Забур 140 CARS - Psalmen 140 HTB

Священное Писание (Восточный Перевод)

Забур 140

1Вечный, я взываю к Тебе: поспеши ко мне!
    Услышь моё моление, когда я взываю к Тебе.
Прими молитву мою,
    как возжигание благовоний перед Тобой,
и возношение моих рук –
    как вечернее жертвоприношение.

Поставь, Вечный, стражу у моего рта,
    стереги двери моих уст.
Не дай моему сердцу склониться к злу,
    не дай участвовать в беззаконии нечестивых,
    и не дай вкусить от их сластей.

Пусть накажет меня праведник – это милость;
    пусть обличает меня – это лучшее помазание,
    которое не отринет моя голова.

Но моя молитва против злодеев:
    да будут вожди их сброшены с утёсов.
Тогда люди узнают,
    что мои слова были правдивы.
Как земля, которую рассекают и дробят,
    так рассыпаны наши кости у пасти мира мёртвых.

Но глаза мои устремлены на Тебя, Владыка Вечный;
    на Тебя надеюсь, не дай мне умереть!
Сохрани меня от сетей, которые раскинули для меня,
    и от западни злодеев.
10 Пусть нечестивые падут в свои же сети,
    а я их избегу.

Наставление Давуда. Молитва Давуда, когда он находился в пещере.[a]

Notas al pie

  1. 141:0 См. 1 Цар. 22:1-2; 24.

Het Boek

Psalmen 140

1Een psalm van David voor de koordirigent.

Here, bescherm mij tegen de misdadigers
en houd mij uit de handen van hen die geweld liefhebben.
Zij beramen slechte plannen
en zijn voortdurend uit op oorlog.
Hun tong is zo scherp als die van een slang
en hun lippen spuwen dodelijk gif.
Here, bescherm mij tegen de aanvallen van de ongelovigen
en houd mij uit de handen van hen die geweld liefhebben.
Zij zijn van plan mij te laten struikelen.
Hoogmoedige mensen zetten vallen voor mij,
valstrikken en netten om mij te vangen.
Maar ik zeg tegen de Here: ‘U bent mijn God.’
Here, luister toch naar mijn bidden en smeken.
Almachtige Here, U bevrijdt mij door uw kracht.
U beschermt mijn leven wanneer de oorlog uitbreekt.
Here, voorkom dat mijn vijanden hun zin krijgen.
En laat, als zij mij aanvallen, hun aanslag mislukken.
10 Het kwaad van de mensen om mij heen
en de slechte dingen die zij zeggen,
zullen hun zelf overkomen.
11 Laat het gloeiende kolen op hen regenen,
laat hen in een vuurkuil vallen waar ze nooit meer uitkomen.
12 De roddelaar heeft geen recht van leven in dit land
en ik hoop dat het ongeluk de misdadiger inhaalt.
13 Ik ben ervan overtuigd dat de Here het opneemt voor de armen
en verdedigt wie het moeilijk hebben.
14 Het is duidelijk dat de oprechte mensen uw naam zullen prijzen,
zij mogen in uw nabijheid leven.