Bibelen på hverdagsdansk

Salme 81

Sang ved en festival

1Til korlederen: Brug et strengeinstrument.[a] En sang af Asaf.

Lovpris vor Gud, som giver os styrke,
    bryd ud i jubel for Israels Gud.
Syng til lyden af tamburiner,
    til skønne toner fra harper og lyrer.
Vædderhornet indvarsler højtiderne,
    både nymånefest og løvhyttefest.
Det er fester, som Gud har forordnet,
    de er beskrevet i Israels love.
Han gjorde det til en regel i Israel,
    da han førte os ud af Egypten.

Jeg hørte en ukendt stemme sige til mig:[b]
„Jeg fjernede byrden fra din skulder,
    jeg befriede dig fra det hårde slid.
Du råbte til mig i din nød, og jeg frelste dig.
    Jeg talte til dig fra tordenskyen.
        Jeg prøvede din tro ved Meriba.
Lyt til mig, mit folk, for jeg advarer jer.
    Åh, Israel, ville I dog bare adlyde mig.
10 I må aldrig tilbede nogen anden gud
    eller bøje jer for et billede af en afgud,
11 for det var mig, jeres Herre og Gud,
    som førte jer ud af Egyptens land.
Bed til mig, når I har brug for min hjælp,
    og I skal opleve, hvor god og gavmild jeg er.

12 Men mit folk nægtede at adlyde mig,
    Israel ville ikke have med mig at gøre.
13 Så lod jeg dem gå deres egne veje,
    og de gjorde ganske som de ville.
14 Bare mit folk dog ville adlyde mig,
    gid de ville følge mine befalinger.
15 Så ville jeg hurtigt besejre deres fjender,
    feje alle deres modstandere bort.
16 Alle fjenderne ville krybe sammen af skræk,
    det ville være slut med dem for altid.
17 Men jer ville jeg give den bedste hvede
    og mætte jer med honning fra klippen.”

Notas al pie

  1. 81,1 Der bruges et ukendt hebraisk ord: Gittit.
  2. 81,6 Teksten uklar.

Het Boek

Psalmen 81

1Een psalm van Asaf voor de koordirigent. Te begeleiden met het muziekinstrument uit Gath.

Jubel over God, Hij is onze kracht.
Loof en prijs de God van Jakob.
Zing een lied met de tamboerijn.
Laat harp en citer meeklinken.
Blaas op de trompet
wanneer het nieuwe maan is
en ook bij volle maan,
want God denkt aan u.
Dat is een voorschrift in Israël,
de God van Jakob heeft deze regel ingesteld.
Hij stelde dit in toen het volk Egypte verliet,
toen Hij hen uitleidde.
Onvermoede woorden hoor ik:
‘Ik heb de last van hun schouders genomen,
zij hoefden geen manden meer te sjouwen.
In uw moeilijkheden hebt u Mij geroepen
en Ik heb u bevrijd.
Ik gaf u antwoord
vanuit de schuilhoeken van de donder.
Bij het water van Meriba
heb Ik u op de proef gesteld.
Luister, mijn volk!
Ik wil u op het hart drukken, Israël,
dat u altijd naar Mij moet luisteren.
10 Er mag bij u geen afgod te vinden zijn,
het is u verboden te buigen voor een heidense afgod.
11 Ik ben de Here, Ik ben uw God.
Ik heb u uit Egypte weggevoerd.
Alles wat u nodig hebt, geef Ik u.
12 Mijn volk heeft echter niet naar Mij geluisterd,
de Israëlieten kwamen tegen Mij in opstand.
13 Ik heb hen hun eigen gang laten gaan,
eigenwijs als zij zijn.
Zij zijn de weg gegaan
die zij voor zichzelf hadden uitgestippeld.
14 Ach, luisterde mijn volk maar naar Mij!
Bewandelde het volk Israël mijn wegen maar!
15 Ik ben bereid hun tegenstanders te vernietigen
en Mij tegen hun vijanden te keren.
16 De mensen die niet in de Here geloven,
zouden net doen alsof zij Hem eerden.
Er zou aan hun straf geen einde komen.
17 Hij zou hun het mooiste koren als voedsel geven.
Inderdaad, Ik zou u zoveel honing hebben gegeven
dat u niet meer op kon.’