Забур 122 CARS - Psalmen 122 HTB

Священное Писание

Забур 122:1-4

Песнь 122

Песнь восхождения.

1К Тебе поднимаю глаза свои,

Обитающий на небесах!

2Как глаза слуг смотрят на руку своего господина

и глаза служанки – на руку своей госпожи,

так наши глаза обращены на Вечного,

до тех пор, пока Он не смилуется над нами.

3Помилуй нас, Вечный, помилуй нас,

потому что мы долго терпели презрение.

4Долго мы терпели оскорбление от надменных

и презрение от гордых.

Het Boek

Psalmen 122:1-9

1Een bedevaartslied van David.

Wat was ik blij toen men mij voorstelde

samen naar het huis van de Here te gaan.

2Jeruzalem, wij staan in uw poorten.

3Jeruzalem is een goedgebouwde stad,

4waar de stammen van het volk naartoe gaan.

Alle stammen die bij de Here horen.

Het is een voorschrift voor het volk de Here te prijzen.

5Want in Jeruzalem wordt rechtgesproken

en het huis van David is er gevestigd.

6Bid voor de vrede van Jeruzalem,

dat ieder die van de stad houdt,

rust mag ervaren.

7Laat er vrede heersen binnen de muren

en rust in elke stadswijk.

8Ter wille van mijn broers

en vrienden zeg ik tot de stad:

‘Laat er vrede in u zijn.’

9En ter wille van het huis van onze Here God

zal ik het goede zoeken

voor de stad Jeruzalem.