Het Boek

Psalmen 119

1Gelukkig zijn de mensen die een zuiver leven leiden
en zich houden aan de wet van de Here.
Gelukkig zijn de mensen die Hem dienen
en zijn woord bewaren in hun hart.
Gelukkig zijn de mensen die geen misdaden begaan,
maar leven zoals God wil.
U hebt ons uw bevelen gegeven
met de bedoeling dat wij ons daaraan houden.
Ik wilde wel dat ik zo standvastig was,
dat ik altijd uw regels zou naleven.
Dan zou ik mij nooit hoeven te schamen
als ik uw wet las.
Met een eerlijk en oprecht hart zal ik U prijzen,
als ik anderen les geef over rechtvaardige wetten.
Ik zal mij houden aan uw leefregels.
Laat mij niet in de steek.
Hoe kan een jonge man zuiver leven?
Als hij zich laat leiden door uw woord.
10 Met mijn hele hart wil ik U volgen.
Helpt U mij om niet van U af te dwalen.
11 Ik vul mijn hart met uw woorden, dat is de enige manier
om niet te zondigen en U geen verdriet te doen.
12 Here, U bent het zo waard te worden geprezen!
Leer mij alles over uw wet.
13 Ik spreek over alle wetten
die U hebt gemaakt.
14 Ik ben zo blij als ik veel over U mag spreken.
Dat geeft mij meer vreugde dan aardse rijkdom.
15 Ik wil blijven nadenken over uw leefregels
en zal U trouw volgen.
16 Uw gebod geeft mij de grootste vreugde.
Ik zal uw woord nooit vergeten.
17 Ik ben uw dienaar, bewaart U mij,
dan kan ik mij mijn hele leven houden aan uw woord.
18 Open mijn ogen,
zodat ik alle wonderen in uw wet kan ontdekken.
19 Hier op aarde voel ik mij slechts een vreemdeling,
laat uw gebod niet voor mij zijn verborgen.
20 Alles in mij verlangt
voortdurend naar uw voorschriften.
21 Mensen die eigenzinnig van uw wet afdwalen,
worden door U bedreigd en zijn al vervloekt.
22 Wilt U elke vorm van spot en schande bij mij weghouden,
want ik ben trouw aan alles wat U zegt.
23 Zelfs al zouden koningen gezamenlijk een aanslag op mij beramen,
dan nog zou ik, uw dienaar, alleen maar uw wetten overdenken.
24 Alles wat U hebt gezegd en wat in uw woord staat,
is voor mij een grote vreugde
en ik laat mij door uw woorden raad geven.
25 Ik merk hoe mijn hart aan deze aarde hangt,
geef mij het leven door uw woord.
26 Ik heb U alles verteld wat ik heb gedaan
en U hebt mij ook antwoord gegeven.
Leer mij nu hoe ik naar uw wil kan leven.
27 Laat mij begrijpen wat U in uw wet bedoelt,
zodat ik kan nadenken over alle wonderen die U doet.
28 Mijn hart huilt van verdriet en wanhoop,
helpt U mij overeind door uw woord.
29 Wilt U mij op het rechte pad houden?
Geef mij in uw genade uw wetten.
30 Ik kies ervoor de waarheid te volgen.
Daarom denk ik voortdurend aan uw leefregels.
31 Ik houd mij vast aan alles wat U gezegd hebt, Here.
Stel mij niet teleur.
32 Ik zal de weg van uw wet volgen,
omdat U mij alle levensruimte geeft.
33 Leer mij, Here, hoe ik de weg van uw wet kan volgen.
Dan zal ik mij mijn leven lang daaraan houden.
34 Maak mij verstandig,
want dan kan ik uw wet houden zoals U wilt.
Met mijn hele hart wil ik mij aan uw wet houden.
35 Laat mij lopen op het pad van uw geboden,
dat maakt mij gelukkig.
36 Ik wil zo graag dat mijn hart uitgaat
naar alles wat U gezegd hebt en niet naar geld verdienen.
37 Help mij niet naar zinloze dingen te kijken.
Ik wil in dit leven gelukkig worden door U te volgen.
38 Ik ben uw dienaar en heb diep ontzag voor U.
Wilt U laten blijken dat uw beloften waar zijn?
39 Ik ben bang voor schande.
Neemt U die angst toch weg,
want uw geboden zijn zo goed.
40 Heus, ik verlang naar uw bevelen.
Laat U mij toch zuiver leven door uw rechtvaardigheid.
41 Ik bid dat U mij uw goedheid en liefde laat ervaren, Here.
En bevrijdt U mij zoals U hebt beloofd.
42 Dan weet ik iets terug te zeggen als men mij bespot,
want ik wil alleen zo spreken dat het overeenstemt met uw woord.
43 Laat mij uw woorden van waarheid spreken.
Ik heb vertrouwen in uw besluiten.
44 Ik wil mij onafgebroken houden aan uw wet,
mijn leven lang.
45 Dan ga ik mijn weg onbevangen en zonder belemmering,
omdat ik mij richt naar uw woord.
46 Zelfs voor koningen kan ik dan over uw wet spreken
zonder mij te schamen.
47 Ik geniet van uw wet en houd van haar.
48 Daarom strek ik mijn handen uit naar uw geboden,
waarvan ik zoveel houd.
Dan denk ik rustig na over alles wat U hebt vastgelegd.
49 Denk aan wat U tegen mij hebt gezegd,
ik ben immers uw dienaar en U hebt mij hoop gegeven.
50 Dat troost mij in alle ellende die ik meemaak.
Uw beloften geven mij weer leven.
51 Ongelovigen kunnen mij nog zo bespotten,
ik stap niet af van uw wet.
52 Here, als ik denk aan alles
wat U sinds mensenheugenis hebt voorgeschreven,
voel ik mij getroost.
53 De goddeloze mensen die uw wet links laten liggen,
brengen mij tot grote verontwaardiging.
54 Uw leefregels zijn muziek voor mij,
zolang ik hier op aarde woon,
ik voel mij hier een vreemdeling.
55 Als ik ʼs nachts wakker lig,
denk ik aan uw grote naam, Here,
en ook dan houd ik mij aan uw wetten.
56 Dat heb ik van U ontvangen,
omdat ik uw leefregels zorgvuldig bewaar.
57 De Here heeft Zichzelf aan mij gegeven,
ik heb ook beloofd mij altijd aan uw woord te houden.
58 Ik verlang er met mijn hele hart naar
dat U mij goed gezind bent,
geef mij uw genade zoals U hebt beloofd.
59 Ik denk na over mijn levensweg
en haast mij om uw woord te volgen.
60 Zonder aarzelen haast ik mij
te doen wat U voorschrijft.
61 Hoewel de ongelovigen om mij heen
mij voortdurend willen vangen,
vergeet ik niet wat U in uw wet zegt.
62 Rond middernacht sta ik op om U te prijzen
voor uw rechtvaardige wetten en geboden.
63 Ik ga mijn weg samen met alle mensen
die ook ontzag voor U hebben
en die leven volgens uw gebod.
64 De aarde is vol van uw goedheid en liefde, Here.
Leer mij alles over uw wetten.
65 U hebt mij, uw dienaar, het goede gegeven.
Precies, Here, zoals uw woord dat aangeeft.
66 Geef mij een goed onderscheidingsvermogen en verstand,
want ik stel mijn vertrouwen op uw wet.
67 Voordat ik in moeilijkheden kwam, dwaalde ik vaak van U af.
Maar nu houd ik mij alleen nog aan wat U zegt.
68 U bent een goede God en doet het goede voor de mensen.
Leer mij alles wat U van de mensen wilt.
69 Ongelovigen schuiven mij allerlei leugens in de schoenen,
maar ik houd mij met mijn hele hart vast aan uw wet.
70 Zij hebben harten van steen,
maar ik ervaar vreugde als ik aan uw wet denk.
71 Het is goed dat ik grote moeilijkheden heb doorgemaakt,
want daardoor heb ik U en uw wet beter leren kennen.
72 Uw woorden gaan voor mij ver boven
grote rijkdommen aan goud en zilver.
73 U hebt mij met uw eigen handen gemaakt.
Maak mij verstandig, zodat ik alles over uw wet kan leren.
74 Andere mensen die ook diep ontzag voor U hebben,
zijn blij als zij mij zien en meemaken,
omdat ik op uw woord vertrouw.
75 Here, ik weet dat uw oordeel een rechtvaardig oordeel is.
Dat U mij trouw bleef in al mijn ellende.
76 Ik bid dat uw goedheid en liefde mij zullen troosten.
Dat hebt U mij, uw dienaar, immers beloofd?
77 Laat uw liefdevolle meeleven mij bereiken,
zodat ik leven kan. Ik verheug mij in uw wetten.
78 Laat de ongelovigen toch tot inzicht komen en zich schamen,
omdat zij mij onterecht kwaad deden.
Ik denk voortdurend aan wat U mij hebt opgedragen.
79 Wilt U mensen die diep ontzag voor U koesteren
en uw wet kennen, naar mij toe sturen?
80 Ik wil met volledige toewijding uw wet naleven,
zodat ik mij nooit hoef te schamen.
81 Alles in mij verlangt naar uw bevrijding,
zoals U hebt beloofd.
82 Mijn ogen kijken verlangend uit naar
de vervulling van uw belofte,
wanneer komt U om mij te troosten?
83 Ik ben oud en onaantrekkelijk geworden,
maar toch heb ik uw wet niet vergeten.
84 Hoe lang laat U mij nog in leven?
Wanneer gaat U nu eens wraak nemen op mijn vijanden?
85 Ongelovigen, die zich niet interesseren voor uw wet,
hebben een kuil voor mij gegraven.
86 U bent toch trouw aan alles wat U hebt beloofd?
Help mij toch! Zij achtervolgen mij terwijl ik niets heb gedaan.
87 Het is hun bijna gelukt mij te doden,
maar ik heb mij vastgehouden aan uw bevelen.
88 Laat ik mogen leven
in overeenstemming met uw goedheid en liefde.
Dan zal ik blijven spreken over uw grote daden.
89 Here, uw woord blijft eeuwig bestaan
tot in de hemelen toe.
90 U bewijst uw trouw aan elke generatie.
U hebt ook de aarde gemaakt,
zodat die stevig gegrondvest is.
91 Vandaag de dag staat alles vast volgens uw voorschriften.
Alles is aan U onderworpen.
92 Als ik niet voortdurend de vreugde van uw wet had ervaren,
was ik in alle moeilijkheden ten onder gegaan.
93 Nooit zal ik uw wetten vergeten,
want juist door die wetten hebt U mij het leven weer gegeven.
94 Ik ben uw eigendom, bevrijd mij.
Ik verlang naar uw opdrachten.
95 Ongelovigen zijn er op uit mij te vernietigen,
maar ik let uitsluitend op uw woord.
96 Ik heb gezien hoe alles, hoe geweldig ook,
eens een einde heeft.
Maar ik weet dat uw geboden oneindig zijn.
97 Wat houd ik veel van uw wet!
Ik denk er de hele dag over na.
98 Uw geboden geven mij meer wijsheid
dan mijn vijanden hebben.
Want ik heb ze altijd bij me.
99 Ik heb meer verstand
dan de mensen die mij eens lesgaven,
omdat ik voortdurend uw woorden overdenk.
100 Ik heb meer inzicht
dan de oude mensen,
omdat ik uw bevelen zorgvuldig bewaar.
101 Ik zorg ervoor dat ik niet op het verkeerde pad kom,
zo kan ik mij houden aan uw woord.
102 Ik volg uw voorschriften nauwgezet op,
alles leer ik van U.
103 Alles wat U zegt, is heerlijk om naar te luisteren.
Het klinkt zoeter dan honing.
104 Door uw wet heb ik inzicht gekregen
en daarom haat ik de leugen.
105 Uw woord is een stralend licht,
dat mij de weg door het leven wijst.
106 Ik heb een eed afgelegd
en daar wil ik mij aan houden.
Ik heb daarbij toegezegd dat ik mij altijd
zal houden aan uw rechtvaardige wetten.
107 Ik heb zulke grote moeilijkheden. Here,
geef mij toch het leven weer door uw woord.
108 Ik spreek ongedwongen over U, Here,
en hoop dat U daar genoegen in hebt.
Leer mij alles over uw wetten.
109 Ik zal nooit uw wet vergeten,
ook al is mijn leven voortdurend in gevaar.
110 Ongelovigen proberen mij te vangen,
maar ik blijf bij wat U hebt gezegd.
111 Alles wat U hebt gezegd,
heb ik als een blijvend erfdeel gekregen.
Ik ben er heel erg blij mee.
112 Ik verlang ernaar altijd te doen
wat U hebt gezegd, mijn leven lang.
113 Ik heb een hekel aan aarzelende mensen,
maar houd zielsveel van uw wet.
114 Bij U kan ik schuilen en U beschermt mij.
Ik verwacht het van uw beloften.
115 Kom mij niet te na, misdadigers,
want ik wil mij houden aan het gebod van mijn God.
116 U hebt beloofd mij te zullen ondersteunen.
Doet U dat nu ook, zodat ik blijf leven. Stel mij niet teleur.
117 Geef mij uw kracht en bevrijd mij.
Dan zal ik mij blijven verheugen in uw geboden.
118 Ieder die zich niet aan uw wet houdt,
doet U ver van U weg.
Wat zij zeggen en doen is zinloos.
119 Alle goddelozen op aarde
worden eens door U weggevaagd.
Ook dat is voor mij een reden uw wet lief te hebben.
120 Ik ben bang voor uw oordeel,
mijn hele lichaam trilt van angst.
121 Ik heb altijd eerlijk en oprecht geleefd,
laten mijn vijanden mij niet in hun macht krijgen.
122 Stelt U Zich garant voor mij en zorg ervoor
dat ongelovigen mij niet achtervolgen.
123 Ik verlang ernaar U te zien
en uw rechtvaardig woord te horen.
124 Wilt U met uw goedheid en liefde met mij omgaan
en mij alles leren over uw wetten.
125 Ik ben uw dienaar, maak mij verstandig,
zodat ik uw wetten kan begrijpen.
126 Here, voor U is de tijd aangebroken om op te treden,
want men heeft uw wetten overtreden.
127 Ik houd van uw geboden,
meer dan van het mooiste goud.
128 Daarom geloof ik ook
dat al uw bevelen rechtvaardig zijn,
ik haat de leugen.
129 Alles wat U hebt gezegd, is geweldig en heerlijk.
Daarom onthoud ik alles wat ik van U hoor.
130 Door te luisteren naar uw woord,
komt er licht en duidelijkheid in mijn leven.
Zelfs onverstandige mensen ontwikkelen inzicht.
131 Ik smacht van verlangen
naar alles wat U gebiedt.
132 Kom bij mij en geef mij uw genade.
Mensen die van U houden, mogen zich immers daarop beroepen?
133 Doet U mij wandelen op mijn levenspad, zoals U hebt beloofd.
Houd het onrecht ver van mij.
134 Bevrijd mij uit de onderdrukking van mijn vijanden,
dan zal ik voortaan alles doen wat U hebt bevolen.
135 Ik ben uw dienaar, laat uw licht over mij schijnen
en leer mij alles wat ik van U moet weten.
136 Mijn tranen vloeien als rivieren en mijn verdriet is groot,
omdat mijn volk niet leeft volgens uw wet.
137 Here, U bent rechtvaardig
en uw leefregels zijn betrouwbaar.
138 Toen U ons uw geboden gaf,
was dat in oprechtheid
en het getuigde van uw grote trouw.
139 Ik word beheerst door het verlangen U te dienen,
temeer omdat mijn vijanden U in de steek laten.
140 Uw woorden zijn volkomen zuiver.
Ik, uw dienaar, heb ze van harte lief.
141 Ik ben maar gering en niemand acht mij hoog,
maar ik denk voortdurend aan uw geboden.
142 Uw rechtvaardigheid is eeuwig
en alleen uw wet is de waarheid.
143 Ook al overkomt mij allerlei ellende en achtervolging,
juist dan zijn uw geboden voor mij een vreugde.
144 Alles wat U hebt gezegd, bevat rechtvaardigheid voor altijd.
Als U mij verstandig maakt, kan ik werkelijk leven.
145 Here, ik roep met mijn hele hart naar U,
antwoord mij toch. Ik zal uw geboden naleven.
146 Ik roep naar U, bevrijd mij!
Dan zal ik elk gebod van U in ere houden.
147 Nog voor de zon opkomt, roep ik U te hulp.
Ik verwacht een woord van U.
148 Nog voor de nachtwakers aan het werk gaan,
zie ik al weer uit naar uw belofte.
149 Wilt U met uw liefde en goedheid naar mij luisteren?
Here, als uw recht mij leidt, kan ik leven.
150 Om mij heen zijn mensen die in zonde leven,
van uw wet willen zij niets weten.
151 U bent dichtbij mij, Here.
Ik weet dat al uw woorden waar zijn.
152 Uit uw woorden weet ik dat U van het begin af
aan alles een vaste plaats hebt gegeven.
153 Let toch op mijn moeilijkheden en bevrijd mij.
Ik zal uw wet echt niet vergeten.
154 Wees rechter over mij en red mij.
U hebt beloofd mij nieuw leven te geven.
155 De ongelovigen zullen niet worden gered,
want zij willen zich niet aan uw leefregels houden.
156 Uw liefdevolle meeleven is zo groot, Here.
U hebt bevolen dat ik het leven weer zou krijgen.
157 Het aantal vijanden dat mij achtervolgt, is groot,
toch zal ik niet van uw woorden afwijken.
158 Ik voel weerzin als ik mensen zie die van U zijn afgeweken,
want zij houden zich niet aan wat U zegt.
159 Ziet U wel hoeveel ik van uw wet houd?
Here, laten uw goedheid en liefde weer nieuw leven geven.
160 Nergens in uw woord is iets onwaars, alles is de waarheid.
Al uw rechtvaardige geboden zijn eeuwig.
161 Zonder aanleiding word ik achtervolgd door koningen,
maar uw woord is het enige dat ik vrees, daarvoor heb ik ontzag.
162 Ik ben zo blij met uw woord,
alsof onverwachte rijkdom mij in de schoot valt.
163 Ik heb een hartgrondige hekel aan leugens,
daarentegen houd ik heel veel van uw wet.
164 Zeven keer per dag prijs ik U,
omdat U ons een rechtvaardige wet hebt gegeven.
165 Mensen die van uw wet houden,
ervaren een diepe vrede in het hart.
Er staat hun niets in de weg.
166 Here, ik verwacht alleen uitredding van U
en houd mij aan uw geboden.
167 Ik houd mij met mijn hele wezen aan uw woorden,
ik heb ze oprecht lief.
168 Ik blijf trouw aan uw wetten en regels,
want U weet wat goed voor mij is.
169 Here, ik bid dat U mij zult horen.
Wees trouw aan wat U hebt gezegd en maakt U mij verstandig.
170 Laat mijn aanhoudend bidden U bereiken.
Bevrijd mij zoals U hebt beloofd.
171 Overal waar ik kom, zal ik U steeds prijzen,
want U leert mij alles wat U goed vindt.
172 Ik zal een lied zingen over wat U zegt,
omdat alles wat U gebiedt, rechtvaardig is.
173 Laat uw hand mij te hulp komen,
want ik kies ervoor uw geboden na te volgen.
174 Ik verlang naar uw bevrijding, Here.
Uw wet maakt mij gelukkig.
175 Laat mij leven en U prijzen.
Laten uw leefregels mij tot steun zijn.
176 Soms dwaal ik rond als een schaap
dat de herder niet meer kan vinden.
Zoekt U mij dan op,
ik zal uw geboden nooit vergeten.

Nouă Traducere În Limba Română

Psalmii 119

Psalmul 119[a]

Ferice de cei integri în căile lor,
    care umblă după Legea[b] Domnului.
Ferice de cei ce păzesc mărturiile Lui
    şi-L caută din toată inima:
aceia nu săvârşesc nici o nedreptate
    şi umblă pe căile Lui.
Tu ne-ai dat orânduirile Tale,
    ca să fie păzite cu scumpătate.
O, de-ar ţinti căile mele
    să păzească orânduirile Tale!
Când urmez poruncile Tale,
    nu mă ruşinez.
Când voi ajunge să cunosc judecăţile Tale cele drepte,
    Te voi lăuda în curăţie de inimă.
Voi păzi orânduirile Tale:
    nu mă părăsi de tot!

Cum îşi va păstra tânărul curată cărarea?
    Păzind Cuvântul Tău.
10 Te caut din toată inima mea:
    nu mă lăsa să mă abat de la poruncile Tale!
11 Strâng[c] cuvintele[d] Tale în inima mea,
    ca să nu păcătuiesc împotriva Ta.
12 Binecuvântat să fii Tu, Doamne!
    Învaţă-mă orânduirile Tale!
13 Buzele mele vestesc
    toate judecăţile rostite de gura Ta.
14 Când împlinesc mărturiile Tale, mă bucur
    de parcă aş avea toate bogăţiile.
15 Cuget la hotărârile Tale
    şi dau atenţie căilor Tale.
16 Îmi găsesc plăcerea în orânduirile Tale;
    nu voi uita Cuvântul Tău!

17 Răsplăteşte-i robului Tău cu viaţă
    şi voi păzi Cuvântul Tău!
18 Deschide-mi ochii, ca să văd
    minunile din Legea Ta!
19 Eu sunt doar un străin pe pământ:
    nu-Ţi ascunde de mine poruncile Tale!
20 Sufletul mi se topeşte de dor
    după judecăţile Tale, tot timpul.
21 Tu-i mustri pe cei îngâmfaţi, pe cei blestemaţi,
    pe cei ce se rătăcesc de la poruncile Tale.
22 Îndepărtează de la mine ocara şi dispreţul,
    căci păzesc mărturiile Tale!
23 Prinţii stau şi vorbesc împotriva mea,
    dar robul Tău cugetă la orânduirile Tale.
24 Mărturiile Tale sunt desfătarea mea,
    sunt sfetnicii mei.

25 Sufletul meu este lipit de ţărână:
    înviorează-mă, după Cuvântul Tău!
26 Mi-am cercetat căile şi Tu mi-ai răspuns:
    învaţă-mă orânduirile Tale!
27 Deprinde-mă cu hotărârile Tale
    şi voi cugeta la minunile Tale!
28 Sufletul îmi plânge de întristare:
    ridică-mă, după Cuvântul Tău!
29 Ţine-mă departe de calea înşelăciunii;
    binevoieşte să mă înveţi Legea Ta!
30 Aleg calea credincioşiei;
    accept judecăţile tale.
31 Mă alipesc de mărturiile Tale:
    Doamne, nu mă lăsa să fiu dat de ruşine!
32 Alerg pe calea poruncilor Tale,
    căci Tu dai alinare inimii mele.

33 Învaţă-mă, Doamne, să trăiesc după orânduirile Tale,
    şi le voi respecta până la sfârşitul vieţii!
34 Dă-mi pricepere şi voi respecta Legea Ta,
    o voi păzi din toată inima mea!
35 Condu-mă pe cărarea poruncilor Tale,
    căci în aceasta îmi găsesc plăcerea!
36 Apleacă-mi inima spre mărturiile Tale
    şi nu spre câştigul mârşav!
37 Abate-mi privirea de la vederea lucrurilor deşarte;
    înviorează-mă pe calea Ta![e]
38 Împlineşte-Ţi promisiunea făcută robului Tău
    şi celor ce se tem de Tine!
39 Depărtează de la mine ocara ce mă-nspăimântă,
    căci judecăţile Tale sunt bune!
40 O, cât de mult tânjesc după hotărârile Tale:
    înviorează-mă după dreptatea Ta!

41 Să vină, Doamne, peste mine marea Ta îndurare
    şi mântuirea Ta din pricina promisiunii Tale!
42 Atunci îi voi putea răspunde celui ce mă ocărăşte,
    căci mă încred în Cuvântul Tău.
43 Nu mă lăsa fără Cuvântul cel adevărat în gura mea,
    căci nădăjduiesc în judecăţile Tale!
44 Voi păzi Legea Ta
    întotdeauna şi pentru veci de veci!
45 Voi umbla liber,
    căci caut hotărârile Tale.
46 Voi vesti mărturiile Tale înaintea regilor
    şi nu mă voi ruşina.
47 Mă voi desfăta cu poruncile Tale,
    pe care le iubesc.
48 Îmi ridic mâinile spre poruncile Tale, pe care le iubesc,
    şi cuget la orânduirile Tale.

49 Aminteşte-Ţi de cuvântul spus robului Tău,
    în care m-ai făcut să nădăjduiesc!
50 Iată ce-mi aduce mângâiere în suferinţă:
    promisiunea Ta care mă înviorează.
51 Mult mă mai batjocoresc cei mândri,
    dar eu nu mă abat de la Legea Ta.
52 Îmi amintesc de judecăţile Tale din vechime
    şi sunt mângâiat.
53 Sunt cuprins de furie la vederea celor răi,
    a celor ce au părăsit Legea Ta.
54 În casa pribegiei mele
    mi-am făcut din orânduirile Tale cântări.
55 Noaptea îmi amintesc Numele Tău, Doamne!
    Voi păzi Legea Ta!
56 Aşa-mi doresc să fie,
    căci împlinesc hotărârile Tale.

57 Doamne, Tu eşti moştenirea mea: am promis
    că voi păzi cuvintele Tale!
58 Te rog din toată inima mea,
    îndură-te de mine, după promisiunea Ta!
59 Cuget la căile mele,
    îmi îndrept paşii spre mărturiile Tale.
60 Mă grăbesc şi nu întârzii
    să împlinesc poruncile Tale.
61 Funiile celor răi m-au înconjurat,
    dar eu nu uit Legea Ta.
62 La miezul nopţii mă trezesc să-Ţi aduc laude,
    din pricina judecăţilor Tale cele drepte.
63 Eu sunt prieten cu toţi cei ce se tem de Tine
    şi păzesc hotărârile Tale.
64 Doamne, îndurarea Ta umple pământul:
    învaţă-mă orânduirile Tale!

65 Tu faci bine robului Tău,
    Doamne, după Cuvântul Tău.
66 Învaţă-mă să am cunoaştere şi pricepere,
    căci mă încred în poruncile Tale!
67 Înainte să fiu smerit, eu rătăceam;
    acum însă păzesc cuvintele Tale.
68 Tu eşti bun şi faci bine:
    învaţă-mă orânduirile Tale!
69 Nişte îngâmfaţi m-au tencuit cu neadevăruri,
    dar eu împlinesc hotărârile Tale din toată inima.
70 Inima lor este nesimţitoare ca grăsimea,
    dar eu îmi găsesc desfătarea în Legea Ta.
71 E bine că m-ai smerit,
    pentru că astfel am putut învăţa orânduirile Tale.
72 Mai mult preţuieşte pentru mine Legea gurii Tale,
    decât mii de şecheli[f] de aur şi de argint.

73 Mâinile Tale m-au făcut şi m-au întocmit.
    De aceea, dă-mi pricepere ca să pot învăţa poruncile Tale!
74 Cei ce se tem de Tine mă privesc şi se bucură,
    căci aştept împlinirea Cuvântului Tău.
75 Doamne, recunosc că judecăţile Tale sunt drepte
    şi că din credincioşie m-ai smerit.
76 Fă-mi parte de îndurarea Ta, pentru a fi mângâiat,
    după promisiunea pe care ai făcut-o robului Tău.
77 Să vină peste mine îndurările Tale şi voi trăi,
    căci îmi găsesc desfătarea în Legea Ta!
78 Să fie făcuţi de râs cei îngâmfaţi, căci m-au defăimat prin minciuni!
    Cât despre mine, eu voi cugeta la hotărârile Tale!
79 Să se întoarcă spre mine cei ce se tem de Tine
    şi cei ce cunosc mărturiile Tale!
80 Fie-mi inima integră în orânduirile Tale,
    şi atunci nu voi fi dat de ruşine!

81 Sufletul meu tânjeşte după mântuirea Ta,
    aşteptând împlinirea Cuvântului Tău.
82 Ochii îmi tânjesc după Tine,
    zicând: „Când mă vei mângâia?“
83 Deşi am ajuns ca un burduf de vin în fum,
    eu tot nu voi părăsi orânduirile Tale.
84 Câte zile să mai aştepte robul Tău
    până îmi vei judeca prigonitorii?
85 Cei îngâmfaţi mi-au săpat gropi;
    ei nu lucrează după Legea Ta.
86 Toate poruncile Tale sunt demne de încredere!
    Ei mă prigonesc cu minciuni. Scapă-mă!
87 Aproape că m-au prăpădit de pe pământ,
    dar eu nu părăsesc hotărârile Tale!
88 Înviorează-mă după îndurarea Ta,
    şi voi păzi mărturia gurii Tale!

89 Cuvântul Tău, Doamne,
    dăinuie pe vecie în ceruri.
90 Credincioşia Ta dăinuie de la o generaţie la alta;
    Tu ai întemeiat pământul şi el aşa rămâne.
91 Astăzi totul dăinuie prin judecăţile Tale,
    căci fiecare lucru Îţi este supus.
92 Dacă Legea Ta nu ar fi desfătarea mea,
    aş pieri în suferinţa mea.
93 Niciodată nu voi uita hotărârile Tale,
    căci prin ele mă înviorezi.
94 Sunt al Tău: mântuieşte-mă,
    căci eu caut să trăiesc după hotărârile Tale!
95 Cei răi mă aşteaptă ca să mă nimicească;
    eu însă iau aminte la mărturiile Tale.
96 Văd că tot ce este desăvârşit are un sfârşit;
    porunca Ta însă este de necuprins.

97 Ce mult iubesc eu Legea Ta!
    Toată ziua ea este desfătarea mea!
98 Porunca Ta mă face mai înţelept decât duşmanii mei,
    căci întotdeauna aceasta este cu mine.
99 Sunt mai înţelept decât toţi învăţătorii mei,
    căci cuget la mărturiile Tale.
100 Sunt mai priceput decât cei cărunţi,
    căci împlinesc hotărârile Tale.
101 Îmi feresc picioarele de orice cale rea,
    ca să păzesc Cuvântul Tău.
102 Nu mă îndepărtez de judecăţile Tale,
    căci Tu mă îndrumi.
103 Ce dulci sunt cuvintele Tale pentru cerul gurii mele,
    mai dulci decât mierea pentru gura mea.
104 Sunt priceput din pricina hotărârilor Tale.
    De aceea urăsc toate cărările înşelătoare.

105 Cuvântul Tău este o candelă pentru picioarele mele
    şi o lumină pe cărarea mea.
106 Am jurat, şi voi împlini întocmai,
    că voi păzi judecăţile Tale cele drepte.
107 Sunt atât de mâhnit:
    Doamne, înviorează-mă după Cuvântul Tău!
108 Doamne, primeşte ofranda gurii mele
    şi învaţă-mă judecăţile Tale!
109 Mi-am pus viaţa în primejdie,
    dar nu voi părăsi Legea Ta!
110 Cei răi mi-au întins curse,
    dar eu nu mă voi rătăci de la hotărârile Tale.
111 Am moştenit mărturiile Tale pe vecie,
    pentru că ele sunt bucuria inimii mele.
112 Mi-am dedicat inima ca să înfăptuiesc orânduirile Tale
    pentru totdeauna, până la sfârşit.

113 Îi urăsc pe cei nestatornici,
    dar iubesc Legea Ta.
114 Tu eşti adăpostul şi scutul meu
    şi aştept să se împlinească Cuvântul Tău.
115 Depărtaţi-vă de mine, răufăcătorilor,
    ca să pot împlini poruncile Dumnezeului meu!
116 Sprijină-mă după promisiunea Ta şi voi fi înviorat;
    nu mă da de ruşine din pricina nădejdii mele!
117 Întăreşte-mă ca să fiu izbăvit,
    şi să privesc neîncetat la orânduirile Tale!
118 Tu-i îndepărtezi pe cei ce se rătăcesc de la orânduirile Tale,
    căci înşelătoria lor este zadarnică.
119 Tu-i îndepărtezi pe cei răi de pe pământ ca pe zgură.
    De aceea iubesc eu mărturiile Tale.
120 Mi se înfioară carnea din pricina groazei Tale
    şi mă tem din pricina judecăţilor Tale.

121 Judec cu dreptate:
    nu mă da pe mâna asupritorilor mei!
122 Ia apărarea robului Tău,
    ca să nu mă mai asuprească cei îngâmfaţi!
123 Mi se topesc ochii după mântuirea Ta
    şi după promisiunea Ta cea dreaptă.
124 Poartă-te cu robul Tău după îndurarea Ta
    şi învaţă-mă orânduirile Tale!
125 Eu sunt robul Tău: învaţă-mă,
    şi voi cunoaşte mărturiile Tale!
126 Doamne, este vremea să lucrezi,
    căci au încălcat Legea Ta.
127 Pentru că iubesc poruncile Tale
    mai mult decât aurul şi argintul
128 şi pentru că găsesc pe deplin drepte toate hotărârile Tale,
    de aceea urăsc toate cărările înşelătoare.

129 Minunate sunt mărturiile Tale,
    de aceea sufletul meu le împlineşte.
130 Dezvăluirea cuvintelor Tale aduce lumină
    şi dă pricepere celor neştiutori[g].
131 Îmi deschid gura şi oftez,
    căci tânjesc după poruncile Tale.
132 Întoarce-Te spre mine şi îndură-te de mine,
    după obiceiul Tău faţă de cei ce iubesc Numele Tău.
133 Întăreşte-mi paşii după cuvintele[h] Tale
    şi nu mă lăsa în stăpânirea vreunui necaz.
134 Izbăveşte-mă de sub asuprirea omului
    şi-Ţi voi păzi hotărârile!
135 Fă să lumineze faţa Ta peste robul Tău
    şi învaţă-mă orânduirile Tale.
136 Ochii îmi varsă şiroaie de lacrimi,
    fiindcă oamenii nu păzesc Legea Ta.

137 Doamne, Tu eşti drept,
    iar judecăţile Tale sunt drepte!
138 Tu porunceşti, iar mărturiile Tale sunt drepte
    şi pline de credincioşie!
139 Sunt mistuit de râvnă,
    pentru că duşmanii mei uită cuvintele Tale.
140 Cuvintele Tale sunt bine încercate
    şi robul Tău le iubeşte.
141 Eu sunt mic şi neînsemnat,
    dar nu dau uitării hotărârile Tale.
142 Dreptatea Ta rămâne dreptate pe vecie,
    şi Legea Ta rămâne adevărată.
143 Eu am parte numai de necaz şi de strâmtorare,
    însă poruncile Tale rămân desfătarea mea.
144 Mărturiile Tale rămân drepte pe vecie.
    Dă-mi pricepere, ca să pot trăi!

145 Strig din toată inima; răspunde-mi, Doamne!
    Voi împlini[i] orânduirile Tale.
146 Te chem; mântuieşte-mă,
    iar eu voi păzi mărturiile Tale.
147 Mă trezesc înaintea zorilor ca să strig la Tine
    şi aştept să se împlinească cuvintele Tale.
148 Ochii îmi stau deschişi în timpul străjilor nopţii[j]
    ca să cuget la cuvintele Tale.
149 Ascultă-mi glasul, după bunătatea Ta,
    Doamne, după judecăţile Tale, înviorează-mă!
150 Se apropie cei ce urmăresc nelegiuirea;
    ei s-au depărtat de Legea Ta.
151 Doamne, Tu eşti aproape,
    iar toate poruncile Tale sunt adevărate.
152 Cu mult timp în urmă am aflat de mărturiile Tale,
    căci le-ai statornicit pe vecie.

153 Ia aminte la necazul meu şi salvează-mă,
    căci nu am dat uitării Legea Ta!
154 Apără-mi pricina şi răscumpără-mă!
    Îndură-te de mine după promisiunea Ta!
155 Mântuirea este departe de cei răi,
    deoarece ei nu caută să împlinească orânduirile Tale.
156 Doamne, multe sunt îndurările Tale!
    Înviorează-mă după judecăţile Tale!
157 Mulţi sunt şi prigonitorii, şi duşmanii mei,
    dar de la mărturiile Tale eu tot nu mă abat!
158 Mă uit cu scârbă la cei necredincioşi,
    la cei ce nu păzesc cuvintele Tale.
159 Ia aminte, căci iubesc hotărârile Tale!
    Doamne, înviorează-mă după îndurarea Ta!
160 Natura[k] Cuvântului Tău este adevărul
    şi fiecare judecată a Ta este dreaptă pe vecie!

161 Nişte prinţi mă prigonesc pe nedrept,
    dar inima mea tremură doar la Cuvântul Tău!
162 Eu mă bucur de cuvintele Tale
    ca cel ce a găsit multă pradă.
163 Urăsc înşelătoria, n-o pot suferi,
    dar iubesc Legea Ta!
164 Te laud de şapte ori pe zi,
    din pricina judecăţilor Tale celor drepte.
165 Cei ce iubesc Legea Ta au parte de multă pace
    şi nimic nu îi poate face să se împiedice.
166 Doamne, nădăjduiesc în mântuirea Ta,
    împlinind poruncile Tale.
167 Sufletul meu păzeşte mărturiile Tale
    şi le iubeşte mult.
168 Păzesc hotărârile şi mărturiile Tale,
    căci toate căile mele sunt înaintea Ta.

169 Doamne, fie ca strigătul meu să ajungă până la Tine:
    „Dă-mi pricepere după Cuvântul Tău!“
170 Fie ca ruga mea să ajungă până la Tine:
    „Izbăveşte-mă după promisiunea Ta!“
171 Buzele mele Te vor lăuda,
    căci m-ai învăţat orânduirile Tale!
172 Limba mea va cânta cuvintele Tale,
    căci toate poruncile Tale sunt drepte.
173 Mâna Ta să-mi vină în ajutor,
    căci hotărârile Tale le aleg.
174 Doamne, tânjesc după mântuirea Ta,
    iar Legea Ta este desfătarea mea.
175 Fie ca sufletul meu să trăiască şi atunci Te va lăuda,
    iar judecăţile Tale mă vor sprijini la aceasta.
176 Rătăcesc ca o oaie pierdută! Caută-l pe robul Tău,
    căci eu nu am uitat poruncile Tale!

Notas al pie

  1. Psalmii 119:1 Titlu. Este un psalm acrostih (în textul ebraic toate versetele unei strofe încep cu aceeaşi literă, fiecare strofă având drept caracteristică o literă a alfabetului ebraic, în ordinea literelor)
  2. Psalmii 119:1 Cuvintele-cheie din acest psalm au fost subliniate, pentru a fi scoase în evidenţă
  3. Psalmii 119:11 Sau: Ascund
  4. Psalmii 119:11 Lit.: cuvântul, fie cu sensul de poruncă, fie cu sensul de promisiune; este tradus ca plural pentru a-l deosebi de Cuvântul (dabar) Domnului; în multe locuri din Ps. 119, unde termenul ebraic a fost tradus fie prin cuvinte, fie prin promisiune sau poruncă
  5. Psalmii 119:37 Cele mai multe mss TM; două mss TM, MMM: înviorează-mă după Cuvântul Tău!
  6. Psalmii 119:72 Sau: sicli, greutate de bază, comună la toate popoarele semite antice; existau mai multe tipuri de şechel: regal (2 Sam. 14:26; aproximativ 13 gr), obişnuit (aproximativ 12 gr) şi cel al Lăcaşului (aproximativ 10 gr); greutatea şechelului a variat în diferite vremuri şi în diferite zone
  7. Psalmii 119:130 Vezi nota de la 19:7
  8. Psalmii 119:133 Vezi nota de la 18:30; aici cu sensul de învăţătură
  9. Psalmii 119:145 Sau: Doamne, / iar eu voi împlini
  10. Psalmii 119:148 Sau: Stau treaz toată noaptea; vezi nota de la 63:6
  11. Psalmii 119:160 Sau: Esenţa; sau: Toate cuvintele Tale sunt adevăr