Het Boek

Psalmen 119:1-176

1Gelukkig zijn de mensen die een zuiver leven leiden

en zich houden aan de wet van de Here.

2Gelukkig zijn de mensen die Hem dienen

en zijn woord bewaren in hun hart.

3Gelukkig zijn de mensen die geen misdaden begaan,

maar leven zoals God wil.

4U hebt ons uw bevelen gegeven

met de bedoeling dat wij ons daaraan houden.

5Ik wilde wel dat ik zo standvastig was,

dat ik altijd uw regels zou naleven.

6Dan zou ik mij nooit hoeven schamen

als ik uw wet las.

7Met een eerlijk en oprecht hart zal ik U prijzen,

als ik anderen lesgeef over rechtvaardige wetten.

8Ik zal mij houden aan uw leefregels.

Laat mij niet in de steek.

9Hoe kan een jonge man zuiver leven?

Als hij zich laat leiden door uw woord.

10Met mijn hele hart wil ik U volgen.

Helpt U mij om niet van U af te dwalen.

11Ik vul mijn hart met uw woorden, dat is de enige manier

om niet te zondigen en U geen verdriet te doen.

12Here, U bent het zo waard te worden geprezen!

Leer mij alles over uw wet.

13Ik spreek over alle wetten

die U hebt gemaakt.

14Ik ben zo blij als ik veel over U mag spreken.

Dat geeft mij meer vreugde dan aardse rijkdom.

15Ik wil blijven nadenken over uw leefregels

en zal U trouw volgen.

16Uw gebod geeft mij de grootste vreugde.

Ik zal uw woord nooit vergeten.

17Ik ben uw dienaar, bewaart U mij,

dan kan ik mij mijn hele leven houden aan uw woord.

18Open mijn ogen,

zodat ik alle wonderen in uw wet kan ontdekken.

19Hier op aarde voel ik mij slechts een vreemdeling,

laat uw gebod niet voor mij zijn verborgen.

20Alles in mij verlangt

voortdurend naar uw voorschriften.

21Mensen die eigenzinnig van uw wet afdwalen,

worden door U bedreigd en zijn al vervloekt.

22Wilt U elke vorm van spot en schande bij mij weghouden,

want ik ben trouw aan alles wat U zegt.

23Zelfs al zouden koningen gezamenlijk een aanslag op mij beramen,

dan nog zou ik, uw dienaar, alleen maar uw wetten overdenken.

24Alles wat U hebt gezegd en wat in uw woord staat,

is voor mij een grote vreugde

en ik laat mij door uw woorden raad geven.

25Ik merk hoe mijn hart aan deze aarde hangt,

geef mij het leven door uw woord.

26Ik heb U alles verteld wat ik heb gedaan

en U hebt mij ook antwoord gegeven.

Leer mij nu hoe ik naar uw wil kan leven.

27Laat mij begrijpen wat U in uw wet bedoelt,

zodat ik kan nadenken over alle wonderen die U doet.

28Mijn hart huilt van verdriet en wanhoop,

helpt U mij overeind door uw woord.

29Wilt U mij op het rechte pad houden?

Geef mij in uw genade uw wetten.

30Ik kies ervoor de waarheid te volgen.

Daarom denk ik voortdurend aan uw leefregels.

31Ik houd mij vast aan alles wat U gezegd hebt, Here.

Stel mij niet teleur.

32Ik zal de weg van uw wet volgen,

omdat U mij alle levensruimte geeft.

33Leer mij, Here, hoe ik de weg van uw wet kan volgen.

Dan zal ik mij mijn leven lang daaraan houden.

34Maak mij verstandig,

want dan kan ik uw wet houden zoals U wilt.

Met mijn hele hart wil ik mij aan uw wet houden.

35Laat mij lopen op het pad van uw geboden,

dat maakt mij gelukkig.

36Ik wil zo graag dat mijn hart uitgaat

naar alles wat U gezegd hebt en niet naar geld verdienen.

37Help mij niet naar zinloze dingen te kijken.

Ik wil in dit leven gelukkig worden door U te volgen.

38Ik ben uw dienaar en heb diep ontzag voor U.

Wilt U laten blijken dat uw beloften waar zijn?

39Ik ben bang voor schande.

Neemt U die angst toch weg,

want uw geboden zijn zo goed.

40Heus, ik verlang naar uw bevelen.

Laat U mij toch zuiver leven door uw rechtvaardigheid.

41Ik bid dat U mij uw goedheid en liefde laat ervaren, Here.

En bevrijdt U mij zoals U hebt beloofd.

42Dan weet ik iets terug te zeggen als men mij bespot,

want ik wil alleen zo spreken dat het overeenstemt met uw woord.

43Laat mij uw woorden van waarheid spreken.

Ik heb vertrouwen in uw besluiten.

44Ik wil mij onafgebroken houden aan uw wet,

mijn leven lang.

45Dan ga ik mijn weg onbevangen en zonder belemmering,

omdat ik mij richt naar uw woord.

46Zelfs voor koningen kan ik dan over uw wet spreken

zonder mij te schamen.

47Ik geniet van uw wet en houd van haar.

48Daarom strek ik mijn handen uit naar uw geboden,

waarvan ik zoveel houd.

Dan denk ik rustig na over alles wat U hebt vastgelegd.

49Denk aan wat U tegen mij hebt gezegd,

ik ben immers uw dienaar en U hebt mij hoop gegeven.

50Dat troost mij in alle ellende die ik meemaak.

Uw beloften geven mij weer leven.

51Ongelovigen kunnen mij nog zo bespotten,

ik stap niet af van uw wet.

52Here, als ik denk aan alles

wat U sinds mensenheugenis hebt voorgeschreven,

voel ik mij getroost.

53De goddeloze mensen die uw wet links laten liggen,

brengen mij tot grote verontwaardiging.

54Uw leefregels zijn muziek voor mij,

zolang ik hier op aarde woon,

ik voel mij hier een vreemdeling.

55Als ik ʼs nachts wakker lig,

denk ik aan uw grote naam, Here,

en ook dan houd ik mij aan uw wetten.

56Dat heb ik van U ontvangen,

omdat ik uw leefregels zorgvuldig bewaar.

57De Here heeft Zichzelf aan mij gegeven,

ik heb ook beloofd mij altijd aan uw woord te houden.

58Ik verlang er met mijn hele hart naar

dat U mij goedgezind bent,

geef mij uw genade zoals U hebt beloofd.

59Ik denk na over mijn levensweg

en haast mij om uw woord te volgen.

60Zonder aarzelen haast ik mij

te doen wat U voorschrijft.

61Hoewel de ongelovigen om mij heen

mij voortdurend willen vangen,

vergeet ik niet wat U in uw wet zegt.

62Rond middernacht sta ik op om U te prijzen

voor uw rechtvaardige wetten en geboden.

63Ik ga mijn weg samen met alle mensen

die ook ontzag voor U hebben

en die leven volgens uw gebod.

64De aarde is vol van uw goedheid en liefde, Here.

Leer mij alles over uw wetten.

65U hebt mij, uw dienaar, het goede gegeven.

Precies, Here, zoals uw woord dat aangeeft.

66Geef mij een goed onderscheidingsvermogen en verstand,

want ik stel mijn vertrouwen op uw wet.

67Voordat ik in moeilijkheden kwam, dwaalde ik vaak van U af.

Maar nu houd ik mij alleen nog aan wat U zegt.

68U bent een goede God en doet het goede voor de mensen.

Leer mij alles wat U van de mensen wilt.

69Ongelovigen schuiven mij allerlei leugens in de schoenen,

maar ik houd mij met mijn hele hart vast aan uw wet.

70Zij hebben harten van steen,

maar ik ervaar vreugde als ik aan uw wet denk.

71Het is goed dat ik grote moeilijkheden heb doorgemaakt,

want daardoor heb ik U en uw wet beter leren kennen.

72Uw woorden gaan voor mij ver boven

grote rijkdommen aan goud en zilver.

73U hebt mij met uw eigen handen gemaakt.

Maak mij verstandig, zodat ik alles over uw wet kan leren.

74Andere mensen die ook diep ontzag voor U hebben,

zijn blij als zij mij zien en meemaken,

omdat ik op uw woord vertrouw.

75Here, ik weet dat uw oordeel een rechtvaardig oordeel is.

Dat U mij trouw bleef in al mijn ellende.

76Ik bid dat uw goedheid en liefde mij zullen troosten.

Dat hebt U mij, uw dienaar, immers beloofd?

77Laat uw liefdevolle meeleven mij bereiken,

zodat ik leven kan. Ik verheug mij in uw wetten.

78Laat de ongelovigen toch tot inzicht komen en zich schamen,

omdat zij mij onterecht kwaad deden.

Ik denk voortdurend aan wat U mij hebt opgedragen.

79Wilt U mensen die diep ontzag voor U koesteren

en uw wet kennen, naar mij toe sturen?

80Ik wil met volledige toewijding uw wet naleven,

zodat ik mij nooit hoef te schamen.

81Alles in mij verlangt naar uw bevrijding,

zoals U hebt beloofd.

82Mijn ogen kijken verlangend uit naar

de vervulling van uw belofte,

wanneer komt U om mij te troosten?

83Ik ben oud en onaantrekkelijk geworden,

maar toch heb ik uw wet niet vergeten.

84Hoelang laat U mij nog in leven?

Wanneer gaat U nu eens wraak nemen op mijn vijanden?

85Ongelovigen, die zich niet interesseren voor uw wet,

hebben een kuil voor mij gegraven.

86U bent toch trouw aan alles wat U hebt beloofd?

Help mij toch! Zij achtervolgen mij terwijl ik niets heb gedaan.

87Het is hun bijna gelukt mij te doden,

maar ik heb mij vastgehouden aan uw bevelen.

88Laat ik mogen leven

in overeenstemming met uw goedheid en liefde.

Dan zal ik blijven spreken over uw grote daden.

89Here, uw woord blijft eeuwig bestaan

tot in de hemelen toe.

90U bewijst uw trouw aan elke generatie.

U hebt ook de aarde gemaakt,

zodat die stevig gegrondvest is.

91Vandaag de dag staat alles vast volgens uw voorschriften.

Alles is aan U onderworpen.

92Als ik niet voortdurend de vreugde van uw wet had ervaren,

was ik in alle moeilijkheden ten onder gegaan.

93Nooit zal ik uw wetten vergeten,

want juist door die wetten hebt U mij het leven weer gegeven.

94Ik ben uw eigendom, bevrijd mij.

Ik verlang naar uw opdrachten.

95Ongelovigen zijn eropuit mij te vernietigen,

maar ik let uitsluitend op uw woord.

96Ik heb gezien hoe alles, hoe geweldig ook,

eens een einde heeft.

Maar ik weet dat uw geboden oneindig zijn.

97Wat houd ik veel van uw wet!

Ik denk er de hele dag over na.

98Uw geboden geven mij meer wijsheid

dan mijn vijanden hebben.

Want ik heb ze altijd bij me.

99Ik heb meer verstand

dan de mensen die mij eens lesgaven,

omdat ik voortdurend uw woorden overdenk.

100Ik heb meer inzicht

dan de oude mensen,

omdat ik uw bevelen zorgvuldig bewaar.

101Ik zorg ervoor dat ik niet op het verkeerde pad kom,

zo kan ik mij houden aan uw woord.

102Ik volg uw voorschriften nauwgezet op,

alles leer ik van U.

103Alles wat U zegt, is heerlijk om naar te luisteren.

Het klinkt zoeter dan honing.

104Door uw wet heb ik inzicht gekregen

en daarom haat ik de leugen.

105Uw woord is een stralend licht,

dat mij de weg door het leven wijst.

106Ik heb een eed afgelegd

en daar wil ik mij aan houden.

Ik heb daarbij toegezegd dat ik mij altijd

zal houden aan uw rechtvaardige wetten.

107Ik heb zulke grote moeilijkheden. Here,

geef mij toch het leven weer door uw woord.

108Ik spreek ongedwongen over U, Here,

en hoop dat U daar genoegen in hebt.

Leer mij alles over uw wetten.

109Ik zal nooit uw wet vergeten,

ook al is mijn leven voortdurend in gevaar.

110Ongelovigen proberen mij te vangen,

maar ik blijf bij wat U hebt gezegd.

111Alles wat U hebt gezegd,

heb ik als een blijvend erfdeel gekregen.

Ik ben er heel erg blij mee.

112Ik verlang ernaar altijd te doen

wat U hebt gezegd, mijn leven lang.

113Ik heb een hekel aan aarzelende mensen,

maar houd zielsveel van uw wet.

114Bij U kan ik schuilen en U beschermt mij.

Ik verwacht het van uw beloften.

115Kom mij niet te na, misdadigers,

want ik wil mij houden aan het gebod van mijn God.

116U hebt beloofd mij te zullen ondersteunen.

Doet U dat nu ook, zodat ik blijf leven. Stel mij niet teleur.

117Geef mij uw kracht en bevrijd mij.

Dan zal ik mij blijven verheugen in uw geboden.

118Ieder die zich niet aan uw wet houdt,

doet U ver van U weg.

Wat zij zeggen en doen is zinloos.

119Alle goddelozen op aarde

worden eens door U weggevaagd.

Ook dat is voor mij een reden uw wet lief te hebben.

120Ik ben bang voor uw oordeel,

mijn hele lichaam trilt van angst.

121Ik heb altijd eerlijk en oprecht geleefd,

laten mijn vijanden mij niet in hun macht krijgen.

122Stelt U Zich garant voor mij en zorg ervoor

dat ongelovigen mij niet achtervolgen.

123Ik verlang ernaar U te zien

en uw rechtvaardig woord te horen.

124Wilt U met uw goedheid en liefde met mij omgaan

en mij alles leren over uw wetten.

125Ik ben uw dienaar, maak mij verstandig,

zodat ik uw wetten kan begrijpen.

126Here, voor U is de tijd aangebroken om op te treden,

want men heeft uw wetten overtreden.

127Ik houd van uw geboden,

meer dan van het mooiste goud.

128Daarom geloof ik ook

dat al uw bevelen rechtvaardig zijn,

ik haat de leugen.

129Alles wat U hebt gezegd, is geweldig en heerlijk.

Daarom onthoud ik alles wat ik van U hoor.

130Door te luisteren naar uw woord,

komt er licht en duidelijkheid in mijn leven.

Zelfs onverstandige mensen ontwikkelen inzicht.

131Ik smacht van verlangen

naar alles wat U gebiedt.

132Kom bij mij en geef mij uw genade.

Mensen die van U houden, mogen zich immers daarop beroepen?

133Doet U mij wandelen op mijn levenspad, zoals U hebt beloofd.

Houd het onrecht ver van mij.

134Bevrijd mij uit de onderdrukking van mijn vijanden,

dan zal ik voortaan alles doen wat U hebt bevolen.

135Ik ben uw dienaar, laat uw licht over mij schijnen

en leer mij alles wat ik van U moet weten.

136Mijn tranen vloeien als rivieren en mijn verdriet is groot,

omdat mijn volk niet leeft volgens uw wet.

137Here, U bent rechtvaardig

en uw leefregels zijn betrouwbaar.

138Toen U ons uw geboden gaf,

was dat in oprechtheid

en het getuigde van uw grote trouw.

139Ik word beheerst door het verlangen U te dienen,

temeer omdat mijn vijanden U in de steek laten.

140Uw woorden zijn volkomen zuiver.

Ik, uw dienaar, heb ze van harte lief.

141Ik ben maar gering en niemand acht mij hoog,

maar ik denk voortdurend aan uw geboden.

142Uw rechtvaardigheid is eeuwig

en alleen uw wet is de waarheid.

143Ook al overkomt mij allerlei ellende en achtervolging,

juist dan zijn uw geboden voor mij een vreugde.

144Alles wat U hebt gezegd, bevat rechtvaardigheid voor altijd.

Als U mij verstandig maakt, kan ik werkelijk leven.

145Here, ik roep met mijn hele hart naar U,

antwoord mij toch. Ik zal uw geboden naleven.

146Ik roep naar U, bevrijd mij!

Dan zal ik elk gebod van U in ere houden.

147Nog voor de zon opkomt, roep ik U te hulp.

Ik verwacht een woord van U.

148Nog voor de nachtwakers aan het werk gaan,

zie ik al weer uit naar uw belofte.

149Wilt U met uw liefde en goedheid naar mij luisteren?

Here, als uw recht mij leidt, kan ik leven.

150Om mij heen zijn mensen die in zonde leven,

van uw wet willen zij niets weten.

151U bent dicht bij mij, Here.

Ik weet dat al uw woorden waar zijn.

152Uit uw woorden weet ik dat U van het begin af

aan alles een vaste plaats hebt gegeven.

153Let toch op mijn moeilijkheden en bevrijd mij.

Ik zal uw wet echt niet vergeten.

154Wees rechter over mij en red mij.

U hebt beloofd mij nieuw leven te geven.

155De ongelovigen zullen niet worden gered,

want zij willen zich niet aan uw leefregels houden.

156Uw liefdevolle meeleven is zo groot, Here.

U hebt bevolen dat ik het leven weer zou krijgen.

157Het aantal vijanden dat mij achtervolgt, is groot,

toch zal ik niet van uw woorden afwijken.

158Ik voel weerzin als ik mensen zie die van U zijn afgeweken,

want zij houden zich niet aan wat U zegt.

159Ziet U wel hoeveel ik van uw wet houd?

Here, laten uw goedheid en liefde weer nieuw leven geven.

160Nergens in uw woord is iets onwaars, alles is de waarheid.

Al uw rechtvaardige geboden zijn eeuwig.

161Zonder aanleiding word ik achtervolgd door koningen,

maar uw woord is het enige dat ik vrees, daarvoor heb ik ontzag.

162Ik ben zo blij met uw woord,

alsof onverwachte rijkdom mij in de schoot valt.

163Ik heb een hartgrondige hekel aan leugens,

daarentegen houd ik heel veel van uw wet.

164Zeven keer per dag prijs ik U,

omdat U ons een rechtvaardige wet hebt gegeven.

165Mensen die van uw wet houden,

ervaren een diepe vrede in het hart.

Er staat hun niets in de weg.

166Here, ik verwacht alleen uitredding van U

en houd mij aan uw geboden.

167Ik houd mij met mijn hele wezen aan uw woorden,

ik heb ze oprecht lief.

168Ik blijf trouw aan uw wetten en regels,

want U weet wat goed voor mij is.

169Here, ik bid dat U mij zult horen.

Wees trouw aan wat U hebt gezegd en maakt U mij verstandig.

170Laat mijn aanhoudend bidden U bereiken.

Bevrijd mij zoals U hebt beloofd.

171Overal waar ik kom, zal ik U steeds prijzen,

want U leert mij alles wat U goedvindt.

172Ik zal een lied zingen over wat U zegt,

omdat alles wat U gebiedt, rechtvaardig is.

173Laat uw hand mij te hulp komen,

want ik kies ervoor uw geboden na te volgen.

174Ik verlang naar uw bevrijding, Here.

Uw wet maakt mij gelukkig.

175Laat mij leven en U prijzen.

Laten uw leefregels mij tot steun zijn.

176Soms dwaal ik rond als een schaap

dat de herder niet meer kan vinden.

Zoekt U mij dan op,

ik zal uw geboden nooit vergeten.

King James Version

Psalms 119:1-176

א ALEPH.

1Blessed are the undefiled in the way, who walk in the law of the LORD.119.1 undefiled: or, perfect, or, sincere

2Blessed are they that keep his testimonies, and that seek him with the whole heart.

3They also do no iniquity: they walk in his ways.

4Thou hast commanded us to keep thy precepts diligently.

5O that my ways were directed to keep thy statutes!

6Then shall I not be ashamed, when I have respect unto all thy commandments.

7I will praise thee with uprightness of heart, when I shall have learned thy righteous judgments.119.7 thy…: Heb. judgments of thy righteousness

8I will keep thy statutes: O forsake me not utterly.

ב BETH.

9Wherewithal shall a young man cleanse his way? by taking heed thereto according to thy word.

10With my whole heart have I sought thee: O let me not wander from thy commandments.

11Thy word have I hid in mine heart, that I might not sin against thee.

12Blessed art thou, O LORD: teach me thy statutes.

13With my lips have I declared all the judgments of thy mouth.

14I have rejoiced in the way of thy testimonies, as much as in all riches.

15I will meditate in thy precepts, and have respect unto thy ways.

16I will delight myself in thy statutes: I will not forget thy word.

ג GIMEL.

17Deal bountifully with thy servant, that I may live, and keep thy word.

18Open thou mine eyes, that I may behold wondrous things out of thy law.119.18 Open: Heb. Reveal

19I am a stranger in the earth: hide not thy commandments from me.

20My soul breaketh for the longing that it hath unto thy judgments at all times.

21Thou hast rebuked the proud that are cursed, which do err from thy commandments.

22Remove from me reproach and contempt; for I have kept thy testimonies.

23Princes also did sit and speak against me: but thy servant did meditate in thy statutes.

24Thy testimonies also are my delight and my counsellors.119.24 my counsellors: Heb. men of my counsel

ד DALETH.

25My soul cleaveth unto the dust: quicken thou me according to thy word.

26I have declared my ways, and thou heardest me: teach me thy statutes.

27Make me to understand the way of thy precepts: so shall I talk of thy wondrous works.

28My soul melteth for heaviness: strengthen thou me according unto thy word.119.28 melteth: Heb. droppeth

29Remove from me the way of lying: and grant me thy law graciously.

30I have chosen the way of truth: thy judgments have I laid before me.

31I have stuck unto thy testimonies: O LORD, put me not to shame.

32I will run the way of thy commandments, when thou shalt enlarge my heart.

ה HE.

33Teach me, O LORD, the way of thy statutes; and I shall keep it unto the end.

34Give me understanding, and I shall keep thy law; yea, I shall observe it with my whole heart.

35Make me to go in the path of thy commandments; for therein do I delight.

36Incline my heart unto thy testimonies, and not to covetousness.

37Turn away mine eyes from beholding vanity; and quicken thou me in thy way.119.37 Turn…: Heb. Make to pass

38Stablish thy word unto thy servant, who is devoted to thy fear.

39Turn away my reproach which I fear: for thy judgments are good.

40Behold, I have longed after thy precepts: quicken me in thy righteousness.

ו VAU.

41Let thy mercies come also unto me, O LORD, even thy salvation, according to thy word.

42So shall I have wherewith to answer him that reproacheth me: for I trust in thy word.119.42 So…: or, So shall I answer him that reproveth me in a thing

43And take not the word of truth utterly out of my mouth; for I have hoped in thy judgments.

44So shall I keep thy law continually for ever and ever.

45And I will walk at liberty: for I seek thy precepts.119.45 at liberty: Heb. at large

46I will speak of thy testimonies also before kings, and will not be ashamed.

47And I will delight myself in thy commandments, which I have loved.

48My hands also will I lift up unto thy commandments, which I have loved; and I will meditate in thy statutes.

ז ZAIN.

49Remember the word unto thy servant, upon which thou hast caused me to hope.

50This is my comfort in my affliction: for thy word hath quickened me.

51The proud have had me greatly in derision: yet have I not declined from thy law.

52I remembered thy judgments of old, O LORD; and have comforted myself.

53Horror hath taken hold upon me because of the wicked that forsake thy law.

54Thy statutes have been my songs in the house of my pilgrimage.

55I have remembered thy name, O LORD, in the night, and have kept thy law.

56This I had, because I kept thy precepts.

ח CHETH.

57Thou art my portion, O LORD: I have said that I would keep thy words.

58I intreated thy favour with my whole heart: be merciful unto me according to thy word.119.58 favour: Heb. face

59I thought on my ways, and turned my feet unto thy testimonies.

60I made haste, and delayed not to keep thy commandments.

61The bands of the wicked have robbed me: but I have not forgotten thy law.119.61 bands: or, companies

62At midnight I will rise to give thanks unto thee because of thy righteous judgments.

63I am a companion of all them that fear thee, and of them that keep thy precepts.

64The earth, O LORD, is full of thy mercy: teach me thy statutes.

ט TETH.

65Thou hast dealt well with thy servant, O LORD, according unto thy word.

66Teach me good judgment and knowledge: for I have believed thy commandments.

67Before I was afflicted I went astray: but now have I kept thy word.

68Thou art good, and doest good; teach me thy statutes.

69The proud have forged a lie against me: but I will keep thy precepts with my whole heart.

70Their heart is as fat as grease; but I delight in thy law.

71It is good for me that I have been afflicted; that I might learn thy statutes.

72The law of thy mouth is better unto me than thousands of gold and silver.

י JOD.

73Thy hands have made me and fashioned me: give me understanding, that I may learn thy commandments.

74They that fear thee will be glad when they see me; because I have hoped in thy word.

75I know, O LORD, that thy judgments are right, and that thou in faithfulness hast afflicted me.119.75 right: Heb. righteousness

76Let, I pray thee, thy merciful kindness be for my comfort, according to thy word unto thy servant.119.76 for…: Heb. to comfort me

77Let thy tender mercies come unto me, that I may live: for thy law is my delight.

78Let the proud be ashamed; for they dealt perversely with me without a cause: but I will meditate in thy precepts.

79Let those that fear thee turn unto me, and those that have known thy testimonies.

80Let my heart be sound in thy statutes; that I be not ashamed.

כ CAPH.

81My soul fainteth for thy salvation: but I hope in thy word.

82Mine eyes fail for thy word, saying, When wilt thou comfort me?

83For I am become like a bottle in the smoke; yet do I not forget thy statutes.

84How many are the days of thy servant? when wilt thou execute judgment on them that persecute me?

85The proud have digged pits for me, which are not after thy law.

86All thy commandments are faithful: they persecute me wrongfully; help thou me.119.86 faithful: Heb. faithfulness

87They had almost consumed me upon earth; but I forsook not thy precepts.

88Quicken me after thy lovingkindness; so shall I keep the testimony of thy mouth.

ל LAMED.

89For ever, O LORD, thy word is settled in heaven.

90Thy faithfulness is unto all generations: thou hast established the earth, and it abideth.119.90 unto…: Heb. to generation and generation119.90 abideth: Heb. standeth

91They continue this day according to thine ordinances: for all are thy servants.

92Unless thy law had been my delights, I should then have perished in mine affliction.

93I will never forget thy precepts: for with them thou hast quickened me.

94I am thine, save me; for I have sought thy precepts.

95The wicked have waited for me to destroy me: but I will consider thy testimonies.

96I have seen an end of all perfection: but thy commandment is exceeding broad.

מ MEM.

97O how love I thy law! it is my meditation all the day.

98Thou through thy commandments hast made me wiser than mine enemies: for they are ever with me.119.98 they…: Heb. it is ever with me

99I have more understanding than all my teachers: for thy testimonies are my meditation.

100I understand more than the ancients, because I keep thy precepts.

101I have refrained my feet from every evil way, that I might keep thy word.

102I have not departed from thy judgments: for thou hast taught me.

103How sweet are thy words unto my taste! yea, sweeter than honey to my mouth!119.103 taste: Heb. palate

104Through thy precepts I get understanding: therefore I hate every false way.

נ NUN.

105Thy word is a lamp unto my feet, and a light unto my path.119.105 lamp: or, candle

106I have sworn, and I will perform it, that I will keep thy righteous judgments.

107I am afflicted very much: quicken me, O LORD, according unto thy word.

108Accept, I beseech thee, the freewill offerings of my mouth, O LORD, and teach me thy judgments.

109My soul is continually in my hand: yet do I not forget thy law.

110The wicked have laid a snare for me: yet I erred not from thy precepts.

111Thy testimonies have I taken as an heritage for ever: for they are the rejoicing of my heart.

112I have inclined mine heart to perform thy statutes alway, even unto the end.119.112 to perform: Heb. to do

ס SAMECH.

113I hate vain thoughts: but thy law do I love.

114Thou art my hiding place and my shield: I hope in thy word.

115Depart from me, ye evildoers: for I will keep the commandments of my God.

116Uphold me according unto thy word, that I may live: and let me not be ashamed of my hope.

117Hold thou me up, and I shall be safe: and I will have respect unto thy statutes continually.

118Thou hast trodden down all them that err from thy statutes: for their deceit is falsehood.

119Thou puttest away all the wicked of the earth like dross: therefore I love thy testimonies.119.119 puttest…: Heb. causest to cease

120My flesh trembleth for fear of thee; and I am afraid of thy judgments.

ע AIN.

121I have done judgment and justice: leave me not to mine oppressors.

122Be surety for thy servant for good: let not the proud oppress me.

123Mine eyes fail for thy salvation, and for the word of thy righteousness.

124Deal with thy servant according unto thy mercy, and teach me thy statutes.

125I am thy servant; give me understanding, that I may know thy testimonies.

126It is time for thee, LORD, to work: for they have made void thy law.

127Therefore I love thy commandments above gold; yea, above fine gold.

128Therefore I esteem all thy precepts concerning all things to be right; and I hate every false way.

פ PE.

129Thy testimonies are wonderful: therefore doth my soul keep them.

130The entrance of thy words giveth light; it giveth understanding unto the simple.

131I opened my mouth, and panted: for I longed for thy commandments.

132Look thou upon me, and be merciful unto me, as thou usest to do unto those that love thy name.119.132 as thou…: Heb. according to the custom toward those, etc

133Order my steps in thy word: and let not any iniquity have dominion over me.

134Deliver me from the oppression of man: so will I keep thy precepts.

135Make thy face to shine upon thy servant; and teach me thy statutes.

136Rivers of waters run down mine eyes, because they keep not thy law.

צ TZADDI.

137Righteous art thou, O LORD, and upright are thy judgments.

138Thy testimonies that thou hast commanded are righteous and very faithful.119.138 righteous: Heb. righteousness119.138 faithful: Heb. faithfulness

139My zeal hath consumed me, because mine enemies have forgotten thy words.119.139 consumed…: Heb. cut me off

140Thy word is very pure: therefore thy servant loveth it.119.140 pure: Heb. tried, or, refined

141I am small and despised: yet do not I forget thy precepts.

142Thy righteousness is an everlasting righteousness, and thy law is the truth.

143Trouble and anguish have taken hold on me: yet thy commandments are my delights.119.143 taken…: Heb. found me

144The righteousness of thy testimonies is everlasting: give me understanding, and I shall live.

ק KOPH.

145I cried with my whole heart; hear me, O LORD: I will keep thy statutes.

146I cried unto thee; save me, and I shall keep thy testimonies.119.146 and I…: or, that I may keep

147I prevented the dawning of the morning, and cried: I hoped in thy word.

148Mine eyes prevent the night watches, that I might meditate in thy word.

149Hear my voice according unto thy lovingkindness: O LORD, quicken me according to thy judgment.

150They draw nigh that follow after mischief: they are far from thy law.

151Thou art near, O LORD; and all thy commandments are truth.

152Concerning thy testimonies, I have known of old that thou hast founded them for ever.

ר RESH.

153Consider mine affliction, and deliver me: for I do not forget thy law.

154Plead my cause, and deliver me: quicken me according to thy word.

155Salvation is far from the wicked: for they seek not thy statutes.

156Great are thy tender mercies, O LORD: quicken me according to thy judgments.119.156 Great: or, Many

157Many are my persecutors and mine enemies; yet do I not decline from thy testimonies.

158I beheld the transgressors, and was grieved; because they kept not thy word.

159Consider how I love thy precepts: quicken me, O LORD, according to thy lovingkindness.

160Thy word is true from the beginning: and every one of thy righteous judgments endureth for ever.119.160 Thy word…: Heb. The beginning of thy word is true

ש SCHIN.

161Princes have persecuted me without a cause: but my heart standeth in awe of thy word.

162I rejoice at thy word, as one that findeth great spoil.

163I hate and abhor lying: but thy law do I love.

164Seven times a day do I praise thee because of thy righteous judgments.

165Great peace have they which love thy law: and nothing shall offend them.119.165 nothing…: Heb. they shall have no stumblingblock

166LORD, I have hoped for thy salvation, and done thy commandments.

167My soul hath kept thy testimonies; and I love them exceedingly.

168I have kept thy precepts and thy testimonies: for all my ways are before thee.

ת TAU.

169Let my cry come near before thee, O LORD: give me understanding according to thy word.

170Let my supplication come before thee: deliver me according to thy word.

171My lips shall utter praise, when thou hast taught me thy statutes.

172My tongue shall speak of thy word: for all thy commandments are righteousness.

173Let thine hand help me; for I have chosen thy precepts.

174I have longed for thy salvation, O LORD; and thy law is my delight.

175Let my soul live, and it shall praise thee; and let thy judgments help me.

176I have gone astray like a lost sheep; seek thy servant; for I do not forget thy commandments.