Het Boek

Psalmen 119

1Gelukkig zijn de mensen die een zuiver leven leiden
en zich houden aan de wet van de Here.
Gelukkig zijn de mensen die Hem dienen
en zijn woord bewaren in hun hart.
Gelukkig zijn de mensen die geen misdaden begaan,
maar leven zoals God wil.
U hebt ons uw bevelen gegeven
met de bedoeling dat wij ons daaraan houden.
Ik wilde wel dat ik zo standvastig was,
dat ik altijd uw regels zou naleven.
Dan zou ik mij nooit hoeven te schamen
als ik uw wet las.
Met een eerlijk en oprecht hart zal ik U prijzen,
als ik anderen les geef over rechtvaardige wetten.
Ik zal mij houden aan uw leefregels.
Laat mij niet in de steek.
Hoe kan een jonge man zuiver leven?
Als hij zich laat leiden door uw woord.
10 Met mijn hele hart wil ik U volgen.
Helpt U mij om niet van U af te dwalen.
11 Ik vul mijn hart met uw woorden, dat is de enige manier
om niet te zondigen en U geen verdriet te doen.
12 Here, U bent het zo waard te worden geprezen!
Leer mij alles over uw wet.
13 Ik spreek over alle wetten
die U hebt gemaakt.
14 Ik ben zo blij als ik veel over U mag spreken.
Dat geeft mij meer vreugde dan aardse rijkdom.
15 Ik wil blijven nadenken over uw leefregels
en zal U trouw volgen.
16 Uw gebod geeft mij de grootste vreugde.
Ik zal uw woord nooit vergeten.
17 Ik ben uw dienaar, bewaart U mij,
dan kan ik mij mijn hele leven houden aan uw woord.
18 Open mijn ogen,
zodat ik alle wonderen in uw wet kan ontdekken.
19 Hier op aarde voel ik mij slechts een vreemdeling,
laat uw gebod niet voor mij zijn verborgen.
20 Alles in mij verlangt
voortdurend naar uw voorschriften.
21 Mensen die eigenzinnig van uw wet afdwalen,
worden door U bedreigd en zijn al vervloekt.
22 Wilt U elke vorm van spot en schande bij mij weghouden,
want ik ben trouw aan alles wat U zegt.
23 Zelfs al zouden koningen gezamenlijk een aanslag op mij beramen,
dan nog zou ik, uw dienaar, alleen maar uw wetten overdenken.
24 Alles wat U hebt gezegd en wat in uw woord staat,
is voor mij een grote vreugde
en ik laat mij door uw woorden raad geven.
25 Ik merk hoe mijn hart aan deze aarde hangt,
geef mij het leven door uw woord.
26 Ik heb U alles verteld wat ik heb gedaan
en U hebt mij ook antwoord gegeven.
Leer mij nu hoe ik naar uw wil kan leven.
27 Laat mij begrijpen wat U in uw wet bedoelt,
zodat ik kan nadenken over alle wonderen die U doet.
28 Mijn hart huilt van verdriet en wanhoop,
helpt U mij overeind door uw woord.
29 Wilt U mij op het rechte pad houden?
Geef mij in uw genade uw wetten.
30 Ik kies ervoor de waarheid te volgen.
Daarom denk ik voortdurend aan uw leefregels.
31 Ik houd mij vast aan alles wat U gezegd hebt, Here.
Stel mij niet teleur.
32 Ik zal de weg van uw wet volgen,
omdat U mij alle levensruimte geeft.
33 Leer mij, Here, hoe ik de weg van uw wet kan volgen.
Dan zal ik mij mijn leven lang daaraan houden.
34 Maak mij verstandig,
want dan kan ik uw wet houden zoals U wilt.
Met mijn hele hart wil ik mij aan uw wet houden.
35 Laat mij lopen op het pad van uw geboden,
dat maakt mij gelukkig.
36 Ik wil zo graag dat mijn hart uitgaat
naar alles wat U gezegd hebt en niet naar geld verdienen.
37 Help mij niet naar zinloze dingen te kijken.
Ik wil in dit leven gelukkig worden door U te volgen.
38 Ik ben uw dienaar en heb diep ontzag voor U.
Wilt U laten blijken dat uw beloften waar zijn?
39 Ik ben bang voor schande.
Neemt U die angst toch weg,
want uw geboden zijn zo goed.
40 Heus, ik verlang naar uw bevelen.
Laat U mij toch zuiver leven door uw rechtvaardigheid.
41 Ik bid dat U mij uw goedheid en liefde laat ervaren, Here.
En bevrijdt U mij zoals U hebt beloofd.
42 Dan weet ik iets terug te zeggen als men mij bespot,
want ik wil alleen zo spreken dat het overeenstemt met uw woord.
43 Laat mij uw woorden van waarheid spreken.
Ik heb vertrouwen in uw besluiten.
44 Ik wil mij onafgebroken houden aan uw wet,
mijn leven lang.
45 Dan ga ik mijn weg onbevangen en zonder belemmering,
omdat ik mij richt naar uw woord.
46 Zelfs voor koningen kan ik dan over uw wet spreken
zonder mij te schamen.
47 Ik geniet van uw wet en houd van haar.
48 Daarom strek ik mijn handen uit naar uw geboden,
waarvan ik zoveel houd.
Dan denk ik rustig na over alles wat U hebt vastgelegd.
49 Denk aan wat U tegen mij hebt gezegd,
ik ben immers uw dienaar en U hebt mij hoop gegeven.
50 Dat troost mij in alle ellende die ik meemaak.
Uw beloften geven mij weer leven.
51 Ongelovigen kunnen mij nog zo bespotten,
ik stap niet af van uw wet.
52 Here, als ik denk aan alles
wat U sinds mensenheugenis hebt voorgeschreven,
voel ik mij getroost.
53 De goddeloze mensen die uw wet links laten liggen,
brengen mij tot grote verontwaardiging.
54 Uw leefregels zijn muziek voor mij,
zolang ik hier op aarde woon,
ik voel mij hier een vreemdeling.
55 Als ik ʼs nachts wakker lig,
denk ik aan uw grote naam, Here,
en ook dan houd ik mij aan uw wetten.
56 Dat heb ik van U ontvangen,
omdat ik uw leefregels zorgvuldig bewaar.
57 De Here heeft Zichzelf aan mij gegeven,
ik heb ook beloofd mij altijd aan uw woord te houden.
58 Ik verlang er met mijn hele hart naar
dat U mij goed gezind bent,
geef mij uw genade zoals U hebt beloofd.
59 Ik denk na over mijn levensweg
en haast mij om uw woord te volgen.
60 Zonder aarzelen haast ik mij
te doen wat U voorschrijft.
61 Hoewel de ongelovigen om mij heen
mij voortdurend willen vangen,
vergeet ik niet wat U in uw wet zegt.
62 Rond middernacht sta ik op om U te prijzen
voor uw rechtvaardige wetten en geboden.
63 Ik ga mijn weg samen met alle mensen
die ook ontzag voor U hebben
en die leven volgens uw gebod.
64 De aarde is vol van uw goedheid en liefde, Here.
Leer mij alles over uw wetten.
65 U hebt mij, uw dienaar, het goede gegeven.
Precies, Here, zoals uw woord dat aangeeft.
66 Geef mij een goed onderscheidingsvermogen en verstand,
want ik stel mijn vertrouwen op uw wet.
67 Voordat ik in moeilijkheden kwam, dwaalde ik vaak van U af.
Maar nu houd ik mij alleen nog aan wat U zegt.
68 U bent een goede God en doet het goede voor de mensen.
Leer mij alles wat U van de mensen wilt.
69 Ongelovigen schuiven mij allerlei leugens in de schoenen,
maar ik houd mij met mijn hele hart vast aan uw wet.
70 Zij hebben harten van steen,
maar ik ervaar vreugde als ik aan uw wet denk.
71 Het is goed dat ik grote moeilijkheden heb doorgemaakt,
want daardoor heb ik U en uw wet beter leren kennen.
72 Uw woorden gaan voor mij ver boven
grote rijkdommen aan goud en zilver.
73 U hebt mij met uw eigen handen gemaakt.
Maak mij verstandig, zodat ik alles over uw wet kan leren.
74 Andere mensen die ook diep ontzag voor U hebben,
zijn blij als zij mij zien en meemaken,
omdat ik op uw woord vertrouw.
75 Here, ik weet dat uw oordeel een rechtvaardig oordeel is.
Dat U mij trouw bleef in al mijn ellende.
76 Ik bid dat uw goedheid en liefde mij zullen troosten.
Dat hebt U mij, uw dienaar, immers beloofd?
77 Laat uw liefdevolle meeleven mij bereiken,
zodat ik leven kan. Ik verheug mij in uw wetten.
78 Laat de ongelovigen toch tot inzicht komen en zich schamen,
omdat zij mij onterecht kwaad deden.
Ik denk voortdurend aan wat U mij hebt opgedragen.
79 Wilt U mensen die diep ontzag voor U koesteren
en uw wet kennen, naar mij toe sturen?
80 Ik wil met volledige toewijding uw wet naleven,
zodat ik mij nooit hoef te schamen.
81 Alles in mij verlangt naar uw bevrijding,
zoals U hebt beloofd.
82 Mijn ogen kijken verlangend uit naar
de vervulling van uw belofte,
wanneer komt U om mij te troosten?
83 Ik ben oud en onaantrekkelijk geworden,
maar toch heb ik uw wet niet vergeten.
84 Hoe lang laat U mij nog in leven?
Wanneer gaat U nu eens wraak nemen op mijn vijanden?
85 Ongelovigen, die zich niet interesseren voor uw wet,
hebben een kuil voor mij gegraven.
86 U bent toch trouw aan alles wat U hebt beloofd?
Help mij toch! Zij achtervolgen mij terwijl ik niets heb gedaan.
87 Het is hun bijna gelukt mij te doden,
maar ik heb mij vastgehouden aan uw bevelen.
88 Laat ik mogen leven
in overeenstemming met uw goedheid en liefde.
Dan zal ik blijven spreken over uw grote daden.
89 Here, uw woord blijft eeuwig bestaan
tot in de hemelen toe.
90 U bewijst uw trouw aan elke generatie.
U hebt ook de aarde gemaakt,
zodat die stevig gegrondvest is.
91 Vandaag de dag staat alles vast volgens uw voorschriften.
Alles is aan U onderworpen.
92 Als ik niet voortdurend de vreugde van uw wet had ervaren,
was ik in alle moeilijkheden ten onder gegaan.
93 Nooit zal ik uw wetten vergeten,
want juist door die wetten hebt U mij het leven weer gegeven.
94 Ik ben uw eigendom, bevrijd mij.
Ik verlang naar uw opdrachten.
95 Ongelovigen zijn er op uit mij te vernietigen,
maar ik let uitsluitend op uw woord.
96 Ik heb gezien hoe alles, hoe geweldig ook,
eens een einde heeft.
Maar ik weet dat uw geboden oneindig zijn.
97 Wat houd ik veel van uw wet!
Ik denk er de hele dag over na.
98 Uw geboden geven mij meer wijsheid
dan mijn vijanden hebben.
Want ik heb ze altijd bij me.
99 Ik heb meer verstand
dan de mensen die mij eens lesgaven,
omdat ik voortdurend uw woorden overdenk.
100 Ik heb meer inzicht
dan de oude mensen,
omdat ik uw bevelen zorgvuldig bewaar.
101 Ik zorg ervoor dat ik niet op het verkeerde pad kom,
zo kan ik mij houden aan uw woord.
102 Ik volg uw voorschriften nauwgezet op,
alles leer ik van U.
103 Alles wat U zegt, is heerlijk om naar te luisteren.
Het klinkt zoeter dan honing.
104 Door uw wet heb ik inzicht gekregen
en daarom haat ik de leugen.
105 Uw woord is een stralend licht,
dat mij de weg door het leven wijst.
106 Ik heb een eed afgelegd
en daar wil ik mij aan houden.
Ik heb daarbij toegezegd dat ik mij altijd
zal houden aan uw rechtvaardige wetten.
107 Ik heb zulke grote moeilijkheden. Here,
geef mij toch het leven weer door uw woord.
108 Ik spreek ongedwongen over U, Here,
en hoop dat U daar genoegen in hebt.
Leer mij alles over uw wetten.
109 Ik zal nooit uw wet vergeten,
ook al is mijn leven voortdurend in gevaar.
110 Ongelovigen proberen mij te vangen,
maar ik blijf bij wat U hebt gezegd.
111 Alles wat U hebt gezegd,
heb ik als een blijvend erfdeel gekregen.
Ik ben er heel erg blij mee.
112 Ik verlang ernaar altijd te doen
wat U hebt gezegd, mijn leven lang.
113 Ik heb een hekel aan aarzelende mensen,
maar houd zielsveel van uw wet.
114 Bij U kan ik schuilen en U beschermt mij.
Ik verwacht het van uw beloften.
115 Kom mij niet te na, misdadigers,
want ik wil mij houden aan het gebod van mijn God.
116 U hebt beloofd mij te zullen ondersteunen.
Doet U dat nu ook, zodat ik blijf leven. Stel mij niet teleur.
117 Geef mij uw kracht en bevrijd mij.
Dan zal ik mij blijven verheugen in uw geboden.
118 Ieder die zich niet aan uw wet houdt,
doet U ver van U weg.
Wat zij zeggen en doen is zinloos.
119 Alle goddelozen op aarde
worden eens door U weggevaagd.
Ook dat is voor mij een reden uw wet lief te hebben.
120 Ik ben bang voor uw oordeel,
mijn hele lichaam trilt van angst.
121 Ik heb altijd eerlijk en oprecht geleefd,
laten mijn vijanden mij niet in hun macht krijgen.
122 Stelt U Zich garant voor mij en zorg ervoor
dat ongelovigen mij niet achtervolgen.
123 Ik verlang ernaar U te zien
en uw rechtvaardig woord te horen.
124 Wilt U met uw goedheid en liefde met mij omgaan
en mij alles leren over uw wetten.
125 Ik ben uw dienaar, maak mij verstandig,
zodat ik uw wetten kan begrijpen.
126 Here, voor U is de tijd aangebroken om op te treden,
want men heeft uw wetten overtreden.
127 Ik houd van uw geboden,
meer dan van het mooiste goud.
128 Daarom geloof ik ook
dat al uw bevelen rechtvaardig zijn,
ik haat de leugen.
129 Alles wat U hebt gezegd, is geweldig en heerlijk.
Daarom onthoud ik alles wat ik van U hoor.
130 Door te luisteren naar uw woord,
komt er licht en duidelijkheid in mijn leven.
Zelfs onverstandige mensen ontwikkelen inzicht.
131 Ik smacht van verlangen
naar alles wat U gebiedt.
132 Kom bij mij en geef mij uw genade.
Mensen die van U houden, mogen zich immers daarop beroepen?
133 Doet U mij wandelen op mijn levenspad, zoals U hebt beloofd.
Houd het onrecht ver van mij.
134 Bevrijd mij uit de onderdrukking van mijn vijanden,
dan zal ik voortaan alles doen wat U hebt bevolen.
135 Ik ben uw dienaar, laat uw licht over mij schijnen
en leer mij alles wat ik van U moet weten.
136 Mijn tranen vloeien als rivieren en mijn verdriet is groot,
omdat mijn volk niet leeft volgens uw wet.
137 Here, U bent rechtvaardig
en uw leefregels zijn betrouwbaar.
138 Toen U ons uw geboden gaf,
was dat in oprechtheid
en het getuigde van uw grote trouw.
139 Ik word beheerst door het verlangen U te dienen,
temeer omdat mijn vijanden U in de steek laten.
140 Uw woorden zijn volkomen zuiver.
Ik, uw dienaar, heb ze van harte lief.
141 Ik ben maar gering en niemand acht mij hoog,
maar ik denk voortdurend aan uw geboden.
142 Uw rechtvaardigheid is eeuwig
en alleen uw wet is de waarheid.
143 Ook al overkomt mij allerlei ellende en achtervolging,
juist dan zijn uw geboden voor mij een vreugde.
144 Alles wat U hebt gezegd, bevat rechtvaardigheid voor altijd.
Als U mij verstandig maakt, kan ik werkelijk leven.
145 Here, ik roep met mijn hele hart naar U,
antwoord mij toch. Ik zal uw geboden naleven.
146 Ik roep naar U, bevrijd mij!
Dan zal ik elk gebod van U in ere houden.
147 Nog voor de zon opkomt, roep ik U te hulp.
Ik verwacht een woord van U.
148 Nog voor de nachtwakers aan het werk gaan,
zie ik al weer uit naar uw belofte.
149 Wilt U met uw liefde en goedheid naar mij luisteren?
Here, als uw recht mij leidt, kan ik leven.
150 Om mij heen zijn mensen die in zonde leven,
van uw wet willen zij niets weten.
151 U bent dichtbij mij, Here.
Ik weet dat al uw woorden waar zijn.
152 Uit uw woorden weet ik dat U van het begin af
aan alles een vaste plaats hebt gegeven.
153 Let toch op mijn moeilijkheden en bevrijd mij.
Ik zal uw wet echt niet vergeten.
154 Wees rechter over mij en red mij.
U hebt beloofd mij nieuw leven te geven.
155 De ongelovigen zullen niet worden gered,
want zij willen zich niet aan uw leefregels houden.
156 Uw liefdevolle meeleven is zo groot, Here.
U hebt bevolen dat ik het leven weer zou krijgen.
157 Het aantal vijanden dat mij achtervolgt, is groot,
toch zal ik niet van uw woorden afwijken.
158 Ik voel weerzin als ik mensen zie die van U zijn afgeweken,
want zij houden zich niet aan wat U zegt.
159 Ziet U wel hoeveel ik van uw wet houd?
Here, laten uw goedheid en liefde weer nieuw leven geven.
160 Nergens in uw woord is iets onwaars, alles is de waarheid.
Al uw rechtvaardige geboden zijn eeuwig.
161 Zonder aanleiding word ik achtervolgd door koningen,
maar uw woord is het enige dat ik vrees, daarvoor heb ik ontzag.
162 Ik ben zo blij met uw woord,
alsof onverwachte rijkdom mij in de schoot valt.
163 Ik heb een hartgrondige hekel aan leugens,
daarentegen houd ik heel veel van uw wet.
164 Zeven keer per dag prijs ik U,
omdat U ons een rechtvaardige wet hebt gegeven.
165 Mensen die van uw wet houden,
ervaren een diepe vrede in het hart.
Er staat hun niets in de weg.
166 Here, ik verwacht alleen uitredding van U
en houd mij aan uw geboden.
167 Ik houd mij met mijn hele wezen aan uw woorden,
ik heb ze oprecht lief.
168 Ik blijf trouw aan uw wetten en regels,
want U weet wat goed voor mij is.
169 Here, ik bid dat U mij zult horen.
Wees trouw aan wat U hebt gezegd en maakt U mij verstandig.
170 Laat mijn aanhoudend bidden U bereiken.
Bevrijd mij zoals U hebt beloofd.
171 Overal waar ik kom, zal ik U steeds prijzen,
want U leert mij alles wat U goed vindt.
172 Ik zal een lied zingen over wat U zegt,
omdat alles wat U gebiedt, rechtvaardig is.
173 Laat uw hand mij te hulp komen,
want ik kies ervoor uw geboden na te volgen.
174 Ik verlang naar uw bevrijding, Here.
Uw wet maakt mij gelukkig.
175 Laat mij leven en U prijzen.
Laten uw leefregels mij tot steun zijn.
176 Soms dwaal ik rond als een schaap
dat de herder niet meer kan vinden.
Zoekt U mij dan op,
ik zal uw geboden nooit vergeten.

New International Version

Psalm 119

Psalm 119[a]

א Aleph

Blessed are those whose ways are blameless,
    who walk according to the law of the Lord.
Blessed are those who keep his statutes
    and seek him with all their heart—
they do no wrong
    but follow his ways.
You have laid down precepts
    that are to be fully obeyed.
Oh, that my ways were steadfast
    in obeying your decrees!
Then I would not be put to shame
    when I consider all your commands.
I will praise you with an upright heart
    as I learn your righteous laws.
I will obey your decrees;
    do not utterly forsake me.

ב Beth

How can a young person stay on the path of purity?
    By living according to your word.
10 I seek you with all my heart;
    do not let me stray from your commands.
11 I have hidden your word in my heart
    that I might not sin against you.
12 Praise be to you, Lord;
    teach me your decrees.
13 With my lips I recount
    all the laws that come from your mouth.
14 I rejoice in following your statutes
    as one rejoices in great riches.
15 I meditate on your precepts
    and consider your ways.
16 I delight in your decrees;
    I will not neglect your word.

ג Gimel

17 Be good to your servant while I live,
    that I may obey your word.
18 Open my eyes that I may see
    wonderful things in your law.
19 I am a stranger on earth;
    do not hide your commands from me.
20 My soul is consumed with longing
    for your laws at all times.
21 You rebuke the arrogant, who are accursed,
    those who stray from your commands.
22 Remove from me their scorn and contempt,
    for I keep your statutes.
23 Though rulers sit together and slander me,
    your servant will meditate on your decrees.
24 Your statutes are my delight;
    they are my counselors.

ד Daleth

25 I am laid low in the dust;
    preserve my life according to your word.
26 I gave an account of my ways and you answered me;
    teach me your decrees.
27 Cause me to understand the way of your precepts,
    that I may meditate on your wonderful deeds.
28 My soul is weary with sorrow;
    strengthen me according to your word.
29 Keep me from deceitful ways;
    be gracious to me and teach me your law.
30 I have chosen the way of faithfulness;
    I have set my heart on your laws.
31 I hold fast to your statutes, Lord;
    do not let me be put to shame.
32 I run in the path of your commands,
    for you have broadened my understanding.

ה He

33 Teach me, Lord, the way of your decrees,
    that I may follow it to the end.[b]
34 Give me understanding, so that I may keep your law
    and obey it with all my heart.
35 Direct me in the path of your commands,
    for there I find delight.
36 Turn my heart toward your statutes
    and not toward selfish gain.
37 Turn my eyes away from worthless things;
    preserve my life according to your word.[c]
38 Fulfill your promise to your servant,
    so that you may be feared.
39 Take away the disgrace I dread,
    for your laws are good.
40 How I long for your precepts!
    In your righteousness preserve my life.

ו Waw

41 May your unfailing love come to me, Lord,
    your salvation, according to your promise;
42 then I can answer anyone who taunts me,
    for I trust in your word.
43 Never take your word of truth from my mouth,
    for I have put my hope in your laws.
44 I will always obey your law,
    for ever and ever.
45 I will walk about in freedom,
    for I have sought out your precepts.
46 I will speak of your statutes before kings
    and will not be put to shame,
47 for I delight in your commands
    because I love them.
48 I reach out for your commands, which I love,
    that I may meditate on your decrees.

ז Zayin

49 Remember your word to your servant,
    for you have given me hope.
50 My comfort in my suffering is this:
    Your promise preserves my life.
51 The arrogant mock me unmercifully,
    but I do not turn from your law.
52 I remember, Lord, your ancient laws,
    and I find comfort in them.
53 Indignation grips me because of the wicked,
    who have forsaken your law.
54 Your decrees are the theme of my song
    wherever I lodge.
55 In the night, Lord, I remember your name,
    that I may keep your law.
56 This has been my practice:
    I obey your precepts.

ח Heth

57 You are my portion, Lord;
    I have promised to obey your words.
58 I have sought your face with all my heart;
    be gracious to me according to your promise.
59 I have considered my ways
    and have turned my steps to your statutes.
60 I will hasten and not delay
    to obey your commands.
61 Though the wicked bind me with ropes,
    I will not forget your law.
62 At midnight I rise to give you thanks
    for your righteous laws.
63 I am a friend to all who fear you,
    to all who follow your precepts.
64 The earth is filled with your love, Lord;
    teach me your decrees.

ט Teth

65 Do good to your servant
    according to your word, Lord.
66 Teach me knowledge and good judgment,
    for I trust your commands.
67 Before I was afflicted I went astray,
    but now I obey your word.
68 You are good, and what you do is good;
    teach me your decrees.
69 Though the arrogant have smeared me with lies,
    I keep your precepts with all my heart.
70 Their hearts are callous and unfeeling,
    but I delight in your law.
71 It was good for me to be afflicted
    so that I might learn your decrees.
72 The law from your mouth is more precious to me
    than thousands of pieces of silver and gold.

י Yodh

73 Your hands made me and formed me;
    give me understanding to learn your commands.
74 May those who fear you rejoice when they see me,
    for I have put my hope in your word.
75 I know, Lord, that your laws are righteous,
    and that in faithfulness you have afflicted me.
76 May your unfailing love be my comfort,
    according to your promise to your servant.
77 Let your compassion come to me that I may live,
    for your law is my delight.
78 May the arrogant be put to shame for wronging me without cause;
    but I will meditate on your precepts.
79 May those who fear you turn to me,
    those who understand your statutes.
80 May I wholeheartedly follow your decrees,
    that I may not be put to shame.

כ Kaph

81 My soul faints with longing for your salvation,
    but I have put my hope in your word.
82 My eyes fail, looking for your promise;
    I say, “When will you comfort me?”
83 Though I am like a wineskin in the smoke,
    I do not forget your decrees.
84 How long must your servant wait?
    When will you punish my persecutors?
85 The arrogant dig pits to trap me,
    contrary to your law.
86 All your commands are trustworthy;
    help me, for I am being persecuted without cause.
87 They almost wiped me from the earth,
    but I have not forsaken your precepts.
88 In your unfailing love preserve my life,
    that I may obey the statutes of your mouth.

ל Lamedh

89 Your word, Lord, is eternal;
    it stands firm in the heavens.
90 Your faithfulness continues through all generations;
    you established the earth, and it endures.
91 Your laws endure to this day,
    for all things serve you.
92 If your law had not been my delight,
    I would have perished in my affliction.
93 I will never forget your precepts,
    for by them you have preserved my life.
94 Save me, for I am yours;
    I have sought out your precepts.
95 The wicked are waiting to destroy me,
    but I will ponder your statutes.
96 To all perfection I see a limit,
    but your commands are boundless.

מ Mem

97 Oh, how I love your law!
    I meditate on it all day long.
98 Your commands are always with me
    and make me wiser than my enemies.
99 I have more insight than all my teachers,
    for I meditate on your statutes.
100 I have more understanding than the elders,
    for I obey your precepts.
101 I have kept my feet from every evil path
    so that I might obey your word.
102 I have not departed from your laws,
    for you yourself have taught me.
103 How sweet are your words to my taste,
    sweeter than honey to my mouth!
104 I gain understanding from your precepts;
    therefore I hate every wrong path.

נ Nun

105 Your word is a lamp for my feet,
    a light on my path.
106 I have taken an oath and confirmed it,
    that I will follow your righteous laws.
107 I have suffered much;
    preserve my life, Lord, according to your word.
108 Accept, Lord, the willing praise of my mouth,
    and teach me your laws.
109 Though I constantly take my life in my hands,
    I will not forget your law.
110 The wicked have set a snare for me,
    but I have not strayed from your precepts.
111 Your statutes are my heritage forever;
    they are the joy of my heart.
112 My heart is set on keeping your decrees
    to the very end.[d]

ס Samekh

113 I hate double-minded people,
    but I love your law.
114 You are my refuge and my shield;
    I have put my hope in your word.
115 Away from me, you evildoers,
    that I may keep the commands of my God!
116 Sustain me, my God, according to your promise, and I will live;
    do not let my hopes be dashed.
117 Uphold me, and I will be delivered;
    I will always have regard for your decrees.
118 You reject all who stray from your decrees,
    for their delusions come to nothing.
119 All the wicked of the earth you discard like dross;
    therefore I love your statutes.
120 My flesh trembles in fear of you;
    I stand in awe of your laws.

ע Ayin

121 I have done what is righteous and just;
    do not leave me to my oppressors.
122 Ensure your servant’s well-being;
    do not let the arrogant oppress me.
123 My eyes fail, looking for your salvation,
    looking for your righteous promise.
124 Deal with your servant according to your love
    and teach me your decrees.
125 I am your servant; give me discernment
    that I may understand your statutes.
126 It is time for you to act, Lord;
    your law is being broken.
127 Because I love your commands
    more than gold, more than pure gold,
128 and because I consider all your precepts right,
    I hate every wrong path.

פ Pe

129 Your statutes are wonderful;
    therefore I obey them.
130 The unfolding of your words gives light;
    it gives understanding to the simple.
131 I open my mouth and pant,
    longing for your commands.
132 Turn to me and have mercy on me,
    as you always do to those who love your name.
133 Direct my footsteps according to your word;
    let no sin rule over me.
134 Redeem me from human oppression,
    that I may obey your precepts.
135 Make your face shine on your servant
    and teach me your decrees.
136 Streams of tears flow from my eyes,
    for your law is not obeyed.

צ Tsadhe

137 You are righteous, Lord,
    and your laws are right.
138 The statutes you have laid down are righteous;
    they are fully trustworthy.
139 My zeal wears me out,
    for my enemies ignore your words.
140 Your promises have been thoroughly tested,
    and your servant loves them.
141 Though I am lowly and despised,
    I do not forget your precepts.
142 Your righteousness is everlasting
    and your law is true.
143 Trouble and distress have come upon me,
    but your commands give me delight.
144 Your statutes are always righteous;
    give me understanding that I may live.

ק Qoph

145 I call with all my heart; answer me, Lord,
    and I will obey your decrees.
146 I call out to you; save me
    and I will keep your statutes.
147 I rise before dawn and cry for help;
    I have put my hope in your word.
148 My eyes stay open through the watches of the night,
    that I may meditate on your promises.
149 Hear my voice in accordance with your love;
    preserve my life, Lord, according to your laws.
150 Those who devise wicked schemes are near,
    but they are far from your law.
151 Yet you are near, Lord,
    and all your commands are true.
152 Long ago I learned from your statutes
    that you established them to last forever.

ר Resh

153 Look on my suffering and deliver me,
    for I have not forgotten your law.
154 Defend my cause and redeem me;
    preserve my life according to your promise.
155 Salvation is far from the wicked,
    for they do not seek out your decrees.
156 Your compassion, Lord, is great;
    preserve my life according to your laws.
157 Many are the foes who persecute me,
    but I have not turned from your statutes.
158 I look on the faithless with loathing,
    for they do not obey your word.
159 See how I love your precepts;
    preserve my life, Lord, in accordance with your love.
160 All your words are true;
    all your righteous laws are eternal.

ש Sin and Shin

161 Rulers persecute me without cause,
    but my heart trembles at your word.
162 I rejoice in your promise
    like one who finds great spoil.
163 I hate and detest falsehood
    but I love your law.
164 Seven times a day I praise you
    for your righteous laws.
165 Great peace have those who love your law,
    and nothing can make them stumble.
166 I wait for your salvation, Lord,
    and I follow your commands.
167 I obey your statutes,
    for I love them greatly.
168 I obey your precepts and your statutes,
    for all my ways are known to you.

ת Taw

169 May my cry come before you, Lord;
    give me understanding according to your word.
170 May my supplication come before you;
    deliver me according to your promise.
171 May my lips overflow with praise,
    for you teach me your decrees.
172 May my tongue sing of your word,
    for all your commands are righteous.
173 May your hand be ready to help me,
    for I have chosen your precepts.
174 I long for your salvation, Lord,
    and your law gives me delight.
175 Let me live that I may praise you,
    and may your laws sustain me.
176 I have strayed like a lost sheep.
    Seek your servant,
    for I have not forgotten your commands.

Notas al pie

  1. Psalm 119:1 This psalm is an acrostic poem, the stanzas of which begin with successive letters of the Hebrew alphabet; moreover, the verses of each stanza begin with the same letter of the Hebrew alphabet.
  2. Psalm 119:33 Or follow it for its reward
  3. Psalm 119:37 Two manuscripts of the Masoretic Text and Dead Sea Scrolls; most manuscripts of the Masoretic Text life in your way
  4. Psalm 119:112 Or decrees / for their enduring reward