Het Boek

Job 34

Elihu vervolgt zijn toespraak

1Elihu vervolgde zijn toespraak:

‘Luister naar mij, wijze mannen.
Onze oren kunnen woorden beoordelen zoals ons gehemelte de smaak van ons voedsel proeft.
Zo moeten we ook beoordelen wat goed is en samen uitmaken wat juist is.
Job heeft namelijk gezegd: “Ik ben onschuldig, maar God spreekt dat tegen. Hij doet mij onrecht.
Ik word een leugenaar genoemd, ook al ben ik onschuldig. Ik onderga een vreselijke straf, terwijl ik toch onschuldig ben.”
7,8 Buiten Job is er niemand die zo aan kwaadsprekerij doet. Hij moet veel met slechte mannen zijn omgegaan,
want hij zei: “Het heeft geen zin te leven zoals God het wil.”
10 Luister naar mij, mannen met inzicht. U weet toch dat God niet zondigt, dat de Almachtige geen onrecht doet?
11 Maar Hij vergeldt ieder naar zijn doen en laten.
12 Het is gewoon ondenkbaar dat God verkeerd zou handelen of onrechtvaardig zou zijn.
13 Alleen Hij heeft het gezag over de wereld.
14 Als God zijn Geest zou terugtrekken en zijn adem zou terugnemen,
15 komt er een eind aan al het leven en verandert de mensheid weer in stof.
16 Als u dit maar wilde inzien en naar mijn woorden zou willen luisteren.
17 Zou God kunnen regeren als Hij een afkeer heeft van rechtvaardigheid? Bent u van plan de Almachtige Rechter te veroordelen?
18 Wilt u een oordeel uitspreken over God? Hij zegt toch zelfs tegen edelen en koningen: “U bent waardeloos en onrechtvaardig.”
19 Want het maakt voor Hem geen enkel verschil hoeveel aanzien een mens geniet en Hij maakt geen onderscheid tussen arm en rijk. Hij heeft hen allen gemaakt.
20 In een oogwenk sterven zij, ja, midden in de nacht verdwijnen de machtigen, weggenomen door een hand die niet aan een mens toebehoort.
21 Want God let op het gedrag van alle mensen, Hij ziet alles en iedereen.
22 Geen duisternis is diep genoeg om goddeloze mensen voor zijn ogen te verbergen.
23 Daarom is geen langdurig onderzoek nodig om een mens voor God, de Rechter, te laten verschijnen.
24 Zonder een onderzoek in te stellen, slaat God de hoogst geplaatsten neer en stelt Hij anderen in hun plaats aan.
25 Hij kijkt naar wat zij doen en in één enkele nacht overvalt Hij hen en slaat vernietigend toe.
26 Hij berecht hen in het openbaar als misdadigers.
27 Want zij weigerden Hem te volgen
28 en waren er de oorzaak van dat het hulpgeroep van de armen tot Hem doordrong. Ja, Hij hoort de kreten van mensen die worden onderdrukt.
29 Als Hij Zich stilhoudt, wie zal daar iets van zeggen? Als Hij Zich niet onthult, wie zal Hem dan zien? Hij handelt op gelijke wijze met een volk als met een enkeling.
30 Zo zorgt Hij ervoor dat er geen tiran aan het bewind komt die het volk in zijn greep houdt.
31 Als iemand tegen God zegt: “Ik ben schuldig en zal mijn straf dragen, maar ik zal geen slechte dingen meer doen.
32 Leer mij wat ik verkeerd heb gedaan, laat het mij zien als ik onrecht deed en ik zal het niet weer doen,”
33 moet God naar uw mening het kwaad dan toch vergelden? U hebt geweigerd u te bekeren. Vertel het ons als u het weet, want u moet hier een uitspraak over doen, niet ik.
34,35 Verstandige mensen zullen het met mij eens zijn als ik zeg: “Job praat als iemand die geen inzicht heeft.”
36 Job verdient het voortdurend op de proef te worden gesteld om de wijze waarop hij tegen God heeft gesproken.
37 Aan al zijn zonden heeft hij ook nog opstandigheid en verwaandheid toegevoegd. Voortdurend heeft hij wat tegen God in te brengen.’

Chinese Contemporary Bible (Simplified)

约伯记 34

1以利户又说:
“各位智者,请听我言;
明达之士,要侧耳听我的话。
因为耳朵辨别话语,
正如舌头品尝食物。
我们来鉴别何为正,
一起来认识何为善。
约伯曾说,‘我是清白的,
上帝却夺去我的公道。
我虽然有理,却被认为是撒谎者;
我虽然无过,却受到致命的创伤。’
有谁像约伯?
他肆意嘲讽,
与恶者为伍,
同坏人作伴。
因为他说,‘人取悦上帝毫无益处。’

10 “所以明智的人啊,请听我言,
上帝绝不会作恶,
全能者绝无不义。
11 祂按人所行的对待人,
照人所做的报应人。
12 上帝绝不会作恶,
全能者不会颠倒是非。
13 谁曾派祂治理大地,
让祂掌管整个世界呢?
14 上帝若决定收回自己的灵和气,
15 所有生灵将一同灭亡,
世人也将归回尘土。

16 “你若明理,请听我言,
侧耳听我说。
17 憎恶正义的岂可掌权?
你要谴责公义的大能者吗?
18 祂可以称君王为废物,
称权贵为恶徒。
19 祂不偏袒王侯,
也不轻贫重富,
因为他们都是祂亲手造的。
20 他们夜间转瞬死去,
百姓震颤,继而消逝,
权贵也被铲除,非借人手。
21 上帝鉴察世人的道路,
观看他们的脚步。
22 没有黑暗和阴影可供作恶者藏身。
23 祂不必再三察验,
把人召到面前审判。
24 祂击垮权贵无需审查,
另立他人取而代之。
25 祂知道他们的行为,
祂使他们在夜间倾覆、灭亡。
26 祂当众击打他们,
正如击打恶人。
27 因为他们离弃祂,
无视祂的正道,
28 以致穷人的呼求传到祂那里,
祂也听见了困苦者的呼求。
29 但祂若保持缄默,谁能定祂有罪?
祂若掩起脸来,谁能看得见祂?
个人和国家都靠祂垂顾,
30 以免不敬虔者做王,
祸国殃民。

31 “有谁对上帝说,
‘我受了管教,不会再犯罪;
32 我不明白的事,求你指教我;
我若行了恶事,必不再行’?
33 难道因为你拒绝接受,
上帝就要迎合你的要求吗?
要做抉择的是你,而非我,
请说说你的高见。
34 明达的人和听我发言的智者都会说,
35 ‘约伯所言毫无知识,
他的话没有智慧。’
36 愿约伯被试炼到底,
因为他的回答如恶人之言。
37 他的叛逆使他罪上加罪,
他在我们中间拍手讥笑,
用许多话亵渎上帝。”