Het Boek

Psalmen 119

1Gelukkig zijn de mensen die een zuiver leven leiden
en zich houden aan de wet van de Here.
Gelukkig zijn de mensen die Hem dienen
en zijn woord bewaren in hun hart.
Gelukkig zijn de mensen die geen misdaden begaan,
maar leven zoals God wil.
U hebt ons uw bevelen gegeven
met de bedoeling dat wij ons daaraan houden.
Ik wilde wel dat ik zo standvastig was,
dat ik altijd uw regels zou naleven.
Dan zou ik mij nooit hoeven te schamen
als ik uw wet las.
Met een eerlijk en oprecht hart zal ik U prijzen,
als ik anderen les geef over rechtvaardige wetten.
Ik zal mij houden aan uw leefregels.
Laat mij niet in de steek.
Hoe kan een jonge man zuiver leven?
Als hij zich laat leiden door uw woord.
10 Met mijn hele hart wil ik U volgen.
Helpt U mij om niet van U af te dwalen.
11 Ik vul mijn hart met uw woorden, dat is de enige manier
om niet te zondigen en U geen verdriet te doen.
12 Here, U bent het zo waard te worden geprezen!
Leer mij alles over uw wet.
13 Ik spreek over alle wetten
die U hebt gemaakt.
14 Ik ben zo blij als ik veel over U mag spreken.
Dat geeft mij meer vreugde dan aardse rijkdom.
15 Ik wil blijven nadenken over uw leefregels
en zal U trouw volgen.
16 Uw gebod geeft mij de grootste vreugde.
Ik zal uw woord nooit vergeten.
17 Ik ben uw dienaar, bewaart U mij,
dan kan ik mij mijn hele leven houden aan uw woord.
18 Open mijn ogen,
zodat ik alle wonderen in uw wet kan ontdekken.
19 Hier op aarde voel ik mij slechts een vreemdeling,
laat uw gebod niet voor mij zijn verborgen.
20 Alles in mij verlangt
voortdurend naar uw voorschriften.
21 Mensen die eigenzinnig van uw wet afdwalen,
worden door U bedreigd en zijn al vervloekt.
22 Wilt U elke vorm van spot en schande bij mij weghouden,
want ik ben trouw aan alles wat U zegt.
23 Zelfs al zouden koningen gezamenlijk een aanslag op mij beramen,
dan nog zou ik, uw dienaar, alleen maar uw wetten overdenken.
24 Alles wat U hebt gezegd en wat in uw woord staat,
is voor mij een grote vreugde
en ik laat mij door uw woorden raad geven.
25 Ik merk hoe mijn hart aan deze aarde hangt,
geef mij het leven door uw woord.
26 Ik heb U alles verteld wat ik heb gedaan
en U hebt mij ook antwoord gegeven.
Leer mij nu hoe ik naar uw wil kan leven.
27 Laat mij begrijpen wat U in uw wet bedoelt,
zodat ik kan nadenken over alle wonderen die U doet.
28 Mijn hart huilt van verdriet en wanhoop,
helpt U mij overeind door uw woord.
29 Wilt U mij op het rechte pad houden?
Geef mij in uw genade uw wetten.
30 Ik kies ervoor de waarheid te volgen.
Daarom denk ik voortdurend aan uw leefregels.
31 Ik houd mij vast aan alles wat U gezegd hebt, Here.
Stel mij niet teleur.
32 Ik zal de weg van uw wet volgen,
omdat U mij alle levensruimte geeft.
33 Leer mij, Here, hoe ik de weg van uw wet kan volgen.
Dan zal ik mij mijn leven lang daaraan houden.
34 Maak mij verstandig,
want dan kan ik uw wet houden zoals U wilt.
Met mijn hele hart wil ik mij aan uw wet houden.
35 Laat mij lopen op het pad van uw geboden,
dat maakt mij gelukkig.
36 Ik wil zo graag dat mijn hart uitgaat
naar alles wat U gezegd hebt en niet naar geld verdienen.
37 Help mij niet naar zinloze dingen te kijken.
Ik wil in dit leven gelukkig worden door U te volgen.
38 Ik ben uw dienaar en heb diep ontzag voor U.
Wilt U laten blijken dat uw beloften waar zijn?
39 Ik ben bang voor schande.
Neemt U die angst toch weg,
want uw geboden zijn zo goed.
40 Heus, ik verlang naar uw bevelen.
Laat U mij toch zuiver leven door uw rechtvaardigheid.
41 Ik bid dat U mij uw goedheid en liefde laat ervaren, Here.
En bevrijdt U mij zoals U hebt beloofd.
42 Dan weet ik iets terug te zeggen als men mij bespot,
want ik wil alleen zo spreken dat het overeenstemt met uw woord.
43 Laat mij uw woorden van waarheid spreken.
Ik heb vertrouwen in uw besluiten.
44 Ik wil mij onafgebroken houden aan uw wet,
mijn leven lang.
45 Dan ga ik mijn weg onbevangen en zonder belemmering,
omdat ik mij richt naar uw woord.
46 Zelfs voor koningen kan ik dan over uw wet spreken
zonder mij te schamen.
47 Ik geniet van uw wet en houd van haar.
48 Daarom strek ik mijn handen uit naar uw geboden,
waarvan ik zoveel houd.
Dan denk ik rustig na over alles wat U hebt vastgelegd.
49 Denk aan wat U tegen mij hebt gezegd,
ik ben immers uw dienaar en U hebt mij hoop gegeven.
50 Dat troost mij in alle ellende die ik meemaak.
Uw beloften geven mij weer leven.
51 Ongelovigen kunnen mij nog zo bespotten,
ik stap niet af van uw wet.
52 Here, als ik denk aan alles
wat U sinds mensenheugenis hebt voorgeschreven,
voel ik mij getroost.
53 De goddeloze mensen die uw wet links laten liggen,
brengen mij tot grote verontwaardiging.
54 Uw leefregels zijn muziek voor mij,
zolang ik hier op aarde woon,
ik voel mij hier een vreemdeling.
55 Als ik ʼs nachts wakker lig,
denk ik aan uw grote naam, Here,
en ook dan houd ik mij aan uw wetten.
56 Dat heb ik van U ontvangen,
omdat ik uw leefregels zorgvuldig bewaar.
57 De Here heeft Zichzelf aan mij gegeven,
ik heb ook beloofd mij altijd aan uw woord te houden.
58 Ik verlang er met mijn hele hart naar
dat U mij goed gezind bent,
geef mij uw genade zoals U hebt beloofd.
59 Ik denk na over mijn levensweg
en haast mij om uw woord te volgen.
60 Zonder aarzelen haast ik mij
te doen wat U voorschrijft.
61 Hoewel de ongelovigen om mij heen
mij voortdurend willen vangen,
vergeet ik niet wat U in uw wet zegt.
62 Rond middernacht sta ik op om U te prijzen
voor uw rechtvaardige wetten en geboden.
63 Ik ga mijn weg samen met alle mensen
die ook ontzag voor U hebben
en die leven volgens uw gebod.
64 De aarde is vol van uw goedheid en liefde, Here.
Leer mij alles over uw wetten.
65 U hebt mij, uw dienaar, het goede gegeven.
Precies, Here, zoals uw woord dat aangeeft.
66 Geef mij een goed onderscheidingsvermogen en verstand,
want ik stel mijn vertrouwen op uw wet.
67 Voordat ik in moeilijkheden kwam, dwaalde ik vaak van U af.
Maar nu houd ik mij alleen nog aan wat U zegt.
68 U bent een goede God en doet het goede voor de mensen.
Leer mij alles wat U van de mensen wilt.
69 Ongelovigen schuiven mij allerlei leugens in de schoenen,
maar ik houd mij met mijn hele hart vast aan uw wet.
70 Zij hebben harten van steen,
maar ik ervaar vreugde als ik aan uw wet denk.
71 Het is goed dat ik grote moeilijkheden heb doorgemaakt,
want daardoor heb ik U en uw wet beter leren kennen.
72 Uw woorden gaan voor mij ver boven
grote rijkdommen aan goud en zilver.
73 U hebt mij met uw eigen handen gemaakt.
Maak mij verstandig, zodat ik alles over uw wet kan leren.
74 Andere mensen die ook diep ontzag voor U hebben,
zijn blij als zij mij zien en meemaken,
omdat ik op uw woord vertrouw.
75 Here, ik weet dat uw oordeel een rechtvaardig oordeel is.
Dat U mij trouw bleef in al mijn ellende.
76 Ik bid dat uw goedheid en liefde mij zullen troosten.
Dat hebt U mij, uw dienaar, immers beloofd?
77 Laat uw liefdevolle meeleven mij bereiken,
zodat ik leven kan. Ik verheug mij in uw wetten.
78 Laat de ongelovigen toch tot inzicht komen en zich schamen,
omdat zij mij onterecht kwaad deden.
Ik denk voortdurend aan wat U mij hebt opgedragen.
79 Wilt U mensen die diep ontzag voor U koesteren
en uw wet kennen, naar mij toe sturen?
80 Ik wil met volledige toewijding uw wet naleven,
zodat ik mij nooit hoef te schamen.
81 Alles in mij verlangt naar uw bevrijding,
zoals U hebt beloofd.
82 Mijn ogen kijken verlangend uit naar
de vervulling van uw belofte,
wanneer komt U om mij te troosten?
83 Ik ben oud en onaantrekkelijk geworden,
maar toch heb ik uw wet niet vergeten.
84 Hoe lang laat U mij nog in leven?
Wanneer gaat U nu eens wraak nemen op mijn vijanden?
85 Ongelovigen, die zich niet interesseren voor uw wet,
hebben een kuil voor mij gegraven.
86 U bent toch trouw aan alles wat U hebt beloofd?
Help mij toch! Zij achtervolgen mij terwijl ik niets heb gedaan.
87 Het is hun bijna gelukt mij te doden,
maar ik heb mij vastgehouden aan uw bevelen.
88 Laat ik mogen leven
in overeenstemming met uw goedheid en liefde.
Dan zal ik blijven spreken over uw grote daden.
89 Here, uw woord blijft eeuwig bestaan
tot in de hemelen toe.
90 U bewijst uw trouw aan elke generatie.
U hebt ook de aarde gemaakt,
zodat die stevig gegrondvest is.
91 Vandaag de dag staat alles vast volgens uw voorschriften.
Alles is aan U onderworpen.
92 Als ik niet voortdurend de vreugde van uw wet had ervaren,
was ik in alle moeilijkheden ten onder gegaan.
93 Nooit zal ik uw wetten vergeten,
want juist door die wetten hebt U mij het leven weer gegeven.
94 Ik ben uw eigendom, bevrijd mij.
Ik verlang naar uw opdrachten.
95 Ongelovigen zijn er op uit mij te vernietigen,
maar ik let uitsluitend op uw woord.
96 Ik heb gezien hoe alles, hoe geweldig ook,
eens een einde heeft.
Maar ik weet dat uw geboden oneindig zijn.
97 Wat houd ik veel van uw wet!
Ik denk er de hele dag over na.
98 Uw geboden geven mij meer wijsheid
dan mijn vijanden hebben.
Want ik heb ze altijd bij me.
99 Ik heb meer verstand
dan de mensen die mij eens lesgaven,
omdat ik voortdurend uw woorden overdenk.
100 Ik heb meer inzicht
dan de oude mensen,
omdat ik uw bevelen zorgvuldig bewaar.
101 Ik zorg ervoor dat ik niet op het verkeerde pad kom,
zo kan ik mij houden aan uw woord.
102 Ik volg uw voorschriften nauwgezet op,
alles leer ik van U.
103 Alles wat U zegt, is heerlijk om naar te luisteren.
Het klinkt zoeter dan honing.
104 Door uw wet heb ik inzicht gekregen
en daarom haat ik de leugen.
105 Uw woord is een stralend licht,
dat mij de weg door het leven wijst.
106 Ik heb een eed afgelegd
en daar wil ik mij aan houden.
Ik heb daarbij toegezegd dat ik mij altijd
zal houden aan uw rechtvaardige wetten.
107 Ik heb zulke grote moeilijkheden. Here,
geef mij toch het leven weer door uw woord.
108 Ik spreek ongedwongen over U, Here,
en hoop dat U daar genoegen in hebt.
Leer mij alles over uw wetten.
109 Ik zal nooit uw wet vergeten,
ook al is mijn leven voortdurend in gevaar.
110 Ongelovigen proberen mij te vangen,
maar ik blijf bij wat U hebt gezegd.
111 Alles wat U hebt gezegd,
heb ik als een blijvend erfdeel gekregen.
Ik ben er heel erg blij mee.
112 Ik verlang ernaar altijd te doen
wat U hebt gezegd, mijn leven lang.
113 Ik heb een hekel aan aarzelende mensen,
maar houd zielsveel van uw wet.
114 Bij U kan ik schuilen en U beschermt mij.
Ik verwacht het van uw beloften.
115 Kom mij niet te na, misdadigers,
want ik wil mij houden aan het gebod van mijn God.
116 U hebt beloofd mij te zullen ondersteunen.
Doet U dat nu ook, zodat ik blijf leven. Stel mij niet teleur.
117 Geef mij uw kracht en bevrijd mij.
Dan zal ik mij blijven verheugen in uw geboden.
118 Ieder die zich niet aan uw wet houdt,
doet U ver van U weg.
Wat zij zeggen en doen is zinloos.
119 Alle goddelozen op aarde
worden eens door U weggevaagd.
Ook dat is voor mij een reden uw wet lief te hebben.
120 Ik ben bang voor uw oordeel,
mijn hele lichaam trilt van angst.
121 Ik heb altijd eerlijk en oprecht geleefd,
laten mijn vijanden mij niet in hun macht krijgen.
122 Stelt U Zich garant voor mij en zorg ervoor
dat ongelovigen mij niet achtervolgen.
123 Ik verlang ernaar U te zien
en uw rechtvaardig woord te horen.
124 Wilt U met uw goedheid en liefde met mij omgaan
en mij alles leren over uw wetten.
125 Ik ben uw dienaar, maak mij verstandig,
zodat ik uw wetten kan begrijpen.
126 Here, voor U is de tijd aangebroken om op te treden,
want men heeft uw wetten overtreden.
127 Ik houd van uw geboden,
meer dan van het mooiste goud.
128 Daarom geloof ik ook
dat al uw bevelen rechtvaardig zijn,
ik haat de leugen.
129 Alles wat U hebt gezegd, is geweldig en heerlijk.
Daarom onthoud ik alles wat ik van U hoor.
130 Door te luisteren naar uw woord,
komt er licht en duidelijkheid in mijn leven.
Zelfs onverstandige mensen ontwikkelen inzicht.
131 Ik smacht van verlangen
naar alles wat U gebiedt.
132 Kom bij mij en geef mij uw genade.
Mensen die van U houden, mogen zich immers daarop beroepen?
133 Doet U mij wandelen op mijn levenspad, zoals U hebt beloofd.
Houd het onrecht ver van mij.
134 Bevrijd mij uit de onderdrukking van mijn vijanden,
dan zal ik voortaan alles doen wat U hebt bevolen.
135 Ik ben uw dienaar, laat uw licht over mij schijnen
en leer mij alles wat ik van U moet weten.
136 Mijn tranen vloeien als rivieren en mijn verdriet is groot,
omdat mijn volk niet leeft volgens uw wet.
137 Here, U bent rechtvaardig
en uw leefregels zijn betrouwbaar.
138 Toen U ons uw geboden gaf,
was dat in oprechtheid
en het getuigde van uw grote trouw.
139 Ik word beheerst door het verlangen U te dienen,
temeer omdat mijn vijanden U in de steek laten.
140 Uw woorden zijn volkomen zuiver.
Ik, uw dienaar, heb ze van harte lief.
141 Ik ben maar gering en niemand acht mij hoog,
maar ik denk voortdurend aan uw geboden.
142 Uw rechtvaardigheid is eeuwig
en alleen uw wet is de waarheid.
143 Ook al overkomt mij allerlei ellende en achtervolging,
juist dan zijn uw geboden voor mij een vreugde.
144 Alles wat U hebt gezegd, bevat rechtvaardigheid voor altijd.
Als U mij verstandig maakt, kan ik werkelijk leven.
145 Here, ik roep met mijn hele hart naar U,
antwoord mij toch. Ik zal uw geboden naleven.
146 Ik roep naar U, bevrijd mij!
Dan zal ik elk gebod van U in ere houden.
147 Nog voor de zon opkomt, roep ik U te hulp.
Ik verwacht een woord van U.
148 Nog voor de nachtwakers aan het werk gaan,
zie ik al weer uit naar uw belofte.
149 Wilt U met uw liefde en goedheid naar mij luisteren?
Here, als uw recht mij leidt, kan ik leven.
150 Om mij heen zijn mensen die in zonde leven,
van uw wet willen zij niets weten.
151 U bent dichtbij mij, Here.
Ik weet dat al uw woorden waar zijn.
152 Uit uw woorden weet ik dat U van het begin af
aan alles een vaste plaats hebt gegeven.
153 Let toch op mijn moeilijkheden en bevrijd mij.
Ik zal uw wet echt niet vergeten.
154 Wees rechter over mij en red mij.
U hebt beloofd mij nieuw leven te geven.
155 De ongelovigen zullen niet worden gered,
want zij willen zich niet aan uw leefregels houden.
156 Uw liefdevolle meeleven is zo groot, Here.
U hebt bevolen dat ik het leven weer zou krijgen.
157 Het aantal vijanden dat mij achtervolgt, is groot,
toch zal ik niet van uw woorden afwijken.
158 Ik voel weerzin als ik mensen zie die van U zijn afgeweken,
want zij houden zich niet aan wat U zegt.
159 Ziet U wel hoeveel ik van uw wet houd?
Here, laten uw goedheid en liefde weer nieuw leven geven.
160 Nergens in uw woord is iets onwaars, alles is de waarheid.
Al uw rechtvaardige geboden zijn eeuwig.
161 Zonder aanleiding word ik achtervolgd door koningen,
maar uw woord is het enige dat ik vrees, daarvoor heb ik ontzag.
162 Ik ben zo blij met uw woord,
alsof onverwachte rijkdom mij in de schoot valt.
163 Ik heb een hartgrondige hekel aan leugens,
daarentegen houd ik heel veel van uw wet.
164 Zeven keer per dag prijs ik U,
omdat U ons een rechtvaardige wet hebt gegeven.
165 Mensen die van uw wet houden,
ervaren een diepe vrede in het hart.
Er staat hun niets in de weg.
166 Here, ik verwacht alleen uitredding van U
en houd mij aan uw geboden.
167 Ik houd mij met mijn hele wezen aan uw woorden,
ik heb ze oprecht lief.
168 Ik blijf trouw aan uw wetten en regels,
want U weet wat goed voor mij is.
169 Here, ik bid dat U mij zult horen.
Wees trouw aan wat U hebt gezegd en maakt U mij verstandig.
170 Laat mijn aanhoudend bidden U bereiken.
Bevrijd mij zoals U hebt beloofd.
171 Overal waar ik kom, zal ik U steeds prijzen,
want U leert mij alles wat U goed vindt.
172 Ik zal een lied zingen over wat U zegt,
omdat alles wat U gebiedt, rechtvaardig is.
173 Laat uw hand mij te hulp komen,
want ik kies ervoor uw geboden na te volgen.
174 Ik verlang naar uw bevrijding, Here.
Uw wet maakt mij gelukkig.
175 Laat mij leven en U prijzen.
Laten uw leefregels mij tot steun zijn.
176 Soms dwaal ik rond als een schaap
dat de herder niet meer kan vinden.
Zoekt U mij dan op,
ik zal uw geboden nooit vergeten.

The Message

Psalm 119

11-8 You’re blessed when you stay on course,
    walking steadily on the road revealed by God.
You’re blessed when you follow his directions,
    doing your best to find him.
That’s right—you don’t go off on your own;
    you walk straight along the road he set.
You, God, prescribed the right way to live;
    now you expect us to live it.
Oh, that my steps might be steady,
    keeping to the course you set;
Then I’d never have any regrets
    in comparing my life with your counsel.
I thank you for speaking straight from your heart;
    I learn the pattern of your righteous ways.
I’m going to do what you tell me to do;
    don’t ever walk off and leave me.

9-16 How can a young person live a clean life?
    By carefully reading the map of your Word.
I’m single-minded in pursuit of you;
    don’t let me miss the road signs you’ve posted.
I’ve banked your promises in the vault of my heart
    so I won’t sin myself bankrupt.
Be blessed, God;
    train me in your ways of wise living.
I’ll transfer to my lips
    all the counsel that comes from your mouth;
I delight far more in what you tell me about living
    than in gathering a pile of riches.
I ponder every morsel of wisdom from you,
    I attentively watch how you’ve done it.
I relish everything you’ve told me of life,
    I won’t forget a word of it.

17-24 Be generous with me and I’ll live a full life;
    not for a minute will I take my eyes off your road.
Open my eyes so I can see
    what you show me of your miracle-wonders.
I’m a stranger in these parts;
    give me clear directions.
My soul is starved and hungry, ravenous!—
    insatiable for your nourishing commands.
And those who think they know so much,
    ignoring everything you tell them—let them have it!
Don’t let them mock and humiliate me;
    I’ve been careful to do just what you said.
While bad neighbors maliciously gossip about me,
    I’m absorbed in pondering your wise counsel.
Yes, your sayings on life are what give me delight;
    I listen to them as to good neighbors!

25-32 I’m feeling terrible—I couldn’t feel worse!
    Get me on my feet again. You promised, remember?
When I told my story, you responded;
    train me well in your deep wisdom.
Help me understand these things inside and out
    so I can ponder your miracle-wonders.
My sad life’s dilapidated, a falling-down barn;
    build me up again by your Word.
Barricade the road that goes Nowhere;
    grace me with your clear revelation.
I choose the true road to Somewhere,
    I post your road signs at every curve and corner.
I grasp and cling to whatever you tell me;
    God, don’t let me down!
I’ll run the course you lay out for me
    if you’ll just show me how.

33-40 God, teach me lessons for living
    so I can stay the course.
Give me insight so I can do what you tell me—
    my whole life one long, obedient response.
Guide me down the road of your commandments;
    I love traveling this freeway!
Give me a bent for your words of wisdom,
    and not for piling up loot.
Divert my eyes from toys and trinkets,
    invigorate me on the pilgrim way.
Affirm your promises to me—
    promises made to all who fear you.
Deflect the harsh words of my critics—
    but what you say is always so good.
See how hungry I am for your counsel;
    preserve my life through your righteous ways!

41-48 Let your love, God, shape my life
    with salvation, exactly as you promised;
Then I’ll be able to stand up to mockery
    because I trusted your Word.
Don’t ever deprive me of truth, not ever—
    your commandments are what I depend on.
Oh, I’ll guard with my life what you’ve revealed to me,
    guard it now, guard it ever;
And I’ll stride freely through wide open spaces
    as I look for your truth and your wisdom;
Then I’ll tell the world what I find,
    speak out boldly in public, unembarrassed.
I cherish your commandments—oh, how I love them!—
    relishing every fragment of your counsel.

49-56 Remember what you said to me, your servant—
    I hang on to these words for dear life!
These words hold me up in bad times;
    yes, your promises rejuvenate me.
The insolent ridicule me without mercy,
    but I don’t budge from your revelation.
I watch for your ancient landmark words,
    and know I’m on the right track.
But when I see the wicked ignore your directions,
    I’m beside myself with anger.
I set your instructions to music
    and sing them as I walk this pilgrim way.
I meditate on your name all night, God,
    treasuring your revelation, O God.
Still, I walk through a rain of derision
    because I live by your Word and counsel.

57-64 Because you have satisfied me, God, I promise
    to do everything you say.
I beg you from the bottom of my heart: smile,
    be gracious to me just as you promised.
When I took a long, careful look at your ways,
    I got my feet back on the trail you blazed.
I was up at once, didn’t drag my feet,
    was quick to follow your orders.
The wicked hemmed me in—there was no way out—
    but not for a minute did I forget your plan for me.
I get up in the middle of the night to thank you;
    your decisions are so right, so true—I can’t wait till morning!
I’m a friend and companion of all who fear you,
    of those committed to living by your rules.
Your love, God, fills the earth!
    Train me to live by your counsel.

65-72 Be good to your servant, God;
    be as good as your Word.
Train me in good common sense;
    I’m thoroughly committed to living your way.
Before I learned to answer you, I wandered all over the place,
    but now I’m in step with your Word.
You are good, and the source of good;
    train me in your goodness.
The godless spread lies about me,
    but I focus my attention on what you are saying;
They’re bland as a bucket of lard,
    while I dance to the tune of your revelation.
My troubles turned out all for the best—
    they forced me to learn from your textbook.
Truth from your mouth means more to me
    than striking it rich in a gold mine.

73-80 With your very own hands you formed me;
    now breathe your wisdom over me so I can understand you.
When they see me waiting, expecting your Word,
    those who fear you will take heart and be glad.
I can see now, God, that your decisions are right;
    your testing has taught me what’s true and right.
Oh, love me—and right now!—hold me tight!
    just the way you promised.
Now comfort me so I can live, really live;
    your revelation is the tune I dance to.
Let the fast-talking tricksters be exposed as frauds;
    they tried to sell me a bill of goods,
    but I kept my mind fixed on your counsel.
Let those who fear you turn to me
    for evidence of your wise guidance.
And let me live whole and holy, soul and body,
    so I can always walk with my head held high.

81-88 I’m homesick—longing for your salvation;
    I’m waiting for your word of hope.
My eyes grow heavy watching for some sign of your promise;
    how long must I wait for your comfort?
There’s smoke in my eyes—they burn and water,
    but I keep a steady gaze on the instructions you post.
How long do I have to put up with all this?
    How long till you haul my tormentors into court?
The arrogant godless try to throw me off track,
    ignorant as they are of God and his ways.
Everything you command is a sure thing,
    but they harass me with lies. Help!
They’ve pushed and pushed—they never let up—
    but I haven’t relaxed my grip on your counsel.
In your great love revive me
    so I can alertly obey your every word.

89-96 What you say goes, God,
    and stays, as permanent as the heavens.
Your truth never goes out of fashion;
    it’s as up-to-date as the earth when the sun comes up.
Your Word and truth are dependable as ever;
    that’s what you ordered—you set the earth going.
If your revelation hadn’t delighted me so,
    I would have given up when the hard times came.
But I’ll never forget the advice you gave me;
    you saved my life with those wise words.
Save me! I’m all yours.
    I look high and low for your words of wisdom.
The wicked lie in ambush to destroy me,
    but I’m only concerned with your plans for me.
I see the limits to everything human,
    but the horizons can’t contain your commands!

97-104 Oh, how I love all you’ve revealed;
    I reverently ponder it all the day long.
Your commands give me an edge on my enemies;
    they never become obsolete.
I’ve even become smarter than my teachers
    since I’ve pondered and absorbed your counsel.
I’ve become wiser than the wise old sages
    simply by doing what you tell me.
I watch my step, avoiding the ditches and ruts of evil
    so I can spend all my time keeping your Word.
I never make detours from the route you laid out;
    you gave me such good directions.
Your words are so choice, so tasty;
    I prefer them to the best home cooking.
With your instruction, I understand life;
    that’s why I hate false propaganda.

105-112 By your words I can see where I’m going;
    they throw a beam of light on my dark path.
I’ve committed myself and I’ll never turn back
    from living by your righteous order.
Everything’s falling apart on me, God;
    put me together again with your Word.
Festoon me with your finest sayings, God;
    teach me your holy rules.
My life is as close as my own hands,
    but I don’t forget what you have revealed.
The wicked do their best to throw me off track,
    but I don’t swerve an inch from your course.
I inherited your book on living; it’s mine forever—
    what a gift! And how happy it makes me!
I concentrate on doing exactly what you say—
    I always have and always will.

113-120 I hate the two-faced,
    but I love your clear-cut revelation.
You’re my place of quiet retreat;
    I wait for your Word to renew me.
Get out of my life, evildoers,
    so I can keep my God’s commands.
Take my side as you promised; I’ll live then for sure.
    Don’t disappoint all my grand hopes.
Stick with me and I’ll be all right;
    I’ll give total allegiance to your definitions of life.
Expose all who drift away from your sayings;
    their casual idolatry is lethal.
You reject earth’s wicked as so much rubbish;
    therefore I lovingly embrace everything you say.
I shiver in awe before you;
    your decisions leave me speechless with reverence.

121-128 I stood up for justice and the right;
    don’t leave me to the mercy of my oppressors.
Take the side of your servant, good God;
    don’t let the godless take advantage of me.
I can’t keep my eyes open any longer, waiting for you
    to keep your promise to set everything right.
Let your love dictate how you deal with me;
    teach me from your textbook on life.
I’m your servant—help me understand what that means,
    the inner meaning of your instructions.
It’s time to act, God;
    they’ve made a shambles of your revelation!
Yea-Saying God, I love what you command,
    I love it better than gold and gemstones;
Yea-Saying God, I honor everything you tell me,
    I despise every deceitful detour.

129-136 Every word you give me is a miracle word—
    how could I help but obey?
Break open your words, let the light shine out,
    let ordinary people see the meaning.
Mouth open and panting,
    I wanted your commands more than anything.
Turn my way, look kindly on me,
    as you always do to those who personally love you.
Steady my steps with your Word of promise
    so nothing malign gets the better of me.
Rescue me from the grip of bad men and women
    so I can live life your way.
Smile on me, your servant;
    teach me the right way to live.
I cry rivers of tears
    because nobody’s living by your book!

137-144 You are right and you do right, God;
    your decisions are right on target.
You rightly instruct us in how to live
    ever faithful to you.
My rivals nearly did me in,
    they persistently ignored your commandments.
Your promise has been tested through and through,
    and I, your servant, love it dearly.
I’m too young to be important,
    but I don’t forget what you tell me.
Your righteousness is eternally right,
    your revelation is the only truth.
Even though troubles came down on me hard,
    your commands always gave me delight.
The way you tell me to live is always right;
    help me understand it so I can live to the fullest.

145-152 I call out at the top of my lungs,
    God! Answer! I’ll do whatever you say.”
I called to you, “Save me
    so I can carry out all your instructions.”
I was up before sunrise,
    crying for help, hoping for a word from you.
I stayed awake all night,
    prayerfully pondering your promise.
In your love, listen to me;
    in your justice, God, keep me alive.
As those out to get me come closer and closer,
    they go farther and farther from the truth you reveal;
But you’re the closest of all to me, God,
    and all your judgments true.
I’ve known all along from the evidence of your words
    that you meant them to last forever.

153-160 Take a good look at my trouble, and help me—
    I haven’t forgotten your revelation.
Take my side and get me out of this;
    give me back my life, just as you promised.
“Salvation” is only gibberish to the wicked
    because they’ve never looked it up in your dictionary.
Your mercies, God, run into the billions;
    following your guidelines, revive me.
My antagonists are too many to count,
    but I don’t swerve from the directions you gave.
I took one look at the quitters and was filled with loathing;
    they walked away from your promises so casually!
Take note of how I love what you tell me;
    out of your life of love, prolong my life.
Your words all add up to the sum total: Truth.
    Your righteous decisions are eternal.

161-168 I’ve been slandered unmercifully by the politicians,
    but my awe at your words keeps me stable.
I’m ecstatic over what you say,
    like one who strikes it rich.
I hate lies—can’t stand them!—
    but I love what you have revealed.
Seven times each day I stop and shout praises
    for the way you keep everything running right.
For those who love what you reveal, everything fits—
    no stumbling around in the dark for them.
I wait expectantly for your salvation;
    God, I do what you tell me.
My soul guards and keeps all your instructions—
    oh, how much I love them!
I follow your directions, abide by your counsel;
    my life’s an open book before you.

169-176 Let my cry come right into your presence, God;
    provide me with the insight that comes only from your Word.
Give my request your personal attention,
    rescue me on the terms of your promise.
Let praise cascade off my lips;
    after all, you’ve taught me the truth about life!
And let your promises ring from my tongue;
    every order you’ve given is right.
Put your hand out and steady me
    since I’ve chosen to live by your counsel.
I’m homesick, God, for your salvation;
    I love it when you show yourself!
Invigorate my soul so I can praise you well,
    use your decrees to put iron in my soul.
And should I wander off like a lost sheep—seek me!
    I’ll recognize the sound of your voice.