Het Boek

Psalmen 4

1Een psalm van David voor de koordirigent. Te begeleiden met snarenspel.

O God, luister naar mij nu ik tot U roep.
U laat mij toch altijd tot mijn recht komen!
Toen ik in de knel zat,
hebt U mij ruimte gegeven.
Heb ook nu medelijden met mij,
luister naar mijn gebed!
De Here God vraagt:
‘Mensenkinderen,
wanneer houden jullie er mee op
mijn eer te grabbel te gooien
door levenloze afgoden te aanbidden?
Hoelang blijven jullie nog
zinloze dingen najagen?
Het is allemaal bedrog!’
Luister goed:
de Here heeft mij voor Zichzelf bestemd,
daarom zal Hij naar mij luisteren
en mij antwoord geven wanneer ik tot Hem roep.
Als u boos wordt,
zondig dan niet tegen de Here.
Als u ʼs nachts wakker ligt,
overdenk dan in alle rust zijn woord.
Heb volkomen vertrouwen in de Here
en bied Hem uw offers aan
zoals die zijn voorgeschreven.
Veel mensen zeggen dat God niet zal helpen.
Here, toont U hun dat zij het mis hebben
door uw licht op ons te laten schijnen!
Ja, de blijdschap die U mij hebt gegeven,
gaat dieper dan hun vreugde,
wanneer zij in de oogsttijd hun rijke opbrengst overzien.
Ik ga rustig liggen en slaap vredig in,
ik weet dat alleen U mij beschermt, Here!

Nkwa Asem

Nnwom 4

Ahohiabere mu anwummere mpae

1O Onyankopɔn, woaka se meyɛ pɛ wɔ w’anim; daa wohwɛ me wɔ m’ahohia mu; enti mprempren tie me sufrɛ. Hu me mmɔbɔ. Tie me mpaebɔ.

Mobɛbɔ me ahohora akosi da bɛn? Mubedi nneɛma hunu ne nea enye akyi akosi da bɛn?

Kae sɛ Awurade ayi atreneefo ama ne ho; na sɛ misu frɛ no a, otie me. Bɔ hu, na gyae bɔne yɛ; sɛ woda wo mpa so komm a, dwen eyi ho kɔ akyiri. Bɔ afɔre a ɛfata ma Awurade, na fa wo werɛ hyɛ ne mu. Nnipa bebree srɛ sɛ: “O Awurade, hyira yɛn na yɛ yɛn adɔe!” Nanso anigye a woama me anya no dɔɔso sen wɔn aburow ne wɔn nsa a wobenya daakye nyinaa. Sɛ metɔ hɔ a, meda asomdwoe mu; O wo Awurade nko na hwɛ me so.