Het Boek

Psalmen 4:1-9

1Een psalm van David voor de koordirigent. Te begeleiden met snarenspel.

2O God, luister naar mij nu ik tot U roep.

U laat mij toch altijd tot mijn recht komen!

Toen ik in de knel zat,

hebt U mij ruimte gegeven.

Heb ook nu medelijden met mij,

luister naar mijn gebed!

3De Here God vraagt:

‘Mensenkinderen,

wanneer houden jullie er mee op

mijn eer te grabbel te gooien

door levenloze afgoden te aanbidden?

Hoelang blijven jullie nog

zinloze dingen najagen?

Het is allemaal bedrog!’

4Luister goed:

de Here heeft mij voor Zichzelf bestemd,

daarom zal Hij naar mij luisteren

en mij antwoord geven wanneer ik tot Hem roep.

5Als u boos wordt,

zondig dan niet tegen de Here.

Als u ʼs nachts wakker ligt,

overdenk dan in alle rust zijn woord.

6Heb volkomen vertrouwen in de Here

en bied Hem uw offers aan

zoals die zijn voorgeschreven.

7Veel mensen zeggen dat God niet zal helpen.

Here, toont U hun dat zij het mis hebben

door uw licht op ons te laten schijnen!

8Ja, de blijdschap die U mij hebt gegeven,

gaat dieper dan hun vreugde,

wanneer zij in de oogsttijd hun rijke opbrengst overzien.

9Ik ga rustig liggen en slaap vredig in,

ik weet dat alleen U mij beschermt, Here!

King James Version

Psalms 4:1-8

To the chief Musician on Neginoth, A Psalm of David.

1Hear me when I call, O God of my righteousness: thou hast enlarged me when I was in distress; have mercy upon me, and hear my prayer.4.1 chief…: or, overseer4.1 have…: or, be gracious unto me

2O ye sons of men, how long will ye turn my glory into shame? how long will ye love vanity, and seek after leasing? Selah.

3But know that the LORD hath set apart him that is godly for himself: the LORD will hear when I call unto him.

4Stand in awe, and sin not: commune with your own heart upon your bed, and be still. Selah.

5Offer the sacrifices of righteousness, and put your trust in the LORD.

6There be many that say, Who will shew us any good? LORD, lift thou up the light of thy countenance upon us.

7Thou hast put gladness in my heart, more than in the time that their corn and their wine increased.

8I will both lay me down in peace, and sleep: for thou, LORD, only makest me dwell in safety.