Het Boek

Psalmen 108

1Een psalm van David.

Ik voel mij veilig en rustig bij U, mijn God!
Ik verlang ernaar voor U lofliederen te zingen.
Vooruit, harp en citer!
Nog voor de zon opkomt, wil ik al spelen.
In tegenwoordigheid van alle volken, Here,
wil ik U prijzen en eren.
Voor vreemde volken wil ik psalmen over U zingen.
Uw goedheid en liefde zijn onmetelijk,
zij gaan hoger dan het blauw van de hemel.
Uw trouw is net zo min op te meten
als de afstand tot de wolken.
Maak Uzelf maar groot
tot in alle hemelen, mijn God.
Uw macht en majesteit
zullen over de hele wereld worden gezien.
Wilt U ons antwoorden?
Wilt U ons de overwinning bezorgen,
zodat uw volgelingen worden bevrijd?
God heeft in zijn heilige woning gesproken
en ik juich over zijn antwoord.
Ik zal Sichem verdelen
en het dal van Sukkot opmeten.
Gilead en Manasse zijn van mij
en Efraïm is mijn helm.
Juda is de staf waarmee ik regeer.
10 Moab is mijn wasbak,
Edom vertrap ik met mijn sandalen
en over Filistea triomfeer ik.
11 Wie brengt mij naar de versterkte vesting?
Wie begeleidt mij naar Edom?
12 U bent het, o God,
U die ons eerst had verstoten.
Wilt U, o God, optrekken met onze legers?
13 Help ons tegen de vijand,
want hulp van mensen stelt niets voor.
14 Met de hulp van God
kunnen wij dapper strijden,
Hij zal onze vijanden verslaan.

The Message

Psalm 108

A David Prayer

11-2 I’m ready, God, so ready,
    ready from head to toe.
Ready to sing,
    ready to raise a God-song:
“Wake, soul! Wake, lute!
    Wake up, you sleepyhead sun!”

3-6 I’m thanking you, God, out in the streets,
    singing your praises in town and country.
The deeper your love, the higher it goes;
    every cloud’s a flag to your faithfulness.
Soar high in the skies, O God!
    Cover the whole earth with your glory!
And for the sake of the one you love so much,
    reach down and help me—answer me!

7-9 That’s when God spoke in holy splendor:
    “Brimming over with joy,
I make a present of Shechem,
    I hand out Succoth Valley as a gift.
Gilead’s in my pocket,
    to say nothing of Manasseh.
Ephraim’s my hard hat,
    Judah my hammer.
Moab’s a scrub bucket—
    I mop the floor with Moab,
Spit on Edom,
    rain fireworks all over Philistia.”

10-11 Who will take me to the thick of the fight?
    Who’ll show me the road to Edom?
You aren’t giving up on us, are you, God?
    refusing to go out with our troops?

12-13 Give us help for the hard task;
    human help is worthless.
In God we’ll do our very best;
    he’ll flatten the opposition for good.