Забур 41 CARS - Psalmen 41 HTB

Священное Писание (Восточный Перевод)

Забур 41

Вторая книга

1Дирижёру хора. Наставление потомков Кораха.

Как стремится лань к воде,
    так стремится душа моя к Тебе, Всевышний.
Душа моя жаждет Всевышнего, живого Бога.
    Когда я приду и пред Ним предстану?
Слёзы были мне пищей
    и днём, и ночью,
когда говорили мне непрестанно:
    «Где твой Бог?»
Сердце моё болит, когда я вспоминаю,
    как ходил к дому Всевышнего,
    впереди многолюдного собрания,
ходил в праздничной толпе
    с криками радости и хвалы.

Что унываешь, моя душа?
    Зачем тревожишься?
Возложи надежду на Всевышнего,
    ведь я ещё буду славить Его –
    Спасителя и Бога моего.

Душа моя унывает во мне,
    поэтому я вспоминаю Тебя
с земли иорданской,
    с высот Хермона, с горы Мицар.
Шумят горные потоки,
    словно перекликаясь друг с другом;
все волны Твои, все Твои валы
    прошли надо мною.

Днём Вечный являет мне Свою любовь,
    ночью я пою Ему песню –
    молитву Богу моей жизни.

10 Скажу я Всевышнему, моей Скале:
    «Почему Ты меня забыл?
Почему я скитаюсь, плача,
    оскорблённый моим врагом?»
11 В самое сердце ранят меня враги,
    когда глумятся, спрашивая меня каждый день:
    «Где твой Бог?»

12 Что унываешь, моя душа?
    Зачем тревожишься?
Возложи надежду на Всевышнего,
    ведь я ещё буду славить Его –
    моего Спасителя и моего Бога.

Het Boek

Psalmen 41

1Een psalm van David voor de koordirigent.

Gelukkig is wie voor de zwakken zorgt.
Als hemzelf eens onheil treft,
zal de Here hem helpen.
De Here zal hem beschermen
en in leven laten.
Anderen zullen hem prijzen.
Zijn vijanden krijgen hem er niet onder.
Als hij ziek wordt,
zal de Here hem steunen.
Tijdens zijn ziekte zal Hij zijn toestand verbeteren.
Ik zei: ‘Here, geef mij uw genade.
Genees mij, want ik ben U niet gehoorzaam geweest.’
Mijn tegenstanders roddelen over mij en zeggen:
‘Wanneer denk je dat hij sterft?
Eindelijk is hij dan verdwenen.’
Wanneer iemand mij opzoekt,
spreekt hij met gladde tong.
In zijn hart haat hij mij
en zodra hij weer weg is,
vertelt hij links en rechts leugens.
Zij die mij haten,
steken hun hoofden bij elkaar
en fluisteren over mij:
‘Heb je het al gehoord?
Hij heeft een dodelijke ziekte.
Hij zal nooit meer van zijn ziekbed afkomen.’
10 Zelfs mijn beste vriend,
die ik volledig vertrouwde
en die regelmatig bij mij at,
heeft zich tegen mij gekeerd.
11 Here, wilt U mij genade schenken
en mij beter maken?
Dan zal ik het hun vergelden!
12 Wanneer mijn tegenstander
geen plezier meer over mij heeft,
is dat voor mij de bevestiging
dat U met liefde voor mij zorgt,
13 en dat U mij kracht geeft,
omdat ik niet tegen U gezondigd heb,
en dat U mij voor altijd dicht bij U laat wonen.
14 Geprezen zij de Here, de God van Israël!
Tot in alle eeuwigheid. Amen.