Het Boek

Job 36

Elihu wijst op Gods almacht

1Elihu vervolgde:

‘Heb nog even geduld, dan zal ik verder gaan. Want ik ben nog niet klaar met God te verdedigen!
Ik zal u enkele wijsheden uit een ver verleden geven, die de rechtvaardigheid van mijn Schepper aantonen.
Ik vertel u de waarheid, want ik ben een man met feilloos inzicht.
God is almachtig en toch heeft Hij van niemand een afkeer! Zijn begrip en inzicht zijn volmaakt.
Hij houdt de goddelozen niet in leven, maar geeft aan de onderdrukten hun rechten.
De goede mensen negeert Hij niet, maar Hij verhoogt hen door hun een plaats te geven op eeuwige, koninklijke tronen.
Als zij in moeilijkheden komen, tot slaaf worden gemaakt en er ellendig aan toe zijn,
gebruikt Hij die moeilijkheden om hen erop te wijzen dat zij hebben gezondigd en zich te hoogmoedig hebben gedragen.
10 Hij maakt dat zij luisteren naar zijn woord en berouw hebben over hun zonden.
11 Als zij luisteren en Hem gehoorzamen, zullen zij worden gezegend met een gelukkig en voorspoedig leven.
12 Als zij niet naar Hem willen luisteren, zullen zij ten onder gaan en sterven door hun gebrek aan gezond verstand.
13 De goddelozen hebben haatgevoelens in hun hart. Zelfs als Hij hen vastbindt, roepen ze niet naar Hem om hulp.
14 Zij sterven jong, na een leven van ontucht en verdorvenheid.
15 Hij redt degenen die lijden en spreekt tot hen in hun ellende.
16 Zo wil Hij ook u uit de nood uitleiden naar een ruime plaats zonder beperkingen, naar een tafel vol heerlijke gerechten.
17 Maar nu wordt u beheerst door uw haatgevoelens over de goddelozen. U bent helemaal in de ban van rechtvaardigheid en oordeel.
18 Pas op dat niemand u door rijkdom of omkoping verleidt.
19 Zou uw rijkdom of uw machtige inspanning u voldoende steun kunnen geven en u uit de nood helpen?
20 Verlang niet naar de nacht die volken wegsleurt van hun plaats.
21 Laat het kwaad links liggen, want God bracht u deze ellende om ervoor te zorgen dat u niet in een slecht leven verviel.
22 Kijk, God is almachtig. Kent u een betere leermeester dan Hij?
23 Wie durft Hem wetten voor te schrijven of te zeggen dat wat Hij doet verkeerd is?
24 Nee, u kunt Hem beter prijzen om zijn machtige daden, waarvan mensen hebben gezongen!
25 Iedereen heeft deze machtige daden gezien en er van een afstand met verwondering naar gekeken.
26 God is zo groot dat wij ons van Hem geen voorstelling kunnen maken. Niemand kan een begrip als “eeuwigheid” bevatten.
27 Hij vangt de waterdruppels op en zeeft ze als regen uit de damp.
28 Zo valt de regen uit de wolken naar beneden op de mensheid.
29 Wie begrijpt iets van de wolkenformaties en van de donderslagen die er doorheen dreunen?
30 Kijk eens hoe Hij het licht om Zich heen verspreidt en hoe Hij een deken legt over de diepten van de oceanen.
31 Zo oordeelt Hij over de volken, zo geeft Hij de mensen voedsel in overvloed.
32 In zijn handen houdt Hij de bliksemschichten en op bevel stuurt Hij elk ervan naar een bepaald doel.
33 In de donder voelen wij zijn aanwezigheid naderen. Hij strijdt tegen het onrecht.’

La Bible du Semeur

Job 36

Dieu éduque l’homme par la souffrance

1Elihou continua en ces termes:

Accepte encore un peu que je t’enseigne,
car il y a encore à dire pour la cause de Dieu.
De loin, je tirerai ma science, oui, de très loin,
et je rendrai justice à celui qui m’a fait.
Car vraiment, mes discours ne sont pas des mensonges.
Et je m’adresse à toi avec un savoir sûr.

Bien que puissant, Dieu n’a de dédain pour personne;
il est puissant, il est aussi déterminé.
Il ne permettra pas que vive le méchant,
il fait justice aux opprimés,
il ne détourne pas ses yeux des hommes justes,
mais il les fait asseoir sur un trône à côté des rois.
Il les y établit pour siéger à jamais; ainsi il les honore.
S’ils sont liés de chaînes
ou pris dans les liens du malheur,
c’est qu’il leur dénonce leurs actes,
les fautes que dans leur orgueil ils ont commises.
10 Il ouvre leurs oreilles aux avertissements
et il leur dit: «Détournez-vous du mal.»
11 S’ils écoutent, et se soumettent,
ils finissent leurs jours dans le bonheur,
et leurs années s’achèvent dans les délices.
12 Mais s’ils n’écoutent pas, ils auront à subir les coups du javelot
et ils expireront, faute d’avoir reçu la connaissance.

13 Quant à ceux qui rejettent Dieu, ils gardent leur colère[a],
ils ne crient pas à l’aide quand il les lie de chaînes.
14 Aussi, leur vie s’éteint en pleine fleur de l’âge,
ils la terminent parmi les prostitués sacrés.
15 Mais Dieu délivre l’affligé par son affliction même,
et c’est par la souffrance qu’il le dispose à l’écouter.

16 Toi aussi, il t’arrachera à la détresse
pour t’établir au large sans rien pour te gêner,
et pour charger ta table d’aliments savoureux.
17 Mais maintenant si tu adoptes le jugement des criminels,
la justice et le jugement se saisiront de toi.
18 Que la colère ne t’incite donc pas à te moquer de Dieu,
et ne t’égare pas parce que la rançon est bien trop grande[b].
19 Tes cris suffiraient-ils
ou même tes plus grands efforts, pour te faire échapper à la détresse?
20 Ne soupire donc pas après la nuit
qui balaiera les peuples!
21 Fais attention! Ne te tourne pas vers le mal!
Car la souffrance t’y dispose[c].

22 Vois, Dieu est souverain par sa puissance.
Quel maître enseigne comme lui?
23 Qui inspectera sa conduite[d]?
Qui lui a jamais dit: «Ce que tu fais est mal»?
24 Mais souviens-toi plutôt de célébrer son œuvre
que chantent les humains.
25 Tout le monde la voit,
tout être humain la regarde de loin.
26 Vois combien Dieu est grand: cela dépasse notre compréhension.
Nul ne peut calculer le nombre de ses ans.

27 Oui, c’est lui qui attire les gouttelettes d’eau,
il les distille en pluie, il en fait de la brume.
28 Les nuées répandent la pluie
et elles la déversent en trombes sur les hommes.
29 Qui prétendrait comprendre l’expansion des nuages
et les coups de tonnerre dont retentit sa tente?
30 Vois, tout autour, scintiller ses éclairs;
c’est lui encore qui recouvre les profondeurs des mers.
31 Par tous ces éléments, Dieu régit les nations,
et il pourvoit les hommes de nourriture en abondance.
32 Et en ses mains il cache des éclairs
auxquels il assigne une cible.
33 Le bruit de son tonnerre annonce sa venue,
et même les troupeaux pressentent son approche.

Notas al pie

  1. 36.13 Autre traduction: ils s’exposent à la colère de Dieu.
  2. 36.18 Hébreu obscur. Autre traduction: Prends garde de ne pas te laisser séduire par des largesses, et ne te laisse pas égarer par un pot-de-vin.
  3. 36.21 Autre traduction: Ne te tourne pas vers le mal que tu préférerais à la souffrance.
  4. 36.23 Autre traduction: Qui lui dictera sa conduite?