Het Boek

Psalmen 143

1Een psalm van David.

Here, luister naar mijn bidden,
hoor toch hoe ik smeek.
U bent trouw en rechtvaardig,
antwoord mij dan ook.
Oordeel uw dienaar niet,
want geen mens is in uw ogen rechtvaardig.
Mijn vijand achtervolgt mij.
Hij wil mij doden en mij het dodenrijk injagen,
de duisternis in.
Ik weet mij geen raad meer
en ben zo verschrikkelijk bang.
Ik denk aan vroeger
en aan wat U toen allemaal deed.
Alles wat U hebt gedaan en gemaakt,
trekt aan mijn geestesoog voorbij.
Ik strek mijn handen naar U uit.
Ik verlang naar U
zoals droog land naar water verlangt.
Geef mij snel antwoord, Here,
want ik houd het niet meer uit.
Verberg U niet voor mij,
want dan kan ik beter sterven.
Laat mij ʼs morgens vroeg al
uw goedheid en liefde ervaren.
Ik vertrouw U volkomen.
Laat mij weten welke weg ik moet inslaan.
Alles in mij richt zich op U.
Here, bevrijd mij van mijn tegenstanders,
ik vlucht naar U.
10 Leer mij te doen wat U van mij vraagt.
U bent mijn God, de goedheid Zelf.
Uw Geest leidt mij op een effen weg.
11 Here, laat mij leven tot eer van uw naam.
U bent rechtvaardig.
Haal mij uit deze ellende en moeilijkheden.
12 Betoon uw goedheid en liefde
en vernietig mijn tegenstanders.
Ik ben uw dienaar.
Slaat U ieder neer die mij naar het leven staat.

La Bible du Semeur

Psaumes 143

Conduis-moi dans tes voies!

1Psaume de David.

O Eternel, écoute ma prière,
prête l’oreille à mes supplications!
Tu es fidèle et tu es juste, réponds-moi donc!
N’entre pas en procès avec ton serviteur!
Aucun vivant n’est juste devant toi[a].

Un ennemi me poursuit sans relâche,
et il veut écraser ma vie à terre,
il me fait demeurer dans les ténèbres
comme les morts, ces gens des temps passés.
J’ai l’esprit abattu,
je suis désemparé.
Je me souviens des temps anciens,
je me redis tout ce que tu as fait,
et je médite sur l’œuvre de tes mains.
Je tends les mains vers toi,
je me sens devant toi comme une terre aride.
            Pause
O Eternel, viens vite m’exaucer,
je me sens défaillir.
Ne te détourne pas de moi,
de peur que je sois comme ceux qui descendent dans le tombeau.
Dès le matin, annonce-moi ta bienveillance,
car c’est en toi que j’ai mis ma confiance!
Fais-moi connaître la voie que je dois suivre,
car c’est vers toi que je me tourne!
Délivre-moi, ô Eternel, de tous mes ennemis,
je cherche mon refuge auprès de toi!
10 Enseigne-moi à accomplir ce qui te plaît,
car tu es mon Dieu!
Que ton Esprit qui est bon me conduise sur un sol aplani:
11 Par égard pour ta renommée, ô Eternel, garde ma vie,
toi qui es juste; délivre-moi de la détresse.

12 Dans ton amour, tu détruiras mes ennemis,
et tu feras périr tous mes persécuteurs,
car moi, je suis ton serviteur.

Notas al pie

  1. 143.2 Voir Rm 3.10, 20; Ga 2.16.