Het Boek

Psalmen 25

1Een lied van David.

Mijn hele wezen is op U gericht, Here!
Laat mij niet in de steek, Here,
want ik vertrouw helemaal op U.
Zorg dat mijn vijanden mij niet overwinnen.
Niemand die in God gelooft en op Hem vertrouwt,
zal in Hem teleurgesteld worden.
Maar zij die zich onverschillig van u afkeren,
zullen de nederlaag lijden.
Toont U mij de paden waarover ik gaan moet, Here.
Wilt U de wegen wijzen die U goed voor mij vindt?
Wijst U mij de weg van uw waarheid.
Ik wil van U leren, want U bent de God
van wie ik mijn hulp verwacht.
Op U vestig ik mijn hoop, elke dag van mijn leven.
Wilt U naar mij kijken
met ogen vol genade en vergeving,
met eeuwige liefde en vriendelijkheid?
Wilt U voorbijgaan aan de zonden
die ik in mijn jeugd begaan heb, Here!
De Here is goed
en graag bereid hun die dreigen te verdwalen,
de juiste weg te tonen.
Hij zal de beste weg tonen aan hen
die zich in hun afhankelijkheid tot Hem richten.
10 Als wij Hem dan gehoorzamen,
zal elk pad waarop Hij ons leidt,
getooid zijn met zijn liefdevolle goedheid en waarheid.
11 Maar Here! Ik heb zoveel zonden begaan!
Och, wilt U die vergeven tot eer van uw naam?
12 Waar is de man die ontzag heeft voor de Here?
God zal hem leren hoe hij steeds de juiste keus kan maken.
13 Hij mag leven onder Gods zegen
en zijn kinderen zullen het land in bezit nemen.
14 De vriendschap met God is
voor hen die Hem eerbied bewijzen.
Zij zullen de geheimen, verborgen in zijn beloften, leren kennen.
15 Ik kijk voortdurend op naar de Here om zijn hulp te vragen,
want alleen Hij kan mij redden.
16 Kom toch, Here en toon mij uw genade,
want ik ben eenzaam en diep wanhopig.
17 Mijn zorgen nemen toe,
lost U ze toch voor mij op!
18 Kijk eens wat een zorgen ik heb!
Voelt U mijn pijn?
Vergeef mij mijn zonden!
19 Ziet U hoeveel vijanden ik heb
en hoe hartgrondig zij mij haten?
20 Red mij uit hun handen en bevrijd mij uit hun macht!
Och, laat toch nooit van mij gezegd kunnen worden
dat ik vergeefs op U heb gehoopt!
21 Voorzie mij van godsvrucht en integriteit
alsof het mijn lijfwachten zijn,
want ik verwacht dat U mij zult beschermen.
22 O God, wilt U Israël bevrijden uit alle moeilijkheden?

Endagaano Enkadde nʼEndagaano Empya

Zabbuli 25

Zabbuli ya Dawudi.

1Eri ggwe, Ayi Mukama,
    gye ndeeta okusaba kwange.

Neesiga ggwe, Ayi Mukama, tondeka kuswala mu maaso g’abalabe bange. Tobaganya kumpangula.
Ddala ddala abakwesiga tebaajulirirenga,
    naye ab’enkwe baliswazibwa.

Njigiriza nga bwe nnaakolanga, Ayi Mukama,
    ondage amakubo go mwe nnaatambuliranga.
Onjigirizenga okunywerera ku mazima go, era onkulemberenga mu byonna;
    kubanga ggwe Katonda, ow’obulokozi bwange
    era essuubi lyange liri mu ggwe olunaku lwonna.
Jjukira, Ayi Mukama, okusaasira kwo okunene, n’okwagala kwo okungi,
    kubanga byava dda.
Tojjukira bibi byange
    n’obujeemu bwange eby’omu buvubuka bwange.
Onzijukire, Ayi Mukama,
    ng’okwagala kwo gye ndi bwe kuli, kubanga oli mulungi.

Mukama mulungi, era wa mazima,
    noolwekyo ayigiriza aboonoonyi ekkubo lye.
Abawombeefu abaluŋŋamya mu kkubo ettuufu
    n’abayigiriza ekkubo lye.
10 Amakubo ga Mukama gonna gajjudde okwagala n’amazima
    eri abo abagondera endagaano ye n’ebiragiro bye.
11 Olw’erinnya lyo, Ayi Mukama,
    onsonyiwe ebibi byange, kubanga bingi.

12 Omuntu wa ngeri ki atya Katonda?
    Oyo gw’anaayigirizanga okukwata ekkubo lye yamulondera.
13 Obulamu bwe bunajjuzibwanga emikisa gya Katonda,
    era bazzukulu be ensi eriba yaabwe.
14 Mikwano gya Mukama be bo abamugondera;
    anaababikkuliranga ekyama eky’endagaano ye.
15 Ntunuulira Mukama buli kiseera,
    kubanga yekka y’anzigya mu kabi.

16 Nkyukira, Ayi Mukama, onkwatirwe ekisa,
    kubanga nsigadde bw’omu, era ndi munafu.
17 Obuyinike bweyongedde mu mutima gwange;
    mponya okweraliikirira kwange.
18 Tunuulira ennaku endiko, weetegereze obulumi bwange;
    onzigyeko ebibi byange byonna.
19 Laba abalabe bange nga bwe beeyongedde obungi
    n’okunkyawa kwe bankyawamu!

20 Labiriranga obulamu bwange, obamponye;
    tondekanga mu buswavu,
    kubanga ggwe kiddukiro kyange.
21 Amazima n’obulongoofu bindabirirenga,
    essubi lyange liri mu ggwe.

22 Nunula Isirayiri, Ayi Katonda,
    omuwonye emitawaana gye gyonna.