Het Boek

Psalmen 20:1-10

1Een psalm van David voor de koordirigent.

2Ik bid dat de Here u

in moeilijke tijden zal antwoorden,

dat de naam van de God van Jakob

u sterk zal maken.

3Ik bid dat Hij

u te hulp komt vanuit zijn heiligdom

en u steunt vanuit Jeruzalem.

4Ik bid dat Hij Zich

al uw offers zal herinneren

en uw brandoffer met blijdschap zal aannemen.

5Ik bid dat Hij

u geeft wat uw hart verlangt

en dat Hij al uw plannen laat gelukken.

6Wij willen juichen

over de overwinningen die U geeft

en in de naam van onze God

de vlaggen omhoogsteken.

Ik bid dat de Here

al uw verlangens zal vervullen.

7Ik weet nu zeker

dat de Here de koning die Hij heeft gezalfd,

zal laten overwinnen.

Vanuit de hemel geeft Hij

hem altijd antwoord.

Dat blijkt uit

de machtige daden die Hij doet.

8Sommige mensen verwachten

alles van hun strijdwagens,

anderen snoeven over hun paarden,

maar wij stellen onze verwachting

op de naam van de Here, die onze God is.

9Die anderen komen

allemaal ten val,

maar wij blijven overeind

en kunnen standhouden.

10Och Here,

geef onze koning de overwinning!

Ik bid dat de Here zal antwoorden

wanneer wij tot Hem roepen.

Nueva Versión Internacional (Castilian)

Salmo 20:1-9

Salmo 20

Al director musical. Salmo de David.

1Que el Señor te responda cuando estés angustiado;

que el nombre del Dios de Jacob te proteja.

2Que te envíe ayuda desde el santuario;

que desde Sión te dé su apoyo.

3Que se acuerde de todas tus ofrendas;

que acepte tus holocaustos. Selah

4Que te conceda lo que tu corazón desea;

que haga que se cumplan todos tus planes.

5Nosotros celebraremos tu victoria,

y en el nombre de nuestro Dios

desplegaremos las banderas.

¡Que el Señor cumpla todas tus peticiones!

6Ahora sé que el Señor salvará a su ungido,

que le responderá desde su santo cielo

y con su poder le dará grandes victorias.

7Estos confían en sus carros de guerra,

aquellos confían en sus corceles,

pero nosotros confiamos en el nombre

del Señor nuestro Dios.

8Ellos son vencidos y caen,

pero nosotros nos erguimos y de pie permanecemos.

9¡Concede, Señor, la victoria al rey!

¡Respóndenos cuando te llamemos!