Bibelen på hverdagsdansk

Salme 71

En gammel mands bøn

1Herre, jeg søger ly hos dig,
    for du svigter mig aldrig.
Kom og red mig,
    for du er altid trofast.
Bøj dig og lyt til min bøn,
    grib ind og red mig.
Vær du min fæstning, mit tilflugtssted,
    hvor mine fjender ikke kan nå mig.
        Ja, du er min klippeborg og min fæstning.
Min Gud, red mig fra de onde mennesker,
    fra de frygtelige voldsmænds kløer.

Herre, jeg sætter min lid til dig,
    fra barndommen af har jeg stolet på dig.
Jeg har været i din varetægt, siden jeg blev født,
    jeg har altid kunnet støtte mig til dig.
        Jeg takker dig hver eneste dag.
Mit liv vidner om din trofasthed,
    jeg har altid kunnet regne med din hjælp.
Jeg priser og ærer dig dagen lang,
    fortæller om din storhed til alle og enhver.

Svigt mig ikke, nu hvor jeg er gammel,
    for jeg er svag og har brug for din hjælp.
10 Mine fjender lægger planer imod mig,
    de lurer på at slå mig ihjel.
11 „Gud har forladt ham,” siger de.
    „Vi overfalder ham nu, hvor han er alene.”

12 Åh, Gud, bliv ikke stående i det fjerne.
    Skynd dig at komme og hjælpe mig.
13 Slå ned på mine anklagere,
    så de alle bliver gjort til skamme.
Gå imod dem, der vil gøre mig fortræd,
    så de selv bliver hånet og spottet.

14 Jeg sætter altid min lid til dig
    og priser dig igen og igen.
15 Jeg har ikke tal på de gange,
    hvor du trofast har reddet mig.
Jeg vil fortælle alle mennesker
    om din store godhed og nåde.
16 Jeg vil fortælle om din vældige magt, Herre,
    forkynde om dine retfærdige handlinger.
17 Du har vist mig din storhed, lige fra jeg var barn,
    og jeg fortæller stadig om dine underfulde gerninger.
18 Nu, hvor jeg er gammel og grå,
    må du ikke svigte mig, Gud.
Giv mig lov at fortælle om dine undere
    også til den kommende generation.
19 Din godhed når til skyerne, Gud,
    du har gjort vidunderlige ting.
        Hvor findes en Gud som dig?

20 Du har tilladt, at jeg lider nu, Gud,
    men jeg er sikker på, at du vil hjælpe mig igen.
        Træk mig tilbage fra gravens rand.
21 Kom og red mig endnu en gang,
    så jeg bliver æret som før.

22 Jeg vil takke dig med harpespil,
    lovprise din trofasthed, Gud.
Jeg vil spille på min lyre og lovsynge dig,
    for du er Israels hellige Gud.
23 Jeg vil råbe af fryd og synge din pris.
    Jeg vil takke dig, når du sætter mig fri.
24 Dagen lang vil jeg fortælle om din godhed.
    Alle mine fjender bliver ydmyget og gjort til skamme.

Het Boek

Psalmen 71

1Bij U kan ik wegschuilen, Here.
Stel mij nooit teleur.
Verlos mij door uw rechtvaardigheid.
Luister naar mij en bevrijd mij.
U bent voor mij als een rots, waarin ik wonen kan,
als een huis waar ik met vertrouwen naar toe ga.
U stelt mij dat huis ter beschikking,
zodat ik veilig kan wonen.
Want U bent mijn bevrijder en mijn rots.
O God, verlos mij
uit de handen van de ongelovigen,
uit de beklemmende greep van de gewelddadige misdadigers.
Ik verwacht alles van U.
Almachtige Here, van kindsbeen af
heb ik alleen op U vertrouwd.
Toen mijn moeder mij nog verwachtte,
steunde ik al op U.
Vanaf die tijd hebt U mij al geholpen.
Al mijn lofliederen zijn alleen voor U.
Velen dachten dat ik die wonderen zelf deed,
maar U was degene tot wie ik altijd vluchtte.
Ik kan alleen maar liederen tot uw eer zingen,
de hele dag spreek ik over uw grootheid.
Stuur mij niet weg
nu ik ouder ben geworden.
Zult U mij niet verlaten
nu ik minder kracht over heb?
10 Ik heb U nodig,
want mijn tegenstanders hebben het over mij,
zij die mij willen doden, overleggen met elkaar.
11 Zij zeggen: ‘God heeft hem in de steek gelaten.
Laten we hem opjagen en grijpen,
er is toch niemand die hem te hulp komt.’
12 Och, mijn God, blijf niet zo ver van mij af staan,
haast U toch mij te helpen.
13 Laat hen die mij naar het leven staan,
voor schut staan en worden vernietigd.
Laat hen die mijn ondergang voor ogen hebben,
zelf te schande gemaakt en bespot worden.
14 Ik blijf U verwachten,
ik zal alleen maar meer en meer U de eer geven.
15 Ik zal spreken over uw rechtvaardigheid en recht,
dag in, dag uit vertellen hoe U bevrijdt.
Ik kan er niet over ophouden.
16 Overal waar ik kom, zal ik spreken
over de macht en majesteit van de Almachtige Here.
Alleen over uw rechtvaardigheid zal ik vertellen.
17 O God, sinds ik een kind was,
hebt U mij alles geleerd,
tot op de dag van vandaag
vertel ik anderen over uw wonderen.
18 Nu ben ik oud en grijs,
mijn God, laat mij nu niet in de steek!
Ik zal deze nieuwe generatie
vertellen over uw macht.
Wie het maar horen wil,
vertel ik over uw kracht.
19 Uw rechtvaardigheid en recht
zijn oneindig, o God.
U hebt grote dingen tot stand gebracht.
Wie kan zich met U meten, o God?
20 U hebt mij door heel veel moeilijke omstandigheden
en problemen laten gaan,
maar ik weet dat U mij uit al die situaties zult bevrijden.
U zult mij weer helemaal in ere herstellen.
21 Wilt U komen en mij troosten?
Wilt U mij weer aanzien geven?
22 Dan zal ik met de harp lofliederen voor U zingen,
want U bent trouw, mijn God.
Ik zal psalmen voor U zingen bij de citer,
voor U, die de Heilige van Israël bent.
23 Ik zal jubelen en psalmen voor U zingen.
U hebt mij innerlijk bevrijd.
24 De hele dag door zal ik spreken
over uw rechtvaardigheid.
En de mensen die uit waren op mijn ondergang,
zullen zich diep schamen en afdruipen.