Het Boek

Psalmen 119:1-176

1Gelukkig zijn de mensen die een zuiver leven leiden

en zich houden aan de wet van de Here.

2Gelukkig zijn de mensen die Hem dienen

en zijn woord bewaren in hun hart.

3Gelukkig zijn de mensen die geen misdaden begaan,

maar leven zoals God wil.

4U hebt ons uw bevelen gegeven

met de bedoeling dat wij ons daaraan houden.

5Ik wilde wel dat ik zo standvastig was,

dat ik altijd uw regels zou naleven.

6Dan zou ik mij nooit hoeven schamen

als ik uw wet las.

7Met een eerlijk en oprecht hart zal ik U prijzen,

als ik anderen lesgeef over rechtvaardige wetten.

8Ik zal mij houden aan uw leefregels.

Laat mij niet in de steek.

9Hoe kan een jonge man zuiver leven?

Als hij zich laat leiden door uw woord.

10Met mijn hele hart wil ik U volgen.

Helpt U mij om niet van U af te dwalen.

11Ik vul mijn hart met uw woorden, dat is de enige manier

om niet te zondigen en U geen verdriet te doen.

12Here, U bent het zo waard te worden geprezen!

Leer mij alles over uw wet.

13Ik spreek over alle wetten

die U hebt gemaakt.

14Ik ben zo blij als ik veel over U mag spreken.

Dat geeft mij meer vreugde dan aardse rijkdom.

15Ik wil blijven nadenken over uw leefregels

en zal U trouw volgen.

16Uw gebod geeft mij de grootste vreugde.

Ik zal uw woord nooit vergeten.

17Ik ben uw dienaar, bewaart U mij,

dan kan ik mij mijn hele leven houden aan uw woord.

18Open mijn ogen,

zodat ik alle wonderen in uw wet kan ontdekken.

19Hier op aarde voel ik mij slechts een vreemdeling,

laat uw gebod niet voor mij zijn verborgen.

20Alles in mij verlangt

voortdurend naar uw voorschriften.

21Mensen die eigenzinnig van uw wet afdwalen,

worden door U bedreigd en zijn al vervloekt.

22Wilt U elke vorm van spot en schande bij mij weghouden,

want ik ben trouw aan alles wat U zegt.

23Zelfs al zouden koningen gezamenlijk een aanslag op mij beramen,

dan nog zou ik, uw dienaar, alleen maar uw wetten overdenken.

24Alles wat U hebt gezegd en wat in uw woord staat,

is voor mij een grote vreugde

en ik laat mij door uw woorden raad geven.

25Ik merk hoe mijn hart aan deze aarde hangt,

geef mij het leven door uw woord.

26Ik heb U alles verteld wat ik heb gedaan

en U hebt mij ook antwoord gegeven.

Leer mij nu hoe ik naar uw wil kan leven.

27Laat mij begrijpen wat U in uw wet bedoelt,

zodat ik kan nadenken over alle wonderen die U doet.

28Mijn hart huilt van verdriet en wanhoop,

helpt U mij overeind door uw woord.

29Wilt U mij op het rechte pad houden?

Geef mij in uw genade uw wetten.

30Ik kies ervoor de waarheid te volgen.

Daarom denk ik voortdurend aan uw leefregels.

31Ik houd mij vast aan alles wat U gezegd hebt, Here.

Stel mij niet teleur.

32Ik zal de weg van uw wet volgen,

omdat U mij alle levensruimte geeft.

33Leer mij, Here, hoe ik de weg van uw wet kan volgen.

Dan zal ik mij mijn leven lang daaraan houden.

34Maak mij verstandig,

want dan kan ik uw wet houden zoals U wilt.

Met mijn hele hart wil ik mij aan uw wet houden.

35Laat mij lopen op het pad van uw geboden,

dat maakt mij gelukkig.

36Ik wil zo graag dat mijn hart uitgaat

naar alles wat U gezegd hebt en niet naar geld verdienen.

37Help mij niet naar zinloze dingen te kijken.

Ik wil in dit leven gelukkig worden door U te volgen.

38Ik ben uw dienaar en heb diep ontzag voor U.

Wilt U laten blijken dat uw beloften waar zijn?

39Ik ben bang voor schande.

Neemt U die angst toch weg,

want uw geboden zijn zo goed.

40Heus, ik verlang naar uw bevelen.

Laat U mij toch zuiver leven door uw rechtvaardigheid.

41Ik bid dat U mij uw goedheid en liefde laat ervaren, Here.

En bevrijdt U mij zoals U hebt beloofd.

42Dan weet ik iets terug te zeggen als men mij bespot,

want ik wil alleen zo spreken dat het overeenstemt met uw woord.

43Laat mij uw woorden van waarheid spreken.

Ik heb vertrouwen in uw besluiten.

44Ik wil mij onafgebroken houden aan uw wet,

mijn leven lang.

45Dan ga ik mijn weg onbevangen en zonder belemmering,

omdat ik mij richt naar uw woord.

46Zelfs voor koningen kan ik dan over uw wet spreken

zonder mij te schamen.

47Ik geniet van uw wet en houd van haar.

48Daarom strek ik mijn handen uit naar uw geboden,

waarvan ik zoveel houd.

Dan denk ik rustig na over alles wat U hebt vastgelegd.

49Denk aan wat U tegen mij hebt gezegd,

ik ben immers uw dienaar en U hebt mij hoop gegeven.

50Dat troost mij in alle ellende die ik meemaak.

Uw beloften geven mij weer leven.

51Ongelovigen kunnen mij nog zo bespotten,

ik stap niet af van uw wet.

52Here, als ik denk aan alles

wat U sinds mensenheugenis hebt voorgeschreven,

voel ik mij getroost.

53De goddeloze mensen die uw wet links laten liggen,

brengen mij tot grote verontwaardiging.

54Uw leefregels zijn muziek voor mij,

zolang ik hier op aarde woon,

ik voel mij hier een vreemdeling.

55Als ik ʼs nachts wakker lig,

denk ik aan uw grote naam, Here,

en ook dan houd ik mij aan uw wetten.

56Dat heb ik van U ontvangen,

omdat ik uw leefregels zorgvuldig bewaar.

57De Here heeft Zichzelf aan mij gegeven,

ik heb ook beloofd mij altijd aan uw woord te houden.

58Ik verlang er met mijn hele hart naar

dat U mij goedgezind bent,

geef mij uw genade zoals U hebt beloofd.

59Ik denk na over mijn levensweg

en haast mij om uw woord te volgen.

60Zonder aarzelen haast ik mij

te doen wat U voorschrijft.

61Hoewel de ongelovigen om mij heen

mij voortdurend willen vangen,

vergeet ik niet wat U in uw wet zegt.

62Rond middernacht sta ik op om U te prijzen

voor uw rechtvaardige wetten en geboden.

63Ik ga mijn weg samen met alle mensen

die ook ontzag voor U hebben

en die leven volgens uw gebod.

64De aarde is vol van uw goedheid en liefde, Here.

Leer mij alles over uw wetten.

65U hebt mij, uw dienaar, het goede gegeven.

Precies, Here, zoals uw woord dat aangeeft.

66Geef mij een goed onderscheidingsvermogen en verstand,

want ik stel mijn vertrouwen op uw wet.

67Voordat ik in moeilijkheden kwam, dwaalde ik vaak van U af.

Maar nu houd ik mij alleen nog aan wat U zegt.

68U bent een goede God en doet het goede voor de mensen.

Leer mij alles wat U van de mensen wilt.

69Ongelovigen schuiven mij allerlei leugens in de schoenen,

maar ik houd mij met mijn hele hart vast aan uw wet.

70Zij hebben harten van steen,

maar ik ervaar vreugde als ik aan uw wet denk.

71Het is goed dat ik grote moeilijkheden heb doorgemaakt,

want daardoor heb ik U en uw wet beter leren kennen.

72Uw woorden gaan voor mij ver boven

grote rijkdommen aan goud en zilver.

73U hebt mij met uw eigen handen gemaakt.

Maak mij verstandig, zodat ik alles over uw wet kan leren.

74Andere mensen die ook diep ontzag voor U hebben,

zijn blij als zij mij zien en meemaken,

omdat ik op uw woord vertrouw.

75Here, ik weet dat uw oordeel een rechtvaardig oordeel is.

Dat U mij trouw bleef in al mijn ellende.

76Ik bid dat uw goedheid en liefde mij zullen troosten.

Dat hebt U mij, uw dienaar, immers beloofd?

77Laat uw liefdevolle meeleven mij bereiken,

zodat ik leven kan. Ik verheug mij in uw wetten.

78Laat de ongelovigen toch tot inzicht komen en zich schamen,

omdat zij mij onterecht kwaad deden.

Ik denk voortdurend aan wat U mij hebt opgedragen.

79Wilt U mensen die diep ontzag voor U koesteren

en uw wet kennen, naar mij toe sturen?

80Ik wil met volledige toewijding uw wet naleven,

zodat ik mij nooit hoef te schamen.

81Alles in mij verlangt naar uw bevrijding,

zoals U hebt beloofd.

82Mijn ogen kijken verlangend uit naar

de vervulling van uw belofte,

wanneer komt U om mij te troosten?

83Ik ben oud en onaantrekkelijk geworden,

maar toch heb ik uw wet niet vergeten.

84Hoelang laat U mij nog in leven?

Wanneer gaat U nu eens wraak nemen op mijn vijanden?

85Ongelovigen, die zich niet interesseren voor uw wet,

hebben een kuil voor mij gegraven.

86U bent toch trouw aan alles wat U hebt beloofd?

Help mij toch! Zij achtervolgen mij terwijl ik niets heb gedaan.

87Het is hun bijna gelukt mij te doden,

maar ik heb mij vastgehouden aan uw bevelen.

88Laat ik mogen leven

in overeenstemming met uw goedheid en liefde.

Dan zal ik blijven spreken over uw grote daden.

89Here, uw woord blijft eeuwig bestaan

tot in de hemelen toe.

90U bewijst uw trouw aan elke generatie.

U hebt ook de aarde gemaakt,

zodat die stevig gegrondvest is.

91Vandaag de dag staat alles vast volgens uw voorschriften.

Alles is aan U onderworpen.

92Als ik niet voortdurend de vreugde van uw wet had ervaren,

was ik in alle moeilijkheden ten onder gegaan.

93Nooit zal ik uw wetten vergeten,

want juist door die wetten hebt U mij het leven weer gegeven.

94Ik ben uw eigendom, bevrijd mij.

Ik verlang naar uw opdrachten.

95Ongelovigen zijn eropuit mij te vernietigen,

maar ik let uitsluitend op uw woord.

96Ik heb gezien hoe alles, hoe geweldig ook,

eens een einde heeft.

Maar ik weet dat uw geboden oneindig zijn.

97Wat houd ik veel van uw wet!

Ik denk er de hele dag over na.

98Uw geboden geven mij meer wijsheid

dan mijn vijanden hebben.

Want ik heb ze altijd bij me.

99Ik heb meer verstand

dan de mensen die mij eens lesgaven,

omdat ik voortdurend uw woorden overdenk.

100Ik heb meer inzicht

dan de oude mensen,

omdat ik uw bevelen zorgvuldig bewaar.

101Ik zorg ervoor dat ik niet op het verkeerde pad kom,

zo kan ik mij houden aan uw woord.

102Ik volg uw voorschriften nauwgezet op,

alles leer ik van U.

103Alles wat U zegt, is heerlijk om naar te luisteren.

Het klinkt zoeter dan honing.

104Door uw wet heb ik inzicht gekregen

en daarom haat ik de leugen.

105Uw woord is een stralend licht,

dat mij de weg door het leven wijst.

106Ik heb een eed afgelegd

en daar wil ik mij aan houden.

Ik heb daarbij toegezegd dat ik mij altijd

zal houden aan uw rechtvaardige wetten.

107Ik heb zulke grote moeilijkheden. Here,

geef mij toch het leven weer door uw woord.

108Ik spreek ongedwongen over U, Here,

en hoop dat U daar genoegen in hebt.

Leer mij alles over uw wetten.

109Ik zal nooit uw wet vergeten,

ook al is mijn leven voortdurend in gevaar.

110Ongelovigen proberen mij te vangen,

maar ik blijf bij wat U hebt gezegd.

111Alles wat U hebt gezegd,

heb ik als een blijvend erfdeel gekregen.

Ik ben er heel erg blij mee.

112Ik verlang ernaar altijd te doen

wat U hebt gezegd, mijn leven lang.

113Ik heb een hekel aan aarzelende mensen,

maar houd zielsveel van uw wet.

114Bij U kan ik schuilen en U beschermt mij.

Ik verwacht het van uw beloften.

115Kom mij niet te na, misdadigers,

want ik wil mij houden aan het gebod van mijn God.

116U hebt beloofd mij te zullen ondersteunen.

Doet U dat nu ook, zodat ik blijf leven. Stel mij niet teleur.

117Geef mij uw kracht en bevrijd mij.

Dan zal ik mij blijven verheugen in uw geboden.

118Ieder die zich niet aan uw wet houdt,

doet U ver van U weg.

Wat zij zeggen en doen is zinloos.

119Alle goddelozen op aarde

worden eens door U weggevaagd.

Ook dat is voor mij een reden uw wet lief te hebben.

120Ik ben bang voor uw oordeel,

mijn hele lichaam trilt van angst.

121Ik heb altijd eerlijk en oprecht geleefd,

laten mijn vijanden mij niet in hun macht krijgen.

122Stelt U Zich garant voor mij en zorg ervoor

dat ongelovigen mij niet achtervolgen.

123Ik verlang ernaar U te zien

en uw rechtvaardig woord te horen.

124Wilt U met uw goedheid en liefde met mij omgaan

en mij alles leren over uw wetten.

125Ik ben uw dienaar, maak mij verstandig,

zodat ik uw wetten kan begrijpen.

126Here, voor U is de tijd aangebroken om op te treden,

want men heeft uw wetten overtreden.

127Ik houd van uw geboden,

meer dan van het mooiste goud.

128Daarom geloof ik ook

dat al uw bevelen rechtvaardig zijn,

ik haat de leugen.

129Alles wat U hebt gezegd, is geweldig en heerlijk.

Daarom onthoud ik alles wat ik van U hoor.

130Door te luisteren naar uw woord,

komt er licht en duidelijkheid in mijn leven.

Zelfs onverstandige mensen ontwikkelen inzicht.

131Ik smacht van verlangen

naar alles wat U gebiedt.

132Kom bij mij en geef mij uw genade.

Mensen die van U houden, mogen zich immers daarop beroepen?

133Doet U mij wandelen op mijn levenspad, zoals U hebt beloofd.

Houd het onrecht ver van mij.

134Bevrijd mij uit de onderdrukking van mijn vijanden,

dan zal ik voortaan alles doen wat U hebt bevolen.

135Ik ben uw dienaar, laat uw licht over mij schijnen

en leer mij alles wat ik van U moet weten.

136Mijn tranen vloeien als rivieren en mijn verdriet is groot,

omdat mijn volk niet leeft volgens uw wet.

137Here, U bent rechtvaardig

en uw leefregels zijn betrouwbaar.

138Toen U ons uw geboden gaf,

was dat in oprechtheid

en het getuigde van uw grote trouw.

139Ik word beheerst door het verlangen U te dienen,

temeer omdat mijn vijanden U in de steek laten.

140Uw woorden zijn volkomen zuiver.

Ik, uw dienaar, heb ze van harte lief.

141Ik ben maar gering en niemand acht mij hoog,

maar ik denk voortdurend aan uw geboden.

142Uw rechtvaardigheid is eeuwig

en alleen uw wet is de waarheid.

143Ook al overkomt mij allerlei ellende en achtervolging,

juist dan zijn uw geboden voor mij een vreugde.

144Alles wat U hebt gezegd, bevat rechtvaardigheid voor altijd.

Als U mij verstandig maakt, kan ik werkelijk leven.

145Here, ik roep met mijn hele hart naar U,

antwoord mij toch. Ik zal uw geboden naleven.

146Ik roep naar U, bevrijd mij!

Dan zal ik elk gebod van U in ere houden.

147Nog voor de zon opkomt, roep ik U te hulp.

Ik verwacht een woord van U.

148Nog voor de nachtwakers aan het werk gaan,

zie ik al weer uit naar uw belofte.

149Wilt U met uw liefde en goedheid naar mij luisteren?

Here, als uw recht mij leidt, kan ik leven.

150Om mij heen zijn mensen die in zonde leven,

van uw wet willen zij niets weten.

151U bent dicht bij mij, Here.

Ik weet dat al uw woorden waar zijn.

152Uit uw woorden weet ik dat U van het begin af

aan alles een vaste plaats hebt gegeven.

153Let toch op mijn moeilijkheden en bevrijd mij.

Ik zal uw wet echt niet vergeten.

154Wees rechter over mij en red mij.

U hebt beloofd mij nieuw leven te geven.

155De ongelovigen zullen niet worden gered,

want zij willen zich niet aan uw leefregels houden.

156Uw liefdevolle meeleven is zo groot, Here.

U hebt bevolen dat ik het leven weer zou krijgen.

157Het aantal vijanden dat mij achtervolgt, is groot,

toch zal ik niet van uw woorden afwijken.

158Ik voel weerzin als ik mensen zie die van U zijn afgeweken,

want zij houden zich niet aan wat U zegt.

159Ziet U wel hoeveel ik van uw wet houd?

Here, laten uw goedheid en liefde weer nieuw leven geven.

160Nergens in uw woord is iets onwaars, alles is de waarheid.

Al uw rechtvaardige geboden zijn eeuwig.

161Zonder aanleiding word ik achtervolgd door koningen,

maar uw woord is het enige dat ik vrees, daarvoor heb ik ontzag.

162Ik ben zo blij met uw woord,

alsof onverwachte rijkdom mij in de schoot valt.

163Ik heb een hartgrondige hekel aan leugens,

daarentegen houd ik heel veel van uw wet.

164Zeven keer per dag prijs ik U,

omdat U ons een rechtvaardige wet hebt gegeven.

165Mensen die van uw wet houden,

ervaren een diepe vrede in het hart.

Er staat hun niets in de weg.

166Here, ik verwacht alleen uitredding van U

en houd mij aan uw geboden.

167Ik houd mij met mijn hele wezen aan uw woorden,

ik heb ze oprecht lief.

168Ik blijf trouw aan uw wetten en regels,

want U weet wat goed voor mij is.

169Here, ik bid dat U mij zult horen.

Wees trouw aan wat U hebt gezegd en maakt U mij verstandig.

170Laat mijn aanhoudend bidden U bereiken.

Bevrijd mij zoals U hebt beloofd.

171Overal waar ik kom, zal ik U steeds prijzen,

want U leert mij alles wat U goedvindt.

172Ik zal een lied zingen over wat U zegt,

omdat alles wat U gebiedt, rechtvaardig is.

173Laat uw hand mij te hulp komen,

want ik kies ervoor uw geboden na te volgen.

174Ik verlang naar uw bevrijding, Here.

Uw wet maakt mij gelukkig.

175Laat mij leven en U prijzen.

Laten uw leefregels mij tot steun zijn.

176Soms dwaal ik rond als een schaap

dat de herder niet meer kan vinden.

Zoekt U mij dan op,

ik zal uw geboden nooit vergeten.

Nueva Versión Internacional (Castilian)

Salmo 119:1-176

Salmo 119119:0 Sal 119 Este es un salmo acróstico, dividido en 22 estrofas, conforme al número de las letras del alfabeto hebreo. En el texto hebreo cada una de las ocho líneas principales de cada estrofa comienza con la letra que da nombre a la misma.

Álef

1Dichosos los que van por caminos perfectos,

los que andan conforme a la ley del Señor.

2Dichosos los que guardan sus estatutos

y de todo corazón lo buscan.

3Jamás hacen nada malo,

sino que siguen los caminos de Dios.

4Tú has establecido tus preceptos,

para que se cumplan fielmente.

5¡Cuánto deseo afirmar mis caminos

para cumplir tus decretos!

6No tendré que pasar vergüenzas

cuando considere todos tus mandamientos.

7Te alabaré con integridad de corazón,

cuando aprenda tus justos juicios.

8Tus decretos cumpliré;

no me abandones del todo.

Bet

9¿Cómo puede el joven llevar una vida íntegra?

Viviendo conforme a tu palabra.

10Yo te busco con todo el corazón;

no dejes que me desvíe de tus mandamientos.

11En mi corazón atesoro tus dichos

para no pecar contra ti.

12¡Bendito seas, Señor!

¡Enséñame tus decretos!

13Con mis labios he proclamado

todos los juicios que has emitido.

14Me regocijo en el camino de tus estatutos

más que en119:14 más que en (Siríaca); como sobre (TM). todas las riquezas.

15En tus preceptos medito,

y pongo mis ojos en tus sendas.

16En tus decretos hallo mi deleite,

y jamás olvidaré tu palabra.

Guímel

17Trata con bondad a este siervo tuyo;

así viviré y obedeceré tu palabra.

18Ábreme los ojos, para que contemple

las maravillas de tu ley.

19En esta tierra soy un extranjero;

no escondas de mí tus mandamientos.

20A toda hora siento un nudo en la garganta

por el deseo de conocer tus juicios.

21Tú reprendes a los insolentes;

¡malditos los que se apartan de tus mandamientos!

22Aleja de mí el menosprecio y el desdén,

pues yo cumplo tus estatutos.

23Aun los poderosos se confabulan contra mí,

pero este siervo tuyo medita en tus decretos.

24Tus estatutos son mi deleite;

son también mis consejeros.

Dálet

25Postrado estoy en el polvo;

dame vida conforme a tu palabra.

26Tú me respondiste cuando te hablé de mis caminos.

¡Enséñame tus decretos!

27Hazme entender el camino de tus preceptos,

y meditaré en tus maravillas.

28De angustia se me derrite el alma:

susténtame conforme a tu palabra.

29Mantenme alejado de caminos torcidos;

concédeme las bondades de tu ley.

30He optado por el camino de la fidelidad,

he escogido tus juicios.

31Yo, Señor, me apego a tus estatutos;

no me hagas pasar vergüenza.

32Corro por el camino de tus mandamientos,

porque has ampliado mi modo de pensar.

He

33Enséñame, Señor, a seguir tus decretos,

y los cumpliré hasta el fin.

34Dame entendimiento para seguir tu ley,

y la cumpliré de todo corazón.

35Dirígeme por la senda de tus mandamientos,

porque en ella encuentro mi solaz.

36Inclina mi corazón hacia tus estatutos

y no hacia las ganancias desmedidas.

37Aparta mi vista de cosas vanas,

dame vida conforme a tu palabra.119:37 conforme a tu palabra (Targum y dos mss. hebreos); en tu camino (TM).

38Confirma tu promesa a este siervo,

como lo has hecho con los que te temen.

39Líbrame del oprobio que me aterra,

porque tus juicios son buenos.

40¡Yo amo tus preceptos!

¡Dame vida conforme a tu justicia!

Vav

41Envíame, Señor, tu gran amor

y tu salvación, conforme a tu promesa.

42Así responderé a quien me desprecie,

porque yo confío en tu palabra.

43No me quites de la boca la palabra de verdad,

pues en tus juicios he puesto mi esperanza.

44Por toda la eternidad

obedeceré fielmente tu ley.

45Viviré con toda libertad,

porque he buscado tus preceptos.

46Hablaré de tus estatutos a los reyes

y no seré avergonzado,

47pues amo tus mandamientos,

y en ellos me regocijo.

48Yo amo tus mandamientos,

y hacia ellos elevo mis manos;

¡quiero meditar en tus decretos!

Zayin

49Acuérdate de la palabra que diste a este siervo tuyo,

palabra con la que me infundiste esperanza.

50Este es mi consuelo en medio del dolor:

que tu promesa me da vida.

51Los insolentes me ofenden hasta el colmo,

pero yo no me aparto de tu ley.

52Me acuerdo, Señor, de tus juicios de antaño,

y encuentro consuelo en ellos.

53Me llenan de indignación los impíos,

que han abandonado tu ley.

54Tus decretos han sido mis cánticos

en el lugar de mi destierro.

55Señor, por la noche evoco tu nombre;

¡quiero cumplir tu ley!

56Lo que a mí me corresponde

es obedecer tus preceptos.119:56 Lo que a mí … tus preceptos. Alt. Esto es lo que me corresponde, porque obedezco tus preceptos.

Jet

57¡Mi herencia eres tú, Señor!

Prometo obedecer tus palabras.

58De todo corazón busco tu rostro;

compadécete de mí conforme a tu promesa.

59Me he puesto a pensar en mis caminos,

y he orientado mis pasos hacia tus estatutos.

60Me doy prisa, no tardo nada

para cumplir tus mandamientos.

61Aunque los lazos de los impíos me aprisionan,

yo no me olvido de tu ley.

62A medianoche me levanto a darte gracias

por tus rectos juicios.

63Soy amigo de todos los que te honran,

de todos los que observan tus preceptos.

64Enséñame, Señor, tus decretos;

¡la tierra está llena de tu gran amor!

Tet

65Tú, Señor, tratas bien a tu siervo,

conforme a tu palabra.

66Impárteme conocimiento y buen juicio,

pues yo creo en tus mandamientos.

67Antes de sufrir anduve descarriado,

pero ahora obedezco tu palabra.

68Tú eres bueno, y haces el bien;

enséñame tus decretos.

69Aunque los insolentes me difaman,

yo cumplo tus preceptos con todo el corazón.

70El corazón de ellos es torpe e insensible,

pero yo me regocijo en tu ley.

71Me hizo bien haber sido afligido,

porque así llegué a conocer tus decretos.

72Para mí es más valiosa tu enseñanza

que millares de monedas de oro y plata.

Yod

73Con tus manos me creaste, me diste forma.

Dame entendimiento para aprender tus mandamientos.

74Los que te honran se regocijan al verme,

porque he puesto mi esperanza en tu palabra.

75Señor, yo sé que tus juicios son justos,

y que con justa razón me afliges.

76Que sea tu gran amor mi consuelo,

conforme a la promesa que hiciste a tu siervo.

77Que venga tu compasión a darme vida,

porque en tu ley me regocijo.

78Sean avergonzados los insolentes que sin motivo me maltratan;

yo, por mi parte, meditaré en tus preceptos.

79Que se reconcilien conmigo los que te temen,

los que conocen tus estatutos.

80Sea mi corazón íntegro hacia tus decretos,

para que yo no sea avergonzado.

Caf

81Esperando tu salvación se me va la vida.

En tu palabra he puesto mi esperanza.

82Mis ojos se consumen esperando tu promesa,

y digo: «¿Cuándo vendrás a consolarme?»

83Parezco un odre ennegrecido por el humo,

pero no me olvido de tus decretos.

84¿Cuánto más vivirá este siervo tuyo?

¿Cuándo juzgarás a mis perseguidores?

85Me han cavado trampas los insolentes,

los que no viven conforme a tu ley.

86Todos tus mandamientos son fidedignos;

¡ayúdame!, pues falsos son mis perseguidores.

87Por poco me borran de la tierra,

pero yo no abandono tus preceptos.

88Por tu gran amor, dame vida

y cumpliré tus estatutos.

Lámed

89Tu palabra, Señor, es eterna,

y está firme en los cielos.

90Tu fidelidad permanece para siempre;

estableciste la tierra, y quedó firme.

91Todo subsiste hoy, conforme a tus decretos,

porque todo está a tu servicio.

92Si tu ley no fuera mi regocijo,

la aflicción habría acabado conmigo.

93Jamás me olvidaré de tus preceptos,

pues con ellos me has dado vida.

94¡Sálvame, pues te pertenezco

y escudriño tus preceptos!

95Los impíos me acechan para destruirme,

pero yo me esfuerzo por entender tus estatutos.

96He visto que aun la perfección tiene sus límites;

¡solo tus mandamientos son infinitos!

Mem

97¡Cuánto amo yo tu ley!

Todo el día medito en ella.

98Tus mandamientos me hacen más sabio que mis enemigos

porque me pertenecen para siempre.

99Tengo más discernimiento que todos mis maestros

porque medito en tus estatutos.

100Tengo más entendimiento que los ancianos

porque obedezco tus preceptos.

101Aparto mis pies de toda mala senda

para cumplir con tu palabra.

102No me desvío de tus juicios

porque tú mismo me instruyes.

103¡Cuán dulces son a mi paladar tus palabras!

¡Son más dulces que la miel a mi boca!

104De tus preceptos adquiero entendimiento;

por eso aborrezco toda senda de mentira.

Nun

105Tu palabra es una lámpara a mis pies;

es una luz en mi sendero.

106Hice un juramento, y lo he confirmado:

que acataré tus rectos juicios.

107Señor, es mucho lo que he sufrido;

dame vida conforme a tu palabra.

108Señor, acepta la ofrenda que brota de mis labios;

enséñame tus juicios.

109Mi vida pende de un hilo,119:109 pende de un hilo. Lit. está siempre en mi puño.

pero no me olvido de tu ley.

110Los impíos me han tendido una trampa,

pero no me aparto de tus preceptos.

111Tus estatutos son mi herencia permanente;

son el regocijo de mi corazón.

112Inclino mi corazón a cumplir tus decretos

para siempre y hasta el fin.

Sámej

113Aborrezco a los hipócritas,

pero amo tu ley.

114Tú eres mi escondite y mi escudo;

en tu palabra he puesto mi esperanza.

115¡Malhechores, apartaos de mí,

que quiero cumplir los mandamientos de mi Dios!

116Sostenme conforme a tu promesa, y viviré;

no defraudes mis esperanzas.

117Defiéndeme, y estaré a salvo;

siempre optaré por tus decretos.

118Tú rechazas a los que se desvían de tus decretos,

porque solo maquinan falsedades.

119Tú desechas como escoria a los impíos de la tierra;

por eso amo tus estatutos.

120Mi cuerpo se estremece por el temor que me inspiras;

siento reverencia por tus leyes.

Ayin

121Yo practico la justicia y el derecho;

no me dejes en manos de mis opresores.

122Garantiza el bienestar de tu siervo;

que no me opriman los arrogantes.

123Mis ojos se consumen esperando tu salvación,

esperando que se cumpla tu justicia.

124Trata a tu siervo conforme a tu gran amor;

enséñame tus decretos.

125Tu siervo soy: dame entendimiento

y llegaré a conocer tus estatutos.

126Señor, ya es tiempo de que actúes,

pues tu ley está siendo quebrantada.

127Sobre todas las cosas amo tus mandamientos,

más que el oro, más que el oro refinado.

128Por eso tengo en cuenta todos tus preceptos119:128 Por eso … tus preceptos (véanse LXX y Vulgata); Por eso todos los estatutos de todo lo que hago recto (TM).

y aborrezco toda senda falsa.

Pe

129Tus estatutos son maravillosos;

por eso los obedezco.

130La exposición de tus palabras nos da luz,

y da entendimiento al sencillo.

131Anhelante abro la boca

porque ansío tus mandamientos.

132Vuélvete a mí, y ten compasión

como haces siempre con los que aman tu nombre.

133Guía mis pasos conforme a tu promesa;

no dejes que me domine la iniquidad.

134Líbrame de la opresión humana,

pues quiero obedecer tus preceptos.

135Haz brillar tu rostro sobre tu siervo;

enséñame tus decretos.

136Ríos de lágrimas brotan de mis ojos,

porque tu ley no se obedece.

Tsade

137Señor, tú eres justo,

y tus juicios son rectos.

138Justos son los estatutos que has ordenado,

y muy dignos de confianza.

139Mi celo me consume,

porque mis adversarios pasan por alto tus palabras.

140Tus promesas han superado muchas pruebas,

por eso tu siervo las ama.

141Insignificante y menospreciable como soy,

no me olvido de tus preceptos.

142Tu justicia es siempre justa;

tu ley es la verdad.

143He caído en la angustia y la aflicción,

pero tus mandamientos son mi regocijo.

144Tus estatutos son siempre justos;

dame entendimiento para poder vivir.

Qof

145Con todo el corazón clamo a ti, Señor;

respóndeme, y obedeceré tus decretos.

146A ti clamo: «¡Sálvame!»

Quiero cumplir tus estatutos.

147Muy de mañana me levanto a pedir ayuda;

en tus palabras he puesto mi esperanza.

148En toda la noche pego ojo,119:148 En toda … ojo. Lit. Se anticipan mis ojos a las vigilias.

para meditar en tu promesa.

149Conforme a tu gran amor, escucha mi voz;

conforme a tus juicios, Señor, dame vida.

150Ya se acercan mis crueles perseguidores,

pero andan muy lejos de tu ley.

151Tú, Señor, también estás cerca,

y todos tus mandamientos son verdad.

152Desde hace mucho conozco tus estatutos,

los cuales estableciste para siempre.

Resh

153Considera mi aflicción, y líbrame,

pues no me he olvidado de tu ley.

154Defiende mi causa, rescátame;

dame vida conforme a tu promesa.

155La salvación está lejos de los impíos,

porque ellos no buscan tus decretos.

156Grande es, Señor, tu compasión;

dame vida conforme a tus juicios.

157Muchos son mis adversarios y mis perseguidores,

pero yo no me aparto de tus estatutos.

158Miro a esos renegados y me dan náuseas,

porque no cumplen tus palabras.

159Mira, Señor, cuánto amo tus preceptos;

conforme a tu gran amor, dame vida.

160La suma de tus palabras es la verdad;

tus rectos juicios permanecen para siempre.

Shin

161Gente poderosa119:161 Gente poderosa. Lit. Príncipes. me persigue sin motivo,

pero mi corazón se asombra ante tu palabra.

162Yo me regocijo en tu promesa

como quien halla un gran botín.

163Aborrezco y repudio la falsedad,

pero amo tu ley.

164Siete veces al día te alabo

por tus rectos juicios.

165Los que aman tu ley disfrutan de gran bienestar,

y nada los hace tropezar.

166Yo, Señor, espero tu salvación

y practico tus mandamientos.

167Con todo mi ser cumplo tus estatutos.

¡Cuánto los amo!

168Obedezco tus preceptos y tus estatutos,

porque conoces todos mis caminos.

Tav

169Que llegue mi clamor a tu presencia;

dame entendimiento, Señor, conforme a tu palabra.

170Que llegue a tu presencia mi súplica;

líbrame, conforme a tu promesa.

171Que rebosen mis labios de alabanza,

porque tú me enseñas tus decretos.

172Que entone mi lengua un cántico a tu palabra,

pues todos tus mandamientos son justos.

173Que acuda tu mano en mi ayuda,

porque he escogido tus preceptos.

174Yo, Señor, ansío tu salvación.

Tu ley es mi regocijo.

175Déjame vivir para alabarte;

que vengan tus juicios a ayudarme.

176Cual oveja perdida me he extraviado;

ven en busca de tu siervo,

porque no he olvidado tus mandamientos.