Het Boek

Psalmen 114:1-8

1Toen het volk Israël wegtrok uit Egypte

en het volk verliet dat een vreemde taal sprak,

2koos God het gebied van Juda uit

als zijn heilige woonplaats,

het land Israël was zijn gebied.

3De Rietzee zag het volk komen

en week uiteen om het door te laten.

Hetzelfde gebeurde met de Jordaan:

ook die stremde haar water en bood een doorgang.

4De bergen leken op springende schapen

en de heuvels op dartelende lammetjes.

5Waarom week de zee uiteen?

Waarom bood de Jordaan een doorgang?

6Waarom leken de bergen op springende schapen

en de heuvels op lammetjes?

7Laat de hele aarde beven als de Here komt,

beven wanneer de God van Jakob zijn gezicht laat zien.

8Want Hij veranderde de rots in een waterbron

en droge, dorre stenen gaven water.

Nueva Versión Internacional (Castilian)

Salmo 114:1-8

Salmo 114

1Cuando Israel, el pueblo de Jacob,

salió de Egipto, de un pueblo extraño,

2Judá se convirtió en el santuario de Dios;

Israel llegó a ser su dominio.

3Al ver esto, el mar huyó;

el Jordán se volvió atrás.

4Las montañas saltaron como carneros,

los cerros saltaron como ovejas.

5¿Qué te pasó, mar, que huiste,

y a ti, Jordán, que te volviste atrás?

6¿Y a vosotras montañas, que saltasteis como carneros?

¿Y a vosotros cerros, que saltasteis como ovejas?

7¡Tiembla, oh tierra, ante el Señor,

tiembla ante el Dios de Jacob!

8¡Él convirtió la roca en un estanque,

el pedernal en manantiales de agua!