Senhor dos Exércitos,

na cidade de nosso Deus:

Deus a preserva firme para sempre. Pausa

9No teu templo, ó Deus,

meditamos em teu amor leal.

10Como o teu nome, ó Deus,

o teu louvor alcança os confins da terra;

a tua mão direita está cheia de justiça.

11O monte Sião se alegra,

as cidades48.11 Hebraico: filhas. de Judá exultam

por causa das tuas decisões justas.

12Percorram Sião, contornando-a,

contem as suas torres,

13observem bem as suas muralhas,

examinem as suas cidadelas,

para que vocês falem à próxima geração

14que este Deus é o nosso Deus para todo o sempre;

ele será o nosso guia até o fim48.14 Ou até à morte.