Knijga O Kristu

Matej 6:1-34

O pomaganju onima koji su u potrebi

1“Pazite! Nemojte svoja dobra djela činiti javno da vam se drugi dive jer onda nećete primiti plaću od svojega nebeskog Oca.

2Zato kada daješ milodar, ne trubi pred sobom kao što to u sinagogama i na ulicama čine licemjeri da ih ljudi hvale. Zaista vam kažem, drugu nagradu osim te neće dobiti.6:2, 5 i 16 U grčkome: oni su već primili svoju plaću. 3Naprotiv, kada daješ milodar, neka tvoja ljevica ne zna što radi desnica. 4Udijeli svoj milodar potajno pa će te tvoj Otac, koji vidi i u tajnosti, nagraditi.”

O molitvi

(Mk 11:25; Lk 11:2-4)

5“I kada se molite, ne budite poput licemjera koji se vole moliti u sinagogama i po uličnim raskrižjima da ih ljudi vide. Zaista vam kažem, drugu nagradu osim te neće dobiti. 6Ti, naprotiv, kada se moliš, uđi nekamo gdje ćeš biti sam, zatvori za sobom vrata te se pomoli Ocu u tajnosti, a tvoj će te Otac, koji vidi u tajnosti, nagraditi. 7Kad se molite, ne nabrajajte isprazne riječi kao pogani, koji misle da će biti uslišani zbog svojega nabrajanja. 8Ne činite kao oni jer vaš Otac dobro zna što vam je potrebno i prije nego što ga zamolite. 9Zato se vi molite ovako:

‘Oče naš na nebu, neka se štuje tvoje sveto ime.

10Neka dođe tvoje kraljevstvo.

Neka se tvoja volja provodi

na zemlji kao i na nebu.

11Kruh naš svagdašnji daj nam danas

12i oprosti nam naše grijehe kao što i mi opraštamo onima koji griješe protiv nas.

13I ne dopusti da podlegnemo kušnji,

nego nas izbavi od Zloga.’6:13 U nekim rukopisima stoji još: Jer tvoji su kraljevstvo, sila i slava zauvijek. Amen.

14Jer ako oprostite ljudima njihove pogreške, i vaš će nebeski Otac vama oprostiti. 15Ali ne oprostite li vi drugima njihovih pogrešaka, ni vaš Otac neće vama oprostiti vaše grijehe.

O postu

16Kad postite, ne mrštite se kao licemjeri, koji izobliče lice kako bi ljudi opazili da poste. Zaista vam kažem, drugu nagradu osim te neće dobiti. 17Ali ti se, kada postiš, lijepo uredi 18da tvoj post ne zapaze ljudi, nego samo tvoj Otac koji je u tajnosti. I tvoj će ti Otac, koji vidi u tajnosti, uzvratiti.”

O novcu i imetku

(Lk 11:34-36; 12:33-34; 16:13)

19“Ne zgrćite sebi blago ovdje na zemlji, gdje ga mogu izgristi moljci ili može zahrđati, gdje lopovi provaljuju i kradu. 20Stječite sebi blago na nebu, gdje ga ne mogu izgristi moljci ni hrđa, gdje lopovi ne provaljuju i ne kradu. 21Jer gdje ti je blago, ondje će ti biti i srce.

22Oko je poput svjetiljke tijelu. Ne budete li odviše brinuli za materijalna dobra jasno ćete vidjeti u životu, 23ali ako za njih budete previše brinuli vid će vam biti zasjenjen i duboka će vam tama ispuniti život.

Ne može se služiti Bogu i bogatstvu

24Nitko ne može služiti dvojici gospodara. Ili će jednoga mrziti, a drugoga voljeti ili će jednome biti odan, a drugoga prezirati. Ne možete služiti i Bogu i bogatstvu.

Ne brinite se!

(Lk 12:22-31)

25Zato vam kažem: Ne brinite se tjeskobno kako ćete preživjeti, što ćete jesti ili piti, ni u što ćete obući svoje tijelo! Nije li život vredniji od hrane, a tijelo od odjeće? 26Pogledajte ptice nebeske! Niti siju, niti žanju, niti sabiru u žitnice jer ih hrani vaš nebeski Otac. A niste li vi mnogo vredniji od njih? 27Može li tko od vas sebi brigama produžiti život barem i za jedan dan?

28Zašto se onda brinuti za odjeću? Pogledajte samo poljske ljiljane! Niti se muče niti predu. 29A kažem vam da se ni kralj Salomon u svoj svojoj raskoši nije zaodjenuo kao jedan od njih. 30Pa ako Bog tako odijeva poljsku travu koja danas jest, a već se sutra baca u peć, zar se neće još i više brinuti za vas, malovjerni? 31Ne brinite se tjeskobno i ne govorite: ‘Što ćemo jesti?’, ‘Što ćemo piti?’ ili ‘U što ćemo se obući?’ 32jer tako čine nevjernici. Vaš nebeski Otac zna da vam je sve to potrebno. 33Stoga najprije tražite Božje kraljevstvo i njegovu pravednost, pa će vam se i to nadodati.

34Ne brinite se zato tjeskobno za sutra jer će ono donijeti nove brige. Današnja vam je muka dovoljna za danas.”

Het Boek

Mattheüs 6:1-34

Onderricht voor het leven

1‘Let erop dat u uw goede werken niet doet om bij de mensen op te vallen. Want dan krijgt u geen beloning van uw hemelse Vader. 2Wanneer u een arme iets geeft, bazuin het dan niet rond. Dat doen schijnheilige mensen. Het gaat hen erom iedereen in de synagoge en op straat te laten zien hoe goed zij zijn. Zij willen door de mensen geprezen worden. Daarmee hebben zij hun beloning al. 3Als u goed voor iemand bent, houd het dan geheim. Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. 4Uw Vader ziet wat er in het verborgene gebeurt en Hij zal u ervoor belonen.

5Nu iets over het bidden. Wees niet zoals de schijnheiligen: die bidden zo dat iedereen het kan horen en zien, op de hoek van de straat en in de synagoge. Zij hebben hun beloning al. 6Als u bidt, ga dan uw kamer in, doe de deur achter u dicht en bid tot uw Vader in het verborgene. En uw Vader, die ziet wat er in het verborgene gebeurt, zal u belonen. 7En wees bij het bidden niet langdradig en gebruik geen zinloze woorden, zoals de andere volken doen. Want die denken dat hun gebeden worden verhoord als zij veel woorden gebruiken. 8Doe niet zoals zij. Bedenk dat uw Vader precies weet wat u nodig hebt, al voor u Hem erom vraagt!

9Bid daarom dit gebed:

Onze Vader in de hemel, laat uw naam alle eer ontvangen. 10Laat uw Koninkrijk komen. Laat uw wil op de aarde worden gedaan, net zoals in de hemel. 11Geef ons vandaag het eten dat wij nodig hebben. 12Vergeef ons onze schulden, zoals wij anderen hun schulden vergeven. 13Breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van de duivel. 14Want als u de mensen vergeeft wat zij verkeerd hebben gedaan, zal uw hemelse Vader ook u vergeven wat u verkeerd hebt gedaan. 15Maar als u hen niet vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u niet vergeven.

16Nu iets over het vasten. Als u vast, doe dat dan niet opvallend zoals schijnheilige mensen. Want die proberen, door er somber en onverzorgd uit te zien, de mensen te laten weten dat zij vasten. Dat is dan ook de enige beloning die zij er ooit voor krijgen. 17Maar als u vast, zorg dan dat u er verzorgd uitziet. 18Dan zal niemand merken dat u vast, behalve uw Vader, die in het verborgene is. En die Vader, die ziet wat er in het verborgene gebeurt, zal u belonen.

19Verzamel op aarde geen kostbaarheden, want die vergaan of worden gestolen. 20U kunt beter kostbaarheden in de hemel verzamelen, waar ze nooit zullen vergaan of worden gestolen. 21Want waar u uw kostbaarheden bewaart, daar zal ook uw hart naar uitgaan.

22Het oog is de lamp van het lichaam. Als uw oog zuiver is en alleen op het goede gericht, leeft uw hele lichaam in het licht. 23Maar als uw oog boosaardig is, leeft u geheel in het donker. En als het licht in uw innerlijk verduisterd is, in welk een duisternis leeft u dan niet.

24U kunt niet twee heren dienen. Want u zult de ene haten en de andere liefhebben, of omgekeerd. Zo kunt u ook niet God dienen en tegelijk uw hart op het geld zetten. 25Ik geef u deze raad: maak u geen zorgen over eten, drinken en kleren. Uw leven is belangrijker dan het voedsel! En uw lichaam is belangrijker dan kleding! 26Let eens op de vogels. Die maken zich geen zorgen over wat zij moeten eten. Zij hoeven niet te zaaien of te oogsten of te bewaren, want God geeft hun wat zij nodig hebben. U bent voor Hem toch meer waard dan de vogels! 27Al die zorgen maken uw leven geen dag langer. 28Waarom zou u zich zorgen maken over kleding? Kijk eens naar de bloemen in het veld. Die staan daar te bloeien zonder zich druk te maken. 29En toch zag koning Salomo, met al zijn pracht en praal, er niet zo mooi uit als zij. 30Als God zo goed zorgt voor de bloemen, die vandaag in het veld staan en morgen weg zijn, zal Hij dan niet nog veel beter voor u zorgen? Wat hebt u toch weinig vertrouwen in Hem! 31Maak u dus geen zorgen over wat u zult eten of aantrekken. 32Met dat soort dingen vullen de ongelovigen hun leven. Uw hemelse Vader weet heel goed wat u allemaal nodig hebt.

33Geef het Koninkrijk van God en het doen van zijn wil de hoogste plaats in uw leven. Al het andere zal u dan geschonken worden. 34Maak u geen zorgen voor de dag van morgen. Ook morgen zal God u weer geven wat u nodig hebt. Elke dag heeft al genoeg aan zijn eigen problemen.’