Het Boek

Psalmen 141

1Een psalm van David.

Och Here, ik schreeuw het uit tot U, kom mij snel te hulp.
Luister naar mijn stem als ik U aanroep.
Laat mijn gebed U als een reukoffer bereiken.
Laten mijn opgeheven handen voor U als een avondoffer zijn.
Here, help mij niet te snel te spreken,
zorgt U ervoor dat geen verkeerd woord over mijn lippen komt.
Laat mijn hart het kwade uit de weg gaan,
zorg dat ik nooit goddeloze dingen doe.
Houd mij ver van de misdadigers
en help mij de verleiding te weerstaan
om te delen in hun overvloed.
Als ik word geslagen door iemand die oprecht is,
weet ik dat hij het uit liefde doet.
Als hij mij terechtwijst,
doet mij dat goed.
Ik zal er op letten.
Ik zal blijven bidden,
ook als men mij kwaad doet.
Al vallen zij in de handen van hun rechters,
dan nog zullen zij mij alleen maar goede dingen horen zeggen.
Zoals een rots zich splijt en de aarde openscheurt,
zo liggen onze beenderen verspreid
voor de ingang van het dodenrijk.
Ik kijk alleen maar uit naar U, Here, mijn God.
Ik weet dat U mij beschermt, lever mij niet aan hen uit.
Bescherm mij voor de strikken die zij hebben gezet,
voor de valkuilen die misdadigers voor mij hebben gegraven.
10 Ik hoop dat de ongelovigen zelf in die kuilen terechtkomen,
allemaal, terwijl ik eraan voorbij ga.

The Message

Psalm 141

A David Psalm

11-2 God, come close. Come quickly!
    Open your ears—it’s my voice you’re hearing!
Treat my prayer as sweet incense rising;
    my raised hands are my evening prayers.

3-7 Post a guard at my mouth, God,
    set a watch at the door of my lips.
Don’t let me so much as dream of evil
    or thoughtlessly fall into bad company.
And these people who only do wrong—
    don’t let them lure me with their sweet talk!
May the Just One set me straight,
    may the Kind One correct me,
Don’t let sin anoint my head.
    I’m praying hard against their evil ways!
Oh, let their leaders be pushed off a high rock cliff;
    make them face the music.
Like a rock pulverized by a maul,
    let their bones be scattered at the gates of hell.

8-10 But God, dear Lord,
    I only have eyes for you.
Since I’ve run for dear life to you,
    take good care of me.
Protect me from their evil scheming,
    from all their demonic subterfuge.
Let the wicked fall flat on their faces,
    while I walk off without a scratch.