Chinese Contemporary Bible (Traditional)

詩篇 10

求上帝懲治惡人

1耶和華啊,你為何遠遠站著?
為何在我遭難時隱藏起來?
惡人狂妄地追逼窮苦人,
願他們落入自己所設的圈套。
惡人誇耀自己的貪慾,
貪婪的人憎恨、咒詛耶和華。
他們狂傲自大,心中沒有上帝,
從不尋求耶和華。
他們凡事順利,
對你的審判不屑一顧,
對所有的仇敵嗤之以鼻。
他們自以為可以屹立不倒,
世世代代永不遭殃。
他們滿口咒詛、謊話和恐嚇之言,
舌頭沾滿禍害和邪惡。
他們埋伏在村莊,
暗中監視受害者,殺害無辜。
他們像獅子埋伏在暗處,
獵取無助的人,
用網羅拖走他們。
10 不幸的人被擊垮,
倒在他們的暴力下。
11 他們自言自語:「上帝忘記了,
祂掩面不理這些事!」
12 耶和華啊,求你起來!
上帝啊,求你舉手施罰,
不要忘記無助的人!
13 惡人為何輕視上帝,
以為上帝不會追究呢?
14 但你已看到世人的疾苦,
隨時伸出援手。
困苦無助的人投靠你,
你是孤兒的幫助。
15 求你打斷惡人的臂膀,
徹底追究他們的罪惡。
16 耶和華永永遠遠是君王,
列邦必從祂的土地上滅亡。
17 耶和華啊,
你知道困苦人的願望,
你必垂聽他們的呼求,
安慰他們。
18 你為孤兒和受欺壓的人伸冤,
使渺小的世人不能再恐嚇他們。

Het Boek

Psalmen 10

1Waarom blijft de afstand
tussen U en mij
zo groot, Here?
Het lijkt wel
of U Zich juist voor mij verbergt
wanneer ik U het meest nodig heb.
Vol hoogmoed
achtervolgt de goddeloze de arme.
Laat het kwaad dat zij hebben bedacht,
toch op deze mensen zelf neerkomen!
Want mensen die U afwijzen
pochen over alles wat zij willen en kunnen,
zij wensen de hebzuchtige geluk,
maar de Here verachten zij.
Deze mensen,
hooghartig en trots als zij zijn,
denken dat er geen God is
die rekenschap vraagt.
In hun leven is geen plaats voor Hem.
Hun manier van leven en werken
brengt hun nog steeds geluk,
terwijl zij er niet aan denken
uw oordeel daarbij te betrekken.
Dit valt helemaal buiten hun gezichtsveld.
Ook over hun tegenstanders
halen zij minachtend hun schouders op.
Ze denken bij zichzelf:
‘Wie doet me wat?
Het gaat ons toch al jarenlang goed,
van vader op zoon?’
Bij het minste of geringste vloeken zij,
altijd bedriegen en misleiden zij
en bedenken zij onrecht.
Zij bevinden zich vaak
op geheime verblijfplaatsen,
op afgelegen plekken
vermoorden zij onschuldige mensen
en zij loeren op weerloze mensen.
Zij wachten hen stiekem op
als een leeuw die zijn prooi bespringt.
Zij leggen hinderlagen
om arme mensen te vangen
en trekken het net om hen aan.
10 De ongelukkige
wordt overweldigd door hun kracht
en bezwijkt onder hun mishandelingen.
11 God ziet het toch niet,
denken zij bij zichzelf.
En als Hij het al ziet,
vergeet Hij het wel weer.
Hij kan toch niet alles onthouden?
12 Here, grijp toch in!
O God, hef uw hand toch tegen hen op!
Denk alstublieft aan de armen!
13 Hoe komt het
dat goddelozen U verachten?
Zij denken dat U hen nooit
ter verantwoording zult roepen.
14 Here, U ziet wat zij doen.
U weet wat een ellende en verdriet zij veroorzaken.
Laat hen dan ook maar boeten, Here!
De arme mensen vertrouwen zich geheel aan U toe.
U bent de toevlucht voor wees en weduwe.
U staat bekend als degene
die de hulpelozen tegemoet komt en helpt.
15 Breek de macht van de boosdoeners, Here,
zodat zij niets meer kunnen.
Vervolg hen
tot er niet één meer in leven is.
16 De Here is Koning,
nu en tot in eeuwigheid!
Zij die God niet volgen,
moeten zijn land uit.
17 Here, U kent het hart
van de nederige mensen door en door.
U kent hun wensen,
uw hart gaat naar hen uit,
U luistert naar hen.
18 U doet recht
aan wezen en verdrukten.
Niemand krijgt meer de kans
hen uit het land te verjagen.