Mawu a Mulungu mu Chichewa Chalero

Masalimo 83

Nyimbo. Salimo la Asafu.

1Inu Mulungu musakhale chete;
    musangoti phee, Mulungu musangoti duu.
Onani adani anu akuchita chiwawa,
    amene amadana nanu autsa mitu yawo.
Mochenjera iwo akukambirana za chiwembu kutsutsana ndi anthu anu;
    Iwo akukonzekera kutsutsana ndi omwe mumawakonda.
Iwo akunena kuti, “Bwerani” akutero, “Tiyeni tiwononge mtundu wonsewu
    kuti dzina la Israeli lisakumbukikenso.”

Ndi mtima umodzi akukonzekera chiwembu;
    Iwo achita mgwirizano kutsutsana nanu:
Matenti a Edomu ndi Aismaeli,
    Mowabu ndi Ahagiri,
Agebala, Aamoni ndi Aamaleki,
    Afilisti, pamodzi ndi anthu a ku Turo.
Ngakhalenso Aasiriya aphatikizana nawo
    kupereka mphamvu kwa ana a Loti.
            Sela

Muwachitire zomwe munachitira Amidiyani,
    monga munachitira Sisera ndi Yabini ku mtsinje wa Kisoni.
10 Amene anawonongedwa ku Endori
    ndi kukhala ngati zinyalala.
11 Anthu awo otchuka muwachite zomwe munachita Orebu ndi Zeebu
    ana a mafumu muwachite zomwe munachita Zeba ndi Zalimuna,
12 amene anati, “Tiyeni tilande dziko
    la msipu la Mulungu.”

13 Muwasandutse fumbi lowuluka, Inu Mulungu wanga,
    ngati mankhusu owuluka ndi mphepo.
14 Monga moto umatentha nkhalango,
    kapena malawi a moto kuyatsa phiri,
15 kotero muwathamangitse ndi mphepo yamkuntho,
    ndi kuwachititsa mantha ndi namondwe.
16 Muphimbe nkhope zawo ndi manyazi
    kuti adzafunefune dzina lanu Yehova.

17 Achite manyazi ndi mantha nthawi zonse;
    awonongeke mwa manyazi.
18 Adziwe kuti Inu amene dzina lanu ndi Yehova,
    ndinu nokha Wammwambamwamba pa dziko lonse lapansi.

Het Boek

Psalmen 83

1Een psalm van Asaf.

Laat iets van U horen, o God.
Spreek toch en blijf niet werkeloos toezien.
Uw tegenstanders gaan tekeer.
De mensen die U haten, krijgen de overhand.
Zij beramen aanslagen tegen uw volk
en overleggen hoe zij uw volgelingen kunnen aanvallen.
Zij zeggen tegen elkaar:
‘We gaan dat hele volk uitroeien.
Niemand kent dan nog het volk van Israël.’
Zij waren het al snel eens
en hebben een verdrag gesloten
om gezamenlijk tegen U op te staan.
De Edomieten en Ismaëlieten,
de Moabieten en de Hagarenen.
De Gebalieten, Ammonieten en Amalekieten,
en ook de Filistijnen,
samen met de inwoners van de stad Tyrus.
Ook Assur kwam erbij,
het helpt de nakomelingen van Lot.
10 Doe met hen maar hetzelfde
als U met de Midjanieten deed
en als met Sisera.
Of zoals met Jabin bij de rivier de Kison.
11 Zij werden bij Endor verslagen en gedood,
hun lijken dienden als mest voor het land.
12 Dood hun leiders,
zoals U met de koningen Oreb en Zeëb hebt gedaan.
Doe met hun koningen hetzelfde als U deed
met de Midjanitische koningen Zebah en Zalmuna.
13 Want zij wilden uw land in bezit nemen.
14 Mijn God, laat hen zweven
als de zaadjes van een distel,
blaas hen weg
als kaf dat door de wind wordt verdreven.
15 Zoals het vuur een bos verbrandt
en de vlammen de bergen roodgloeiend maken,
16 achtervolg hen zo met uw storm,
jaag hun schrik aan met uw wervelwind.
17 Maak hen te schande,
misschien zullen zij dan ooit
nog eens naar U zoeken, Here.
18 Laten zij zich schamen
en door schrik overmand worden,
laat hen door de grond gaan van berouw.
19 Dan zullen zij eindelijk beseffen
dat U de Here bent,
dat U de Allerhoogste bent op de aarde.