Het Boek

Hooglied 3

1In mijn slaap zocht ik mijn liefste. Ik zocht en zocht, maar kon hem niet vinden.
Ik wilde opstaan en in de stad naar hem zoeken. In mijn droom zocht ik mijn liefste op de straten en pleinen, maar vond hem niet.
De nachtwakers vonden mij tijdens hun nachtelijke ronde. Ik vroeg of zij mijn liefste soms gezien hadden.
Amper waren zij weg of ik vond mijn liefste eindelijk! Ik klampte mij aan hem vast en liet hem niet meer los tot ik hem bij mij thuis gebracht had. Ik ging met hem de kamer van mijn moeder binnen.
Meisjes van Jeruzalem, let op wat ik jullie met nadruk zeg. Let daarbij op de gazellen en hinden op het veld. Zij kunnen jullie een les leren. Loop niet vooruit op de liefde, overhaast niets. Laat de liefde zichzelf openbaren als de tijd daarvoor gekomen is.

Wat komt daar aan vanuit de woestijn? Het lijken wel rookzuilen, geurend naar wierook en mirre en allerlei ander reukwerk dat de kooplieden verkopen.
O kijk! Het is de draagstoel van koning Salomo, hij is omringd door de zestig dapperste helden uit het leger.
Zij zijn allemaal goed getraind en dragen op de heup een zwaard om paraat te zijn bij nachtelijke aanvallen.
Koning Salomo heeft voor zichzelf een draagkoets laten maken van hout uit de bossen van de Libanon.
10 De spijlen heeft hij van zilver laten maken en de leuning van puur goud. De zitting is bekleed met dieprode stof. De binnenkant van de koets is bekleed met prachtige geschenken, die de meisjes van Jeruzalem de koning uit liefde hebben gegeven.

11 Vooruit, meisjes van Jeruzalem, haast u om koning Salomo te zien. Hij draagt de kroon die zijn moeder hem op zijn trouwdag gaf. Die dag zal hij nooit vergeten, dat was voor hem een vreugdevolle dag.

New Living Translation

Song of Solomon 3

Young Woman

1One night as I lay in bed, I yearned for my lover.
    I yearned for him, but he did not come.
So I said to myself, “I will get up and roam the city,
    searching in all its streets and squares.
I will search for the one I love.”
    So I searched everywhere but did not find him.
The watchmen stopped me as they made their rounds,
    and I asked, “Have you seen the one I love?”
Then scarcely had I left them
    when I found my love!
I caught and held him tightly,
    then I brought him to my mother’s house,
    into my mother’s bed, where I had been conceived.

Promise me, O women of Jerusalem,
    by the gazelles and wild deer,
    not to awaken love until the time is right.[a]

Young Women of Jerusalem

Who is this sweeping in from the wilderness
    like a cloud of smoke?
Who is it, fragrant with myrrh and frankincense
    and every kind of spice?
Look, it is Solomon’s carriage,
    surrounded by sixty heroic men,
    the best of Israel’s soldiers.
They are all skilled swordsmen,
    experienced warriors.
Each wears a sword on his thigh,
    ready to defend the king against an attack in the night.
King Solomon’s carriage is built
    of wood imported from Lebanon.
10 Its posts are silver,
    its canopy gold;
    its cushions are purple.
It was decorated with love
    by the young women of Jerusalem.

Young Woman

11 Come out to see King Solomon,
    young women of Jerusalem.[b]
He wears the crown his mother gave him on his wedding day,
    his most joyous day.

Notas al pie

  1. 3:5 Or not to awaken love until it is ready.
  2. 3:11 Hebrew of Zion.