Het Boek

Psalmen 143:1-12

1Een psalm van David.

Here, luister naar mijn bidden,

hoor toch hoe ik smeek.

U bent trouw en rechtvaardig,

antwoord mij dan ook.

2Oordeel uw dienaar niet,

want geen mens is in uw ogen rechtvaardig.

3Mijn vijand achtervolgt mij.

Hij wil mij doden en mij het dodenrijk injagen,

de duisternis in.

4Ik weet mij geen raad meer

en ben zo verschrikkelijk bang.

5Ik denk aan vroeger

en aan wat U toen allemaal deed.

Alles wat U hebt gedaan en gemaakt,

trekt aan mijn geestesoog voorbij.

6Ik strek mijn handen naar U uit.

Ik verlang naar U

zoals droog land naar water verlangt.

7Geef mij snel antwoord, Here,

want ik houd het niet meer uit.

Verberg U niet voor mij,

want dan kan ik beter sterven.

8Laat mij ʼs morgens vroeg al

uw goedheid en liefde ervaren.

Ik vertrouw U volkomen.

Laat mij weten welke weg ik moet inslaan.

Alles in mij richt zich op U.

9Here, bevrijd mij van mijn tegenstanders,

ik vlucht naar U.

10Leer mij te doen wat U van mij vraagt.

U bent mijn God, de goedheid Zelf.

Uw Geest leidt mij op een effen weg.

11Here, laat mij leven tot eer van uw naam.

U bent rechtvaardig.

Haal mij uit deze ellende en moeilijkheden.

12Betoon uw goedheid en liefde

en vernietig mijn tegenstanders.

Ik ben uw dienaar.

Slaat U ieder neer die mij naar het leven staat.

Nova Versão Internacional

Salmos 143:1-12

Salmo 143

Salmo davídico.

1Ouve, Senhor, a minha oração,

dá ouvidos à minha súplica;

responde-me por tua fidelidade e por tua justiça.

2Mas não leves o teu servo a julgamento,

pois ninguém é justo diante de ti.

3O inimigo persegue-me

e esmaga-me ao chão;

ele me faz morar nas trevas,

como os que há muito morreram.

4O meu espírito desanima;

o meu coração está em pânico.

5Eu me recordo dos tempos antigos;

medito em todas as tuas obras

e considero o que as tuas mãos têm feito.

6Estendo as minhas mãos para ti;

como a terra árida, tenho sede de ti. Pausa

7Apressa-te em responder-me, Senhor!

O meu espírito se abate.

Não escondas de mim o teu rosto,

ou serei como os que descem à cova.

8Faze-me ouvir do teu amor leal pela manhã,

pois em ti confio.

Mostra-me o caminho que devo seguir,

pois a ti elevo a minha alma.

9Livra-me dos meus inimigos, Senhor,

pois em ti eu me abrigo.

10Ensina-me a fazer a tua vontade,

pois tu és o meu Deus;

que o teu bondoso Espírito

me conduza por terreno plano.

11Preserva-me a vida, Senhor,

por causa do teu nome;

por tua justiça, tira-me desta angústia.

12E no teu amor leal, aniquila os meus inimigos;

destrói todos os meus adversários,

pois sou teu servo.