Het Boek

Hebreeën 4

Rust voor Gods kinderen

1Hoewel Gods belofte nog altijd geldt, de belofte dat God ons allen in zijn rust op zal nemen, moeten wij ervoor zorgen dat niet sommigen de indruk zouden wekken er geen deel aan te hebben. Want dit goede nieuws heeft ons net zo bereikt als de mensen in de tijd van Mozes. Maar zij hebben er niets aan gehad, omdat zij het niet geloofden. Want alleen als wij God geloven, kunnen wij deel krijgen aan zijn rust. Hij heeft immers gezegd: ‘In mijn toorn heb Ik gezworen dat zij geen rust bij Mij zouden vinden.’ Toch ligt Gods plan om hun die rust te geven, al klaar vanaf het begin van de wereld. Dat weten wij omdat er in de Boeken staat dat God op de zevende dag uitrustte. Alles wat Hij wilde maken, was klaar. Toch kwamen de Israëlieten er niet, want God zei ten slotte: ‘Zij zullen bij Mij geen rust vinden.’ Maar de belofte is niet ingetrokken. Daarom komen sommigen er wel, al zijn dat niet de mensen die het eerst de kans kregen, want die waren God ongehoorzaam. Maar God heeft de mensen een nieuwe kans gegeven om deel te krijgen aan zijn rust en die kans is er nú! Hij heeft dat door de mond van David al aangekondigd met de eerder genoemde woorden: ‘Luister nú naar wat Hij u zegt en sluit uw hart niet af voor Hem.’

Jozua heeft het volk niet in deze rust gebracht. Als dat zo was, zou God niet veel later hebben gezegd dat het ‘nu’ de tijd is om deel te krijgen aan die rust. Er wacht het volk van God dus nog altijd een zuivere, volkomen rust. 10 Wie door geloof die rust ervaart, rust uit van zijn eigen werk, net als God. 11 Laten wij ons best doen deel te krijgen aan die rust. Daarom moeten wij ervoor oppassen God niet ongehoorzaam te zijn zoals het volk Israël, dat daardoor die rust niet kreeg.

12 Want het woord van God is levend en vol van kracht. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard, het dringt zo diep door dat het alles in ons van elkaar lossnijdt, zelfs onze diepste gedachten en verlangens. Daardoor wordt duidelijk wie wij werkelijk zijn. 13 God weet alles over iedereen. Alles in en om ons ligt open en bloot voor zijn ogen, niets kan verborgen blijven voor Hem aan wie wij verantwoording moeten afleggen voor alles wat wij hebben gedaan.

14 Dit betekent dat Jezus, de Zoon van God, onze grote hogepriester is, die naar de hemel is gegaan om ons te helpen. Daarom moeten wij geen ogenblik aan Hem twijfelen. 15 Deze hogepriester begrijpt onze zwakheden, omdat Hij dezelfde verleidingen heeft gekend als wij, maar Hij heeft er geen ogenblik aan toegegeven, Hij heeft nooit gezondigd. 16 Laten wij daarom vrijmoedig naar de troon van God gaan om van Hem genade te ontvangen, om hulp te krijgen, juist in die ogenblikken dat wij het moeilijk hebben.

Chinese Contemporary Bible (Simplified)

希伯来书 4

信的人得享安息

1因此,上帝既然仍旧应许让人进入祂的安息,我们就该战战兢兢,免得有人失去这福分。 因为我们和他们一样听到了福音,只是他们听了道后没有凭信心领受,结果没有得到益处。 正如上帝曾说:

“我在愤怒中起誓说,
‘他们绝不可进入我的安息。’”

但我们这些已经信的人能够进入祂的安息。其实造物之工自创世以来就已经完成了, 因为圣经论到第七日时说:“第七日,上帝歇了一切的工。” 又说:“他们绝不可进入我的安息。” 既然最终会有人进入安息,而那些从前听过福音的人因为不信没能进去, 上帝就另定了一个日子,称之为“今日”。正如多年后,祂借着大卫说:

“你们今日若听见祂的声音,
不可心里顽固。”

如果当初约书亚已经让他们得到了安息,上帝就不必另定一个日子了。 这样说来,必定另有一个安息日为上帝的子民存留,使他们可以真正安歇。 10 因为人进入上帝的安息,就是歇了自己的工作,好像上帝歇了祂的工作一样。 11 因此,我们要竭力进入那安息,免得重蹈他们的覆辙,因不顺服而倒毙。

12 上帝的话有生命、有功效,锋利无比,胜过一切两刃的利剑,甚至能够剌入并分开魂与灵、关节与骨髓,辨明人一切的思想和动机。 13 受造物在上帝面前都无法隐藏,因为万物都是赤裸裸地暴露在上帝眼前,我们必须向祂交账。

大祭司耶稣

14 我们既然有一位已经升上高天的尊贵大祭司——上帝的儿子耶稣,就应当持守我们所认定的信仰。 15 因为我们这位大祭司并非不能体恤我们的软弱,祂与我们一样曾经面对各样的试探,却从来没有犯罪。 16 所以,让我们坦然无惧地到祂赐恩的宝座前,好领受怜悯和恩典,作随时的帮助。