Het Boek

Psalmen 19:1-15

1Een psalm van David voor de koordirigent.

2De hemelen vertellen

over Gods grote eer

en het hemelgewelf spreekt

over zijn scheppend werk.

3De ene dag vertelt het

aan de volgende dag

en de ene nacht

aan de volgende nacht.

4Het is duidelijk

dat dat geen echte woorden zijn,

het is immers niet te horen.

5Toch hoort men die boodschap

over de hele wereld,

overal waar mensen wonen

heeft het nieuws hen bereikt.

Het is alsof God een tent heeft gemaakt

voor de zon,

6die ʼs morgens,

blij als een bruidegom,

naar buiten gaat

en zingend zijn weg betreedt

als een gevierde held.

7De zon wandelt elke dag

van het ene tot het andere einde van de aarde,

alles ter wereld ervaart haar stralende gloed.

8De wet van de Here

is volmaakt en goed,

zij verandert ons leven.

De woorden van de Here

zijn altijd betrouwbaar,

zij geven wijsheid aan de onwetende.

9Het bevel van de Here

is een vreugde voor ons hart.

Het gebod van de Here

is zuiver en geeft ons een duidelijk inzicht.

10Het ontzag voor de Here

is rein en blijft altijd bestaan.

De voorschriften van de Here

bevatten louter waarheid,

zij zijn altijd rechtvaardig.

11Zij zijn veel kostbaarder dan goud

en zoeter dan de zuiverste honing,

vers uit de raat.

12De knecht van God

neemt ze ernstig en leert ervan,

het houden ervan

levert de rijkste beloning op.

13God, vergeef mij

ook mijn onbewuste zonden,

want wie kent al zijn fouten?

14Ik ben uw dienaar, Here.

Bewaar mij voor overmoedigheid.

Geef dat die geen kans krijgt in mijn leven.

Dan kan ik pas echt naar uw wil leven

en zal ik niet zondigen.

15Ik bid U, Here,

dat alles wat ik zeg met mijn mond

en denk in mijn hart,

naar uw wil mag zijn.

Here, U bent mijn rots en mijn bevrijder.

New International Reader's Version

Psalm 19:1-14

Psalm 19

For the director of music. A psalm of David.

1The heavens tell about the glory of God.

The skies show that his hands created them.

2Day after day they speak about it.

Night after night they make it known.

3But they don’t speak or use words.

No sound is heard from them.

4Yet their voice goes out into the whole earth.

Their words go out from one end of the world to the other.

God has set up a tent in the heavens for the sun.

5The sun is like a groom leaving the room of his wedding night.

The sun is like a great runner who takes delight in running a race.

6It rises at one end of the heavens.

Then it moves across to the other end.

Everything enjoys its warmth.

7The law of the Lord is perfect.

It gives us new strength.

The laws of the Lord can be trusted.

They make childish people wise.

8The rules of the Lord are right.

They give joy to our hearts.

The commands of the Lord shine brightly.

They give light to our minds.

9The law that brings respect for the Lord is pure.

It lasts forever.

The commands the Lord gives are true.

All of them are completely right.

10They are more priceless than gold.

They have greater value than huge amounts of pure gold.

They are sweeter than honey

that is taken from the honeycomb.

11Your servant is warned by them.

When people obey them, they are greatly rewarded.

12But who can know their own mistakes?

Forgive my hidden faults.

13Also keep me from the sins I want to commit.

May they not be my master.

Then I will be without blame.

I will not be guilty of any great sin against your law.

14Lord, may these words of my mouth please you.

And may these thoughts of my heart please you also.

You are my Rock and my Redeemer.