Het Boek

Psalmen 142

1Een leerzaam gedicht van David. Hij schreef dit gebed toen hij zich in de grot verborg.

Hardop roep ik naar de Here
en ik smeek Hem naar mij te luisteren.
Ik stort mijn hele hart voor Hem uit,
al mijn ellende vertel ik Hem.
Als alles mij te veel wordt,
weet U hoe ik verder moet.
Men zet vallen voor mij op het pad dat ik moet gaan.
Ik kijk naar rechts en zie uit naar hulp,
maar geen mens kijkt naar mij om.
Ik heb geen plek om te schuilen
en niemand vraagt hoe het met mij gaat.
Here, ik roep naar U:
‘U bent de beste plaats om te schuilen.
U houdt mij in leven.
Luister naar mijn smeekgebed,
ik ben zo verzwakt.
Bevrijd mij van de vijanden
die mij achtervolgen,
zij zijn veel sterker dan ik.
Leid mij uit deze diepe ellende,
dan zal ik uw naam prijzen.
Als U mij redt,
zullen oprechte mensen om mij heen komen staan.’

Mawu a Mulungu mu Chichewa Chalero

Masalimo 142

Ndakatulo ya Davide, pamene iyeyo anali mʼphanga. Pemphero.

1Ndikulirira Yehova mofuwula;
    ndikukweza mawu anga kwa Yehova kupempha chifundo.
Ndikukhuthula madandawulo anga pamaso pake;
    ndikufotokoza za masautso anga pamaso pake.

Pamene mzimu wanga walefuka mʼkati mwanga,
    ndinu amene mudziwa njira yanga.
Mʼnjira imene ndimayendamo
    anthu anditchera msampha mobisa.
Yangʼanani kumanja kwanga ndipo onani;
    palibe amene akukhudzika nane.
Ndilibe pothawira;
    palibe amene amasamala za moyo wanga.

Ndilirira Inu Yehova;
    ndikuti, “Ndinu pothawirapo panga,
    gawo langa mʼdziko la anthu amoyo.”
Mverani kulira kwanga
    pakuti ndathedwa nzeru;
pulumutseni kwa amene akundithamangitsa
    pakuti ndi amphamvu kuposa ine.
Tulutseni mʼndende yanga
    kuti nditamande dzina lanu.

Ndipo anthu olungama adzandizungulira
    chifukwa cha zabwino zanu pa ine.