Het Boek

2 Johannes

Pas op voor de vele verleiders in deze wereld

Van: Johannes, de leider van de gemeente. Aan: de vrouw die door God uitgekozen is en aan haar kinderen.

Ik heb u oprecht lief en daarin ben ik niet de enige, alle mensen die de waarheid hebben leren kennen, houden ook van u. Want de waarheid blijft in ons en zal altijd bij ons zijn. Wij zullen ook de genade, het medeleven en de vrede van God de Vader en van zijn Zoon Jezus Christus ontvangen, in waarheid en liefde.

Ik heb ervan genoten enkele van uw kinderen te ontmoeten, die zich door de waarheid laten leiden, zoals de Vader ons heeft opgedragen. Daarom wil ik u herinneren aan het oude gebod dat God ons al in het begin heeft gegeven: gelovigen moeten elkaar liefhebben. Als wij God liefhebben, zullen wij leven zoals Hij wil. Hij heeft ons vanaf het allereerste begin gezegd dat wij elkaar moeten liefhebben.

Pas op voor de vele misleidende leraren die in deze wereld rondlopen. Zij beweren dat Jezus Christus niet als een mens van vlees en bloed gekomen is. Daaruit blijkt dat zij bedriegers en antichristen, vijanden van Christus, zijn. Wees daarom op uw hoede. Anders doet u alles teniet wat wij tot stand hebben gebracht en krijgt u niet uw volle loon. Wie verder gaat dan wat Christus ons geleerd heeft, heeft geen gemeenschap met God. Maar wie zich houdt aan wat Christus ons geleerd heeft, heeft niet alleen gemeenschap met Hem, maar ook met zijn Vader. 10 Als iemand bij u komt om u iets anders te leren, laat hem dan niet binnen en groet hem zelfs niet. 11 Want als u dat wel doet, bent u medeplichtig aan het kwaad dat hij aanricht.

12 Ik heb u nog veel meer te zeggen, maar ik wil dat niet per brief doen. Ik hoop naar u toe te komen en er persoonlijk met u over te spreken. Dan zal onze vreugde compleet zijn! 13 U ontvangt de hartelijke groeten van de kinderen van uw zuster.

Spanish, Castilian (La Nueva Biblia al Día)

2 John 1

1Juan, el anciano, a la Señora elegida y a sus hijos, a quienes amo de corazón; y no sólo yo, sino todos los que han conocido la verdad, 2porque la verdad permanece y permanecerá en nosotros para siempre. 3Que la gracia, la misericordia y la paz de Dios Padre y de nuestro Señor Jesucristo, su Hijo, sean con vosotros en verdad y amor.

4Me ha alegrado en gran manera encontrar a algunos de tus hijos y saber que caminan en la verdad, de acuerdo con el mandamiento que recibimos del Padre.

5No creo necesario, Señora, escribirte ahora ningún mandamiento nuevo, pero sí recordarte el que Dios nos dio desde el principio: que nos amemos fraternalmente unos a otros. 6Y el amor consiste precisamente en conducirnos de acuerdo con los mandamientos que Dios nos dio, es decir, en guardar todo cuanto desde un principio él ha dispuesto.

7Pero por ahí andan muchos impostores que no confiesan que Jesucristo vino a nosotros en cuerpo humano y mortal como el nuestro. Quienes eso enseñan son embusteros y anticristos. 8Mirad por vosotros mismos y evitad conduciros como ellos, para que no caiga en saco roto el fruto de vuestro buen trabajo, sino que recibáis en su momento el premio que da el Señor.

9Todo aquel que habiendo perdido el rumbo se aparta de la enseñanza de Cristo y no persevera en ella, se aparta también de Dios. Para tener al Padre y al Hijo es preciso permanecer fielmente en la enseñanza de Cristo. 10Si alguien viene en busca vuestra con ánimo de instruiros, pero no lo hace conforme a la enseñanza “de Cristo, no lo admitáis en vuestra casa ni le deis la bienvenida. “ 11Pensad que si no actuáis de este modo, estaréis tomando parte en sus malas obras.

12Tengo otras muchas cosas que deciros, pero prefiero no hacerlo por carta, porque espero poder visitaros pronto y hablar personalmente con vosotros. Así nuestra alegría será completa.

13Los hijos de tu hermana, también elegida de Dios, te envían saludos.