Het Boek

Psalmen 141:1-10

1Een psalm van David.

Och Here, ik schreeuw het uit tot U, kom mij snel te hulp.

Luister naar mijn stem als ik U aanroep.

2Laat mijn gebed U als een reukoffer bereiken.

Laten mijn opgeheven handen voor U als een avondoffer zijn.

3Here, help mij niet te snel te spreken,

zorgt U ervoor dat geen verkeerd woord over mijn lippen komt.

4Laat mijn hart het kwade uit de weg gaan,

zorg dat ik nooit goddeloze dingen doe.

Houd mij ver van de misdadigers

en help mij de verleiding te weerstaan

om te delen in hun overvloed.

5Als ik word geslagen door iemand die oprecht is,

weet ik dat hij het uit liefde doet.

Als hij mij terechtwijst,

doet mij dat goed.

Ik zal erop letten.

Ik zal blijven bidden,

ook als men mij kwaad doet.

6Al vallen zij in de handen van hun rechters,

dan nog zullen zij mij alleen maar goede dingen horen zeggen.

7Zoals een rots zich splijt en de aarde openscheurt,

zo liggen onze beenderen verspreid

voor de ingang van het dodenrijk.

8Ik kijk alleen maar uit naar U, Here, mijn God.

Ik weet dat U mij beschermt, lever mij niet aan hen uit.

9Bescherm mij voor de strikken die zij hebben gezet,

voor de valkuilen die misdadigers voor mij hebben gegraven.

10Ik hoop dat de ongelovigen zelf in die kuilen terechtkomen,

allemaal, terwijl ik eraan voorbijga.

Japanese Contemporary Bible

詩篇 141:1-10

141

1主よ、どうか早く、私の祈りに答えてください。

助けを呼び求める声を聞いてください。

2私の祈りが、夕方の供え物となり、

あなたの前に立ち上る香となりますように。

3主よ、どうか、この口を堅く閉じ、

くちびるに封をさせてください。

4悪に走る汚れた心を取り除いてください。

罪人の仲間入りをして、

彼らのごちそうにありつこうなどと

思うことのないようにしてください。

5神を敬う人からのきびしい忠告は、

私を思う心から出たものです。

非難されたように感じても、

私にとって薬となるのです。

私が彼らの非難を拒絶することがありませんように。

私は、悪者どもには警戒を怠らず、

彼らの悪行に対抗して絶えず祈ります。

6-7悪者どもの指導者たちが罰を受け、

その骨が地にばらまかれるなら、

彼らは初めて私のことばに注意をはらい、

今まで、私が彼らを助けようとしていたことに

気づくでしょう。

8私の主よ。私はあなたを見つめ、

いつ助けてくださるかと待っています。

あなたは私の隠れ家ですから、

彼らに手出しをさせないでください。

9彼らの罠に近づけないでください。

10その罠には彼ら自身がかかり、

私は難を免れることができますように。