Bibelen på hverdagsdansk

Salme 89

Guds løfte til David

1En visdomssang af ezraitten Etan.

Herre, jeg vil altid synge om din nåde,
    tale om din trofasthed fra slægt til slægt.
Din nåde forandres aldrig,
    din trofasthed kan umuligt høre op.

„Jeg har sluttet pagt med min udvalgte,
    højtideligt lovet min tjener David,
at jeg altid vil tage vare på hans slægt
    og bygge ham en evig trone.”

Englene lovpriser dine undere, Herre,
    himmelske skarer synger om din trofasthed.
Er der nogen, der kan sammenlignes med Gud?
    Hvem af englene kan måle sig med ham?
Den himmelske forsamling skælver foran dig,
    alle omkring dig bøjer sig i ærefrygt.
Hvem er som du, almægtige Gud?
    Altid er du omgivet af din trofasthed.
10 Du hersker over det oprørte hav,
    du befaler over de brusende bølger.
11 Du knuste Rahab, det stolte uhyre,
    du fejede dine fjender langt væk.
12 Himlen er din, jorden tilhører dig,
    du skabte dem med alt, hvad de rummer.
13 Du skabte både nord og syd.
    Tabor og Hermon priser dig med glæde.
14 Din arm er umådelig stærk,
    din højre hånd kan besejre alt.
15 Din trone er bygget på retfærdighed,
    du kendetegnes ved nåde og sandhed.
16 Lykkelige er de, som lovsynger dig,
    de lever i lyset af dit nærvær.
17 De glæder sig over dig dagen lang,
    soler sig i din godhed.
18 Du er grunden til deres styrke,
    vi sejrer på grund af din nåde og accept.

19 Vor konge[a] er indsat af Herren,
    Israels almægtige Gud udvalgte ham.
20 Du sagde engang i et syn til din profet:
„Jeg har valgt at støtte en ung helt,
    udvalgt en konge blandt almindelige mennesker.
21 Jeg udtog David som min tjener,
    salvede ham med olie til konge.
22 Min hånd skal altid støtte ham,
    min arm give ham styrke.
23 Hans fjender kan ikke få ram på ham,
    de onde kan ikke overmande ham.
24 Jeg vil selv gøre det af med hans fjender,
    jeg tilintetgør dem, der hader ham.
25 Min trofaste kærlighed følger ham altid,
    han får styrke ved at stole på mig.
26 Jeg giver ham magt over havet,
    han skal herske over floderne.
27 Han skal kalde mig ‚Far’ og ‚Gud’
    og ‚Redningsmand’.
28 Jeg vil gøre ham til min førstefødte søn,
    den mægtigste konge på jorden.
29 Jeg vil være ham tro for evigt,
    min pagt med ham står fast.
30 Hans slægt skal altid bestå,
    hans rige vare ved, så længe himlen er til.
31 Men hvis hans børn svigter mig
    og ikke adlyder mine bud,
32 hvis de bryder mine love
    og ikke gør, som jeg siger,
33 så må jeg straffe dem for deres oprør,
    drage dem til ansvar for deres ulydighed.
34 Men jeg vil altid være ham tro
    og holde fast ved mit løfte.
35 Jeg bryder ikke min pagt,
    og svigter ikke mit ord.
36 Jeg har én gang aflagt et højtideligt løfte,
    og jeg kan ikke lyve overfor David.
37 Hans slægt skal altid bestå,
    hans rige vare ved, så længe solen står op,
38 så længe månen er til,
    så længe himlen består.”

Bøn om national befrielse

39 Men nu har du forkastet din udvalgte konge,
    du har udøst din vrede over mig.
40 Du har svigtet pagten med din tjener,
    du har kastet min kongekrone i støvet.
41 Du har nedbrudt vore forsvarsmure,
    lagt vore fæstninger i ruiner.
42 Alle, der kommer forbi, udplyndrer os,
    vi er til spot for vore naboer.
43 Du har givet vore fjender sejren,
    og gjort vore modstandere glade.
44 Min hær er slået tilbage,
    du hjalp mig ikke mod fjenden.
45 Du har gjort ende på min herlighed,
    væltet min trone omkuld.
46 Du gjorde mig gammel før tiden,
    jeg blev til skamme for øjnene af alle.

47 Åh, Herre, hvor længe skal det fortsætte?
    Hvor længe vil du skjule dig for os?
        Hvor længe vil din vrede brænde som ild?
48 Husk på, at mit liv er kort.
    Hvorfor skal mennesker være så magtesløse?
49 Kan man leve evigt og aldrig dø?
    Kan man undslippe dødsrigets magt?

50 Herre, hvor er din trofasthed blevet af?
    Hvor er den godhed, du lovede David?
51 Herre, se, hvordan din tjener foragtes,
    hvordan jeg må udholde folkenes hån.
52 Dine fjender ler ad mig, Herre,
    de puster mig i nakken med deres hån.

53 Lovet være Herren for evigt.
    Amen, amen.

Notas al pie

  1. 89,19 Ordret „skjold”, da kongen skulle beskytte og hjælpe sit folk.

Het Boek

Psalmen 89

1Een leerzaam gedicht van de Ezrahiet Ethan.

Ik wil alleen nog maar zingen
van de goedheid en genade van de Here,
van alles wat Hij voor mij heeft gedaan.
Van generatie op generatie
zal ik getuigen van uw trouw.
Ik zeg dan:
uw goedheid en liefde gelden eeuwig,
tot in de hemel blijkt hoe trouw U bent.
De Here zegt:
Ik heb een verbond gesloten
met de man die Ik heb uitgekozen,
dat heb Ik gezworen aan mijn dienaar David.
Ik zei tegen hem:
Ik zal uw nageslacht blijven zegenen,
van generatie op generatie
zullen uw kinderen op de troon blijven.
Here, daarom wordt uw grote macht
tot in de hemel geprezen.
Alle gelovigen loven U om uw trouw.
Kan in de hemel iemand
zich meten met de Here?
Is er op aarde
een god als onze Here?
God dwingt ontzag en respect af
van de heilige engelen die Hem omringen.
Here, God van de hemelse legers,
wie is zo groot en machtig als U?
Uw trouw omgeeft U.
10 U beheerst de woede van de zee,
als de golven hoog oprijzen, brengt U ze tot rust.
11 U hebt Egypte vernietigd
en al uw vijanden door uw kracht verspreid.
12 De hemel is van U
en ook de aarde behoort U toe.
U hebt de wereld en alles wat erop leeft, geschapen.
13 Van noord tot zuid hebt U alles gemaakt.
De bergen juichen U toe.
14 Uw arm is machtig en uw hand is sterk.
Uw rechterhand is de hoogste op aarde.
15 Alles wat U doet, is recht en rechtvaardig.
Goedheid, liefde en trouw
zijn alleen op U van toepassing.
16 Gelukkig is het volk dat U eert, Here,
zij gaan hun weg met U, in uw licht.
17 De hele dag prijzen zij uw naam
en dankzij uw rechtvaardigheid staan zij sterk.
18 Want U bent het kenmerk van hun kracht,
door uw liefde en goedkeuring ontvangen wij een hoge positie.
19 De Here beschermt ons
en de Heilige God van Israël is onze Koning.
20 In het verleden hebt U tegen uw volgelingen gezegd:
‘Ik heb mijn hulp toegezegd aan een dapper man,
één man uit uw volk koos Ik speciaal uit.
21 Ik vond mijn dienaar David
en heb hem met gewijde olie gezalfd.
22 Mijn hand zal hem ondersteunen
en mijn arm zal hem sterk maken.
23 De vijand zal hem niet in zijn macht krijgen
en geen misdadiger zal hem kwaad kunnen doen.
24 Integendeel, Ik zal zijn tegenstanders voor hem vernietigen.
Wie hem haten, zullen Mij tegenkomen.
25 Maar al mijn trouw en liefde zijn voor hem.
Dankzij Mij bekleedt hij een hoge positie.
26 Ik geef hem zelfs gezag over zeeën en rivieren.
27 Hij zal Mij zijn Vader noemen.
Ik zal zijn God zijn
en de rots waar hij zijn redding vindt.
28 Ik zal hem behandelen als een oudste zoon,
als een van de hoogste koningen op aarde.
29 Mijn goedheid en liefde zijn blijvend voor hem,
mijn verbond met hem kan niet meer worden verbroken.
30 Zijn nageslacht zal altijd blijven bestaan
en zijn troon is onaantastbaar.
31 Als zijn zonen mijn wetten negeren
en niet meer leven volgens mijn leefregels,
32 als zij mijn voorschriften ontwijden
en mijn geboden niet meer houden,
33 zal Ik hen straffen en allerlei plagen sturen.
34 Maar mijn goedheid en liefde voor hem
blijven onveranderd, Ik blijf hem trouw.
35 En ook mijn verbond met hem
blijf Ik trouw, dat is Mij heilig.
Wat Ik heb beloofd, zal Ik doen.
36 Ik heb het immers eens bij Mij Zelf gezworen!
Ik kan David niet in de steek laten.
37 Zijn nageslacht zal altijd voortleven
en zijn troon is onwankelbaar, net als de zon.
38 Net als de maan zal hij er altijd zijn,
want Hij die vanuit de hemel getuigt, is trouw.’
39 Maar toch hebt U uw uitverkorene
van U weggedaan en hem verworpen.
U bent boos op hem geworden.
40 U hebt uw verbond met uw dienaar vernietigd
en hem de kroon van het hoofd gestoten.
41 Zijn muren hebt U afgebroken
en zijn sterke burchten tot puin gemaakt.
42 Mensen die langskwamen
hebben zijn bezittingen geplunderd.
Zijn buren dreven de spot met hem.
43 Zijn tegenstanders bleken sterker
en zijn vijanden overwonnen hem.
44 Ook zijn zwaard gaf hem geen overwinning
en hij moest zich in de oorlogen gewonnen geven.
45 Er was geen eer meer voor hem over
en zijn troon hebt U omver geworpen.
46 Hij werd vroeg oud en werd met schande overladen.
47 Moet dit nog lang duren, Here?
Blijft U Zich voor mij verbergen?
Blijft uw toorn branden als het heetste vuur?
48 Denk er alstublieft aan
dat ik maar een vergankelijk mens ben.
U hebt de mensen Zelf geschapen,
dus U weet hoe kort zij leven.
49 Er is immers geen mens die niet zal sterven?
Niemand kan toch ontkomen aan het dodenrijk?
50 Waar zijn nu de blijken van uw genade, Here?
U hebt die eens aan ons toegezegd,
zelfs met een eed aan David gezworen.
51 Kijk toch, Here, hoe uw dienaren worden bespot
en hoe alle volken ons uitlachen.
52 Hoe ook uw tegenstanders de spot met ons drijven, Here.
Zij drijven de spot met hem die door U tot koning is gezalfd!
53 Alle lof en eer is voor de Here, tot in eeuwigheid.
Laat ieder die dit hoort daarmee instemmen.
Amen.