Bibelen på hverdagsdansk

Salme 80

Bøn for nationens genopbygning

1Til korlederen: En sang af Asaf. Synges til melodien „Pagtens lilje.”

Hør os, du Israels Hyrde,
    du, som leder dit folk med omsorg,
du, som troner blandt hellige keruber,
    bøj dig og lyt til vor bøn.
Træd frem i magt og stråleglans.
    Hjælp Efraim, Benjamin og Manasse.
        Stå frem i din vælde og red os.
Genopret dit folk, Gud.
    Se i nåde til os og frels os.

Herre, almægtige Gud,
    hvor længe vil du blive ved at være vred?
        Hvor længe er du døv for vore bønner?
Du gav os sorg i overflod,
    tårer i rigeligt mål,
vore nabofolk foragter os,
    vore fjender ler ad os.
Genopret dit folk, almægtige Gud.
    Se i nåde til os og frels os.

Du tog os som en ung vinstok fra Egypten,
    jog folkeslag bort, så vi kunne få plads.
10 Du beredte jorden for din vinstok,
    den slog rod og spredte sig over landet.
11 Den bredte sig ud over bjergene,
    dækkede de mægtige cedertræer.
12 Den bredte sine ranker til Middelhavet
    og nåede helt op til Eufratfloden.

13 Hvorfor har du nedbrudt vingårdens gærde,
    så alle og enhver kan plukke af druerne?
14 Skovens vildsvin gnaver af planterne,
    de vilde dyr æder af druerne.
15 Vend dit ansigt imod os, almægtige Gud!
    Se i nåde til os fra din himmel.
Tag dig af din mishandlede vinstok.
16     Genopliv det skud, du plantede, det folk, du udvalgte.
17 Din vinstok er nu hugget ned og brændt.
    Dit folk er bukket under for din vrede.

18 Velsign det folk, som vil tjene dig,
    den nation, som du selv har udvalgt.
19         Så skal vi aldrig svigte dig mere.
Genopret dit folk,
    så vi igen kan påkalde dit navn.
20 Genopret dit folk, almægtige Herre.
    Se i nåde til os og frels os.

Het Boek

Psalmen 80

1Een psalm voor de koordirigent. Te zingen op de wijs van: ‘De Leliën.’ Deze psalm is door Asaf gemaakt, als een getuigenis.

Luister, Herder van Israël,
U leidt immers uw geliefde volk als een kudde schapen.
U woont boven de engelen.
Kom in al uw stralende heerlijkheid naar ons toe.
Laat uw kracht
de stammen Efraïm, Benjamin en Manasse
voorgaan en red ons.
O God, maak ons volk weer tot een eenheid.
Laat uw licht schijnen,
want dan zullen wij worden bevrijd.
Here, God van de hemelse legers,
blijft uw toorn nog lang gericht tegen uw volk,
ondanks onze gebeden?
Hun tranen doorweekten het brood dat zij aten
en mengden zich met het water dat zij dronken.
De omringende landen ruziën spottend over ons,
onze tegenstanders steken de gek met ons.
O God van de hemelse legers,
maak ons volk weer tot een eenheid.
Laat uw licht over ons schijnen,
dan zullen wij bevrijd worden.
U hebt in Egypte ons volk als een wijnstok uitgegraven,
daarna hebt U hier de volken verdreven
en ons in dit land geplant.
10 U hebt dit land, deze grond, voor ons klaargemaakt,
zodat wij ons er thuis voelden
en ons er als volk konden vestigen.
11 Wij hebben ons genesteld op de bergen
en in de schaduw van de bomen gezeten,
de bomen die U hebt geplant.
12 Het volk zwermde uit naar alle kanten,
tot aan de Eufraat toe.
13 Waarom hebt U onze grenzen opengezet?
Nu worden wij steeds aangevallen.
14 Vreemde volken vallen ons aan
en plunderen ons.
15 O God van de hemelse legers,
kom toch bij ons terug.
Kijk vanuit de hemel op ons neer,
let erop hoe het met uw volk is.
16 Wij zijn het volk
dat U naar dit land hebt gebracht,
dankzij U
zijn wij ook een groot volk geworden.
17 Alsof wij vuilnis zijn,
worden wij bedreigd door branden,
als U ons helpt,
kan de tegenstander niets meer doen.
18 Bescherm het volk van uw keuze,
de mensen die U tot een groot volk hebt gemaakt.
19 Dan zullen wij U niet meer verlaten.
Als U ons bevrijdt,
zullen wij U zoeken, loven en prijzen.
20 Here, God van de hemelse legers,
maak ons volk weer tot een eenheid.
Laat uw licht over ons schijnen,
dan zullen wij bevrijd worden.