Het Boek

Psalmen 101

1Een psalm van David.

Ik wil een lied zingen
over goedheid, liefde en rechtvaardigheid.
Voor U, Here, wil ik een psalm zingen.
Ik zorg ervoor dat ik zuiver leef.
Komt U naar mij toe?
Ik leef oprecht en eerlijk.
Ik denk niet aan onzuivere dingen.
Ik haat de levenswandel van de zondaars.
Daar houd ik mij verre van.
Iemand met een zondig hart
moet ver van mij wegblijven
en misdadigers wil ik niet kennen.
Wie stiekem kwaadspreekt over zijn kennissen,
wil ik vernietigen.
Wie hoogmoedig en trots is,
kan ik niet verdragen.
Ik ben op zoek naar eerlijke mensen,
die mogen bij mij wonen.
Wie zuiver leeft, mag mij dienen.
Bedriegers mogen niet in mijn huis komen
en leugenaars kan ik niet zien!
Elke dag opnieuw vernietig ik
de ongelovigen in dit land
en in Jeruzalem wil ik de zondaars uitroeien.

New International Version - UK

Psalm 101

Psalm 101

Of David. A psalm.

I will sing of your love and justice;
    to you, Lord, I will sing praise.
I will be careful to lead a blameless life –
    when will you come to me?

I will conduct the affairs of my house
    with a blameless heart.
I will not look with approval
    on anything that is vile.

I hate what faithless people do;
    I will have no part in it.
The perverse of heart shall be far from me;
    I will have nothing to do with what is evil.

Whoever slanders their neighbour in secret,
    I will put to silence;
whoever has haughty eyes and a proud heart,
    I will not tolerate.

My eyes will be on the faithful in the land,
    that they may dwell with me;
the one whose way of life is blameless
    will minister to me.

No one who practises deceit
    will dwell in my house;
no one who speaks falsely
    will stand in my presence.

Every morning I will put to silence
    all the wicked in the land;
I will cut off every evildoer
    from the city of the Lord.