Het Boek

Psalmen 101:1-8

1Een psalm van David.

Ik wil een lied zingen

over goedheid, liefde en rechtvaardigheid.

Voor U, Here, wil ik een psalm zingen.

2Ik zorg ervoor dat ik zuiver leef.

Komt U naar mij toe?

Ik leef oprecht en eerlijk.

3Ik denk niet aan onzuivere dingen.

Ik haat de levenswandel van de zondaars.

Daar houd ik mij verre van.

4Iemand met een zondig hart

moet ver van mij wegblijven

en misdadigers wil ik niet kennen.

5Wie stiekem kwaadspreekt over zijn kennissen,

wil ik vernietigen.

Wie hoogmoedig en trots is,

kan ik niet verdragen.

6Ik ben op zoek naar eerlijke mensen,

die mogen bij mij wonen.

Wie zuiver leeft, mag mij dienen.

7Bedriegers mogen niet in mijn huis komen

en leugenaars kan ik niet zien!

8Elke dag opnieuw vernietig ik

de ongelovigen in dit land

en in Jeruzalem wil ik de zondaars uitroeien.

New International Reader's Version

Psalm 101:1-8

Psalm 101

A psalm of David.

1I will sing about your love and fairness.

Lord, I will sing praise to you.

2I will be careful to lead a life

that is without blame.

When will you come and help me?

In my own home I will lead a life

that is without blame.

3I won’t look at anything that is evil and call it good.

I hate the acts of people who aren’t faithful to you.

I won’t have anything to do with those things.

4I will stay away from those whose hearts are twisted.

I won’t have anything to do with what is evil.

5I will get rid of anyone

who tells lies about their neighbor in secret.

I won’t put up with anyone

whose eyes and heart are proud.

6I will look with favor on the faithful people in the land.

They will live with me.

Those whose lives are without blame will serve me.

7No one who lies and cheats

will live in my house.

No one who tells lies

will serve me.

8Every morning I will get rid of

all the sinful people in the land.

I will remove from the city of the Lord

everyone who does what is evil.