Het Boek

Hosea 2

Israëls ontrouw en de liefde van God

1‘Klaag uw moeder aan, want zij is de vrouw van een ander geworden. Ik ben niet langer haar man. Laat haar ophouden zichzelf aan anderen te geven. Smeek haar te stoppen met haar overspel. Doet ze dat niet, dan zal Ik haar ontkleden, zodat zij net zo naakt zal zijn als op haar geboortedag. Ik zal haar laten wegkwijnen en laten sterven van dorst, zoals een land sterft dat getroffen is door hongersnood en droogte. Ik zal Mij niets aantrekken van het lot van haar kinderen, want zij zijn niet van Mij. Het zijn kinderen van een onbekende vader. Want hun moeder heeft overspel gepleegd. Zij die hen onder haar hart gedragen heeft, heeft zich schandelijk misdragen. Want zij zei: “Ik wil andere mannen achternalopen en mijzelf verkopen voor voedsel, drank en kleren.”

Daarom maak Ik haar weg onbegaanbaar. Ik ga haar opsluiten achter een muur. Dan zal het voor haar onmogelijk zijn een pad te vinden dat naar haar minnaars leidt. Als zij hen toch achterna loopt, zal zij hen niet kunnen bereiken. Zij zal zoeken, maar niet in staat zijn hen te vinden. Dan zal zij bij zichzelf denken: ik kan beter teruggaan naar mijn eerste man, want toen had ik het beter dan nu. Zij beseft echter niet dat al wat zij bezit, van Mij kwam. Ik was het die haar koren, jonge wijn en olijfolie gaf. Van Mij kreeg zij al het zilver en goud dat zij nota bene gebruikte voor de verering van haar afgod Baäl!

Daarom zal Ik het rijpe koren en de jonge wijn weer wegnemen bij het aanbreken van de oogsttijd. Ik zal haar haar kleren afnemen die Ik had gegeven om haar naakte lichaam mee te bedekken. Ik zal haar openlijk bloot tentoonstellen, zodat al haar minnaars het zullen zien. Niemand zal in staat zijn haar uit mijn hand te redden. 10 Ik zal een einde maken aan haar plezier, haar partijtjes en godsdienstige feestdagen. 11 Haar wijnstokken en vijgebomen zal ik vernielen. Dat waren de geschenken die zij, volgens haar zeggen, van haar minnaars had gekregen. Zij zullen volkomen verwilderen en de wilde dieren zullen de vruchten ervan eten. 12 Zo zal Ik haar straffen voor alle keren dat zij wierook brandde voor Baäl-beelden en getooid met oorringen en juwelen op zoek ging naar haar minnaars. Zij dacht geen moment meer aan Mij,’ zegt de Here.

13 ‘Maar Ik zal haar opnieuw het hof maken en haar de woestijn in leiden en tot haar hart spreken. 14 Dan zal Ik haar de wijngaarden teruggeven en het dal Achor veranderen in een poort van hoop. Daar zal zij op mijn toenaderingen ingaan en zingen van vreugde, net als vroeger toen zij jong was en Ik haar verloste van de slavernij in Egypte.’

15 ‘Die dag,’ zegt de Here, ‘zal zij Mij “mijn man” noemen in plaats van “mijn meester”. 16 Ik zal ervoor zorgen dat zij haar afgoden vergeet en hun namen niet meer in de mond neemt.

17 In die tijd zal Ik een verbond sluiten tussen Israël en de wilde dieren, de vogels en de kruipende dieren. Zij zullen niet langer bang zijn voor elkaar. Ik zal alle wapens vernietigen en een einde maken aan de oorlogen, zodat iedereen in veiligheid kan leven.

18 Israël, Ik zal u voorgoed aan Mij verbinden door banden van gerechtigheid en recht, van onwankelbare liefde en zorg. 19 Ik zal Mij met u verloven door trouw. Dan zult u Mij, de Here, wérkelijk kennen.’

20 ‘In die tijd,’ zegt de Here, ‘zal Ik het gebed van de hemel om wolken verhoren en regen laten stromen op de aarde als antwoord op haar roep om water. 21 Dan kan de aarde voldoen aan de waterbehoefte van het koren, de druiven en de olijfbomen. En zij zullen in koor zingen: “God zaait!”

22 In die tijd zal Ik een oogst aan Israëlieten zaaien en opkweken voor Mijzelf. Ik zal medelijden hebben met hen die “geen medelijden meer” hebben. Ik zal tegen hen die “niet mijn volk” zijn zeggen: “U bent nu mijn volk.” En zij zullen antwoorden met: “En U bent onze God!” ’

Thai New Contemporary Bible

โฮเชยา 2

1“จงเรียกน้องชายของเจ้าว่า ‘ประชากรของเรา’ และเรียกพี่สาวของเจ้าว่า ‘ผู้เป็นที่รักของเรา’

อิสราเอลถูกลงโทษและกลับสู่สภาพดี

“จงตำหนิมารดาของเจ้า จงตำหนินางเถิด
เพราะนางไม่ใช่ภรรยาของเรา
และเราไม่ใช่สามีของนาง
ให้นางทิ้งความยั่วยวนจากใบหน้าของนาง
และทิ้งความไม่ซื่อสัตย์จากอกของนางเถิด
มิฉะนั้นเราจะเปลื้องนางให้เปลือยเปล่า
ล่อนจ้อนเหมือนวันที่นางเกิดมา
เราจะทำให้นางเหมือนถิ่นกันดาร
ให้นางเป็นดินแดนแห้งผาก
และประหารนางด้วยความกระหาย
เราจะไม่แสดงความรักต่อลูกๆ ของนาง
เพราะเป็นลูกชู้
แม่ของเขาไม่ซื่อสัตย์
และให้กำเนิดพวกเขามาอย่างน่าอดสู
นางกล่าวว่า ‘ฉันจะตามบรรดาชู้รักไป
เขาให้อาหารและน้ำ
ให้ขนสัตว์ ผ้าลินิน น้ำมัน และเครื่องดื่มแก่ฉัน’
ฉะนั้นเราจะเอาพุ่มหนามกีดขวางหนทางของนาง
เราจะล้อมกรอบจนนางหมดทางไป
นางจะวิ่งไล่ตามชู้รัก แต่ไม่ทัน
นางจะเสาะหาพวกเขา แต่ไม่พบ
แล้วนางจะบอกว่า
‘ฉันจะกลับไปหาสามีคนแรกของฉัน
เพราะเมื่อก่อนฉันมีชีวิตที่ดีกว่านี้มากนัก’
นางไม่รับรู้ว่าเรานี่แหละ
คือผู้ที่ให้เมล็ดข้าว เหล้าองุ่นใหม่ และน้ำมันแก่นาง
คือผู้ที่ให้เงินและทอง
ซึ่งพวกเขาใช้บูชาพระบาอัล

“ดังนั้นเราจะริบเมล็ดข้าวของเราเมื่อมันสุก
และริบเหล้าองุ่นใหม่เมื่อได้ที่แล้ว
เราจะเอาผ้าขนสัตว์และผ้าลินินของเราคืน
ซึ่งเราตั้งใจให้นางไว้ปกปิดความเปลือยเปล่าของนาง
10 ดังนั้นในบัดนี้เราจะแฉความสำส่อนของนาง
ต่อหน้าชู้รักทั้งหลาย
และจะไม่มีผู้ใดช่วยนางให้พ้นมือเราไปได้
11 เราจะยุติงานฉลองทั้งปวงของนาง
ได้แก่เทศกาลประจำปีทั้งหลาย วันขึ้นหนึ่งค่ำและวันสะบาโต
ทั้งหมดนี้เป็นเทศกาลตามกำหนดของนาง
12 เราจะทำลายบรรดาเถาองุ่นและต้นมะเดื่อของนาง
ซึ่งนางกล่าวว่าชู้รักให้มาเป็นค่าตัว
เราจะทำให้มันกลายเป็นพุ่มหนาม
และสัตว์ป่าทั้งหลายจะเข้ามารุมกิน
13 เราจะลงโทษนาง
ที่นางเผาเครื่องหอมบูชาแก่พระบาอัลในวันเหล่านั้น
นางประดับกายด้วยแหวนและเพชรพลอยแพรวพราว
แล้วโลดแล่นตามชู้รักไป
แต่นางกลับลืมเรา”
            องค์พระผู้เป็นเจ้าประกาศดังนั้น

14 “ดังนั้นเรากำลังจะเกลี้ยกล่อมนาง
เราจะพานางเข้าไปในถิ่นกันดาร
และพูดกับนางอย่างอ่อนโยน
15 ที่นั่นเราจะคืนสวนองุ่นแก่นาง
และจะทำให้หุบเขาอาโคร์[a]กลายเป็นประตูแห่งความหวัง
ที่นั่นนางจะร้องเพลง[b]เหมือนเมื่อครั้งแรกรุ่น
เหมือนวันที่นางออกมาจากอียิปต์”

16 องค์พระผู้เป็นเจ้าประกาศแก่ชาวอิสราเอลว่า
“ในวันนั้นเจ้าจะเรียกเราว่า ‘สามีของฉัน’
และไม่เรียกว่า ‘นายของฉัน[c]’ อีกต่อไป
17 เราจะกำจัดชื่อของพระบาอัลออกจากริมฝีปากของนาง
จะไม่มีการเอ่ยถึงชื่อเหล่านี้อีกต่อไป
18 ในวันนั้นเราจะทำพันธสัญญา
กับสัตว์ในท้องทุ่ง นกในอากาศ
และสัตว์ที่เลื้อยคลานเพื่อพวกเจ้า
เราจะกำจัดธนู ดาบ และสงคราม
ให้หมดสิ้นจากดินแดนนี้
เพื่อทุกชีวิตจะอยู่อย่างปลอดภัย
19 เราจะหมั้นเจ้าไว้ให้เป็นของเราชั่วนิรันดร์
เราจะหมั้นเจ้าไว้ใน[d]ความชอบธรรมและความยุติธรรม
ใน[e]ความรักและความเห็นอกเห็นใจ
20 เราจะหมั้นเจ้าไว้ในความซื่อสัตย์
และเจ้าจะรู้จักองค์พระผู้เป็นเจ้า”

21 องค์พระผู้เป็นเจ้าประกาศว่า
“ในวันนั้นเราจะตอบสนอง
โดยเราจะทำให้ท้องฟ้าเกิดฝน
ตามคำเรียกร้องของแผ่นดิน
22 และจะให้ผืนดินเกิดเมล็ดข้าว
เหล้าองุ่นใหม่และน้ำมัน
ตามคำเรียกร้องของยิสเรเอล[f]
23 เราจะปลูกนางไว้ในดินแดนนั้นเพื่อเรา
เราจะแสดงความรักแก่ผู้ที่เราเรียกว่า ‘ไม่เป็นที่รักของเรา[g]
เราจะเรียกผู้ที่ ‘ไม่ใช่ประชากรของเรา[h]’ ว่า ‘เจ้าคือประชากรของเรา’
และพวกเขาจะเรียกเราว่า ‘พระองค์ทรงเป็นพระเจ้าของเรา’ ”

Notas al pie

  1. 2:15 แปลว่าลำบากเดือดร้อน
  2. 2:15 หรือตอบสนอง
  3. 2:16 ภาษาฮีบรูว่าบาอัล
  4. 2:19 หรือด้วยเช่นเดียวกับข้อ 20
  5. 2:19 หรือด้วย
  6. 2:22 แปลว่าพระเจ้าทรงปลูก
  7. 2:23 ภาษาฮีบรูว่าโลรุหะมาห์
  8. 2:23 ภาษาฮีบรูว่าโลอัมมี