Het Boek

Psalmen 25:1-22

1Een lied van David.

Mijn hele wezen is op U gericht, Here!

2Laat mij niet in de steek, Here,

want ik vertrouw helemaal op U.

Zorg dat mijn vijanden mij niet overwinnen.

3Niemand die in God gelooft en op Hem vertrouwt,

zal in Hem teleurgesteld worden.

Maar zij die zich onverschillig van U afkeren,

zullen de nederlaag lijden.

4Toont U mij de paden waarover ik gaan moet, Here.

Wilt U de wegen wijzen die U goed voor mij vindt?

5Wijst U mij de weg van uw waarheid.

Ik wil van U leren, want U bent de God

van wie ik mijn hulp verwacht.

Op U vestig ik mijn hoop, elke dag van mijn leven.

6Wilt U naar mij kijken

met ogen vol genade en vergeving,

met eeuwige liefde en vriendelijkheid?

7Wilt U voorbijgaan aan de zonden

die ik in mijn jeugd begaan heb, Here!

8De Here is goed

en graag bereid hun die dreigen te verdwalen,

de juiste weg te tonen.

9Hij zal de beste weg tonen aan hen

die zich in hun afhankelijkheid tot Hem richten.

10Als wij Hem dan gehoorzamen,

zal elk pad waarop Hij ons leidt,

getooid zijn met zijn liefdevolle goedheid en waarheid.

11Maar Here! Ik heb zoveel zonden begaan!

Och, wilt U die vergeven tot eer van uw naam?

12Waar is de man die ontzag heeft voor de Here?

God zal hem leren hoe hij steeds de juiste keus kan maken.

13Hij mag leven onder Gods zegen

en zijn kinderen zullen het land in bezit nemen.

14De vriendschap met God is

voor hen die Hem eerbied bewijzen.

Zij zullen de geheimen, verborgen in zijn beloften, leren kennen.

15Ik kijk voortdurend op naar de Here om zijn hulp te vragen,

want alleen Hij kan mij redden.

16Kom toch, Here, en toon mij uw genade,

want ik ben eenzaam en diep wanhopig.

17Mijn zorgen nemen toe,

lost U ze toch voor mij op!

18Kijk eens wat een zorgen ik heb!

Voelt U mijn pijn?

Vergeef mij mijn zonden!

19Ziet U hoeveel vijanden ik heb

en hoe hartgrondig zij mij haten?

20Red mij uit hun handen en bevrijd mij uit hun macht!

Och, laat toch nooit van mij gezegd kunnen worden

dat ik vergeefs op U heb gehoopt!

21Voorzie mij van godsvrucht en integriteit

alsof het mijn lijfwachten zijn,

want ik verwacht dat U mij zult beschermen.

22O God, wilt U Israël bevrijden uit alle moeilijkheden?

Nueva Versión Internacional

Salmo 25:1-22

Salmo 25Sal 25 Este salmo es un poema acróstico, que sigue el orden del alfabeto hebreo.

Salmo de David.

Álef

1A ti, Señor, elevo mi alma;

Bet

2mi Dios, en ti confío;

no permitas que sea yo humillado,

no dejes que mis enemigos se burlen de mí.

Guímel

3Quien en ti pone su esperanza

jamás será avergonzado;

pero quedarán en vergüenza

los que traicionan sin razón.

Dálet

4Señor, hazme conocer tus caminos;

muéstrame tus sendas.

He

5Encamíname en tu verdad, ¡enséñame!

Tú eres mi Dios y Salvador;

Vav

¡en ti pongo mi esperanza todo el día!

Zayin

6Acuérdate, Señor, de tu ternura y gran amor,

que siempre me has mostrado;

Jet

7olvida los pecados y transgresiones

que cometí en mi juventud.

Acuérdate de mí según tu gran amor,

porque tú, Señor, eres bueno.

Tet

8Bueno y justo es el Señor;

por eso les muestra a los pecadores el camino.

Yod

9Él dirige en la justicia a los humildes,

y les enseña su camino.

Caf

10Todas las sendas del Señor son amor y verdad

para quienes cumplen los preceptos de su pacto.

Lámed

11Por amor a tu nombre, Señor,

perdona mi gran iniquidad.

Mem

12¿Quién es el hombre que teme al Señor?

Será instruido en el mejor de los caminos.

Nun

13Tendrá una vida placentera,

y sus descendientes heredarán la tierra.

Sámej

14El Señor brinda su amistad a quienes le honran,

y les da a conocer su pacto.

Ayin

15Mis ojos están puestos siempre en el Señor,

pues solo él puede sacarme de la trampa.

Pe

16Vuelve a mí tu rostro y tenme compasión,

pues me encuentro solo y afligido.

Tsade

17Crecen las angustias de mi corazón;

líbrame de mis tribulaciones.

18Fíjate en mi aflicción y en mis penurias,

y borra todos mis pecados.

Resh

19¡Mira cómo se han multiplicado mis enemigos,

y cuán violento es el odio que me tienen!

Shin

20Protege mi vida, rescátame;

no permitas que sea avergonzado,

porque en ti busco refugio.

Tav

21Sean mi protección la integridad y la rectitud,

porque en ti he puesto mi esperanza.

22¡Libra, oh Dios, a Israel

de todas sus angustias!