Het Boek

Psalmen 144

1Van David.

Ik prijs de Here, Hij ondersteunt mij.
Hij maakt mij klaar voor de strijd,
gereed om aan te vallen.
God betoont mij zijn goedheid en liefde.
Hij beschermt mij.
Hij bevrijdt mij en geeft mij een schuilplaats.
Achter Hem kan ik schuilen.
Hij laat mij volken overwinnen.
Here, hoe is het mogelijk
dat U zelfs naar kleine mensen omziet?
Waarom zijn zij U zoveel waard?
Zoals een ademtocht voorbijglijdt
en in het niets verdwijnt,
vliegt ook een mensenleven voorbij.
Here, kom uit uw hoge hemel naar beneden
en raak de vulkanen aan zodat zij uitbarsten.
Zwaai uw bliksemschichten in het rond,
schiet uw pijlen af zodat zij in verwarring raken.
Kom met uw macht uit de hoge hemel
en verlos mij uit dit grote gevaar,
uit de macht van vreemde volken.
Liegen en bedriegen is voor hen zo gewoon.
Mijn God, ik wil voor U
een prachtig, nieuw lied zingen.
Onder begeleiding van de harp
zal ik psalmen voor U zingen.
10 U geeft koningen de overwinning
en verlost mij, uw dienaar David,
van de vreemde overheersing.
11 Verlos mij uit de overheersing
van de vreemde volken,
zij liegen en bedriegen
alsof geen waarheid bestaat.
12 Laat onze zonen opgroeien
als sterke jonge mannen
en onze jonge vrouwen worden
als de fraaiste beeldhouwwerken.
13 Geef ons voldoende voedselvoorraden,
van alles wat wij nodig hebben.
Laat onze schaapskudden enorm groot worden.
14 Laat ons vee gezonde jongen werpen.
Laat er vrede in het land zijn
en geen aanleiding tot paniek of vluchten.
15 Het volk dat zo kan leven,
is een gelukkig volk!
Het volk dat de Here God aanbidt,
is een gelukkig volk!

The Message

Psalm 144

A David Psalm

11-2 Blessed be God, my mountain,
    who trains me to fight fair and well.
He’s the bedrock on which I stand,
    the castle in which I live,
    my rescuing knight,
The high crag where I run for dear life,
    while he lays my enemies low.

3-4 I wonder why you care, God
    why do you bother with us at all?
All we are is a puff of air;
    we’re like shadows in a campfire.

5-8 Step down out of heaven, God;
    ignite volcanoes in the hearts of the mountains.
Hurl your lightnings in every direction;
    shoot your arrows this way and that.
Reach all the way from sky to sea:
    pull me out of the ocean of hate,
    out of the grip of those barbarians
Who lie through their teeth,
    who shake your hand
    then knife you in the back.

9-10 O God, let me sing a new song to you,
    let me play it on a twelve-string guitar—
A song to the God who saved the king,
    the God who rescued David, his servant.

11 Rescue me from the enemy sword,
    release me from the grip of those barbarians
Who lie through their teeth,
    who shake your hand
    then knife you in the back.

12-14 Make our sons in their prime
    like sturdy oak trees,
Our daughters as shapely and bright
    as fields of wildflowers.
Fill our barns with great harvest,
    fill our fields with huge flocks;
Protect us from invasion and exile—
    eliminate the crime in our streets.

15 How blessed the people who have all this!
How blessed the people who have God for God!