Het Boek

Psalmen 26

1Een lied van David.

Laat het recht over mij zegevieren, Here,
want ik ben onschuldig.
Ik vertrouwde op de Here
zonder uit mijn evenwicht te raken.
Stel mij maar op de proef, Here,
en ga na of er iets fout is.
Beoordeel mijn hele leven,
ja, ook mijn gedachten.
Ik houd steeds uw goedheid en liefde voor ogen.
Ik ga mijn weg in uw waarheid.
Nooit zoek ik contact met slechte mensen
en de huichelaars mijd ik.
Ik wil niet omgaan met misdadigers
en zal mij nooit bemoeien met de goddelozen.
Ik was mijn handen in onschuld
en kom graag bij uw altaar, Here.
Ik zing daar uit volle borst een lied om U te loven
en vertel er over uw wonderen.
Here, ik houd zoveel van uw huis,
de plaats waar U Zelf immers woont!
Laat mij niet met de zondaars
en moordenaars verloren gaan.
10 Aan hun handen kleeft de misdaad
en zij nemen geschenken aan als verradersloon.
11 Niets van deze dingen heb ik gedaan,
verlos mij en toon mij uw genade.
12 Ik ben op het rechte pad.
Ik zal de Here prijzen in de samenkomsten.

King James Version

Psalm 26

1Judge me, O Lord; for I have walked in mine integrity: I have trusted also in the Lord; therefore I shall not slide.

Examine me, O Lord, and prove me; try my reins and my heart.

For thy lovingkindness is before mine eyes: and I have walked in thy truth.

I have not sat with vain persons, neither will I go in with dissemblers.

I have hated the congregation of evil doers; and will not sit with the wicked.

I will wash mine hands in innocency: so will I compass thine altar, O Lord:

That I may publish with the voice of thanksgiving, and tell of all thy wondrous works.

Lord, I have loved the habitation of thy house, and the place where thine honour dwelleth.

Gather not my soul with sinners, nor my life with bloody men:

10 In whose hands is mischief, and their right hand is full of bribes.

11 But as for me, I will walk in mine integrity: redeem me, and be merciful unto me.

12 My foot standeth in an even place: in the congregations will I bless the Lord.