Het Boek

Psalmen 110

1Een psalm van David.

Dit sprak de Here tot mijn Heer:
‘Kom naast Mij zitten, aan mijn rechterhand,
totdat Ik uw vijanden aan u onderworpen heb.’
De Here laat u machtig heersen vanuit Sion.
U bent de overwinnaar over al uw tegenstanders.
Uw volk volgt u graag
als u het oproept voor de strijd.
Al heel vroeg in de morgen verschijnen
de sterke jongemannen in prachtige kleding.
De Here heeft een eed afgelegd
waarvan Hij nimmer spijt krijgt:
‘U bent de eeuwige priester,
zoals ook Melchisedek mijn priester was.’
De Here is aan uw rechterzijde
en verlaat u niet.
Op de dag van zijn toorn
vernietigt Hij de koningen van deze aarde.
Hij spreekt het vonnis over de ongelovigen uit
en de lijken stapelen zich op.
Hij vernietigt hen, waar zij ook zijn.
Onderweg lest Hij zijn dorst bij een beek
en Hij draagt het hoofd fier opgeheven.

King James Version

Psalm 110

1The Lord said unto my Lord, Sit thou at my right hand, until I make thine enemies thy footstool.

The Lord shall send the rod of thy strength out of Zion: rule thou in the midst of thine enemies.

Thy people shall be willing in the day of thy power, in the beauties of holiness from the womb of the morning: thou hast the dew of thy youth.

The Lord hath sworn, and will not repent, Thou art a priest for ever after the order of Melchizedek.

The Lord at thy right hand shall strike through kings in the day of his wrath.

He shall judge among the heathen, he shall fill the places with the dead bodies; he shall wound the heads over many countries.

He shall drink of the brook in the way: therefore shall he lift up the head.