Bibelen på hverdagsdansk

Salme 68

Israels mægtige Gud

1Til korlederen: En lovsang af David.

Når Gud rejser sig,[a] flygter hans fjender,
    alle hans modstandere løber deres vej.
Han driver dem væk,
    som røg drives væk af vinden.
De onde går til grunde
    som voks, der smelter i varmen.

Men de gudfrygtige bliver glade,
    de råber af fryd i Guds nærhed.

Syng lovsange til Gud.
    Ophøj ham, som rider på skyerne.
Hans navn er Jahve,
    fryd jer i hans nærhed.
Gud er som en far for de faderløse,
    han taler de hjælpeløses sag.
        Han regerer fra sin hellige trone.
Han giver de hjemløse et hjem,
    sætter de undertrykte i frihed og gør dem glade.
        Men de genstridige forvises til den golde ørken.

Gud, dengang du gik foran dit folk,
    og de marcherede gennem den udstrakte ørken,
da skælvede jorden af frygt,
    og skyerne kunne ikke holde på regnen.
De rystede for Israels Gud,
    da han viste sin magt i Sinai.
10 Du sendte regn i rigelig mængde,
    du hjalp dit folk, da de var i nød.
11 Du gav dem et sted at bosætte sig,
    du sørgede for de svage i din godhed, Gud.

12 Da hærføreren proklamerede sejren,
    bragte masser af kvinder nyheden videre:
13 „Alle fjendens anførere er flygtet!”
    Så fik kvinderne lov til at fordele byttet.
14 Selv om de var hjemme ved fårefoldene,
    blev de nu smykket med sølv og guld,
        som duen er smykket med glinsende fjer.
15 Da den Almægtige slog kongerne i landet på flugt,
    endte de i en snestorm på Zalmons bjerg.

16 Du strækker dig til himlen, Bashans bjerg,
    du har mange mægtige tinder.
17 Hvorfor er du misundelig på det bjerg,
    som Gud har valgt til sin bolig?
        Dér vil Herren bo for evigt.
18 Da Herren kom fra Sinai til sit hellige sted,
    var han omgivet af tusindvis af stridsvogne.
19 Han steg op til det høje,
    førte frigivne fanger med sig.
Han tog gaver med til folk,
    selv de oprørske gav han et sted at bo.[b]

20 Syng lovsange til Herren hver eneste dag,
    for han bærer vore byrder og redder os.
21 Vor Gud er en frelsende Gud,
    som endog kan redde os fra døden.
22 Men han knuser sine fjenders hoved,
    dem, der vælger at gøre oprør mod ham.
23 Herren siger: „Jeg henter dem ned fra Bashans bjerg,
    jeg trækker dem op fra dybet,
24 så I kan vade rundt i fjendeblod,
    og hundene gnave på deres knogler.”

25 Et festtog går frem i helligt skrud,
    de hylder vor konge og vor Gud.
26 Sangerne går forrest, musikerne bagerst,
    piger med tamburiner danser i midten.
27 Lovsyng Gud i den store forsamling,
    lad alle være med til at prise Herren.
28 Benjamins lille stamme går forrest,
    fulgt af lederne fra Judas stamme,
        og dem fra Zebulon og Naftali.

29 Vis din magt, Gud, din mægtige styrke,
    for vi ved, at du kæmper for dit folk.
30 Når du rejser dig fra dit tempel i Jerusalem,
    må jordens konger bøje sig i hyldest.
31 Dit krigsråb gør egypterne bange,
    selv om de er stærkere end andre nationer.
De bøjer sig dybt og giver dig gaver
    både af guld og sølv,
mens de, der tager kampen op,
    bliver slået og spredt.
32 Egypterne kommer med kostbare gaver,
    kushitterne bøjer sig i ærefrygt for dig, Gud.

33 Lovpris Gud, alle riger på jorden,
    syng lovsange til Herren.
34 Fra ældgammel tid har han redet på skyerne,
    hør blot hans tordnende røst.
35 Giv al ære til Gud, som regerer over Israel
    og har magten i himmelrummet.

36 Ære være Gud i hans helligdom.
    Israels Gud giver styrke til sit folk.
        Al ære og pris til ham.

Notas al pie

  1. 68,2 Eller „Måtte Gud rejse sig”. Denne salme er vanskelig at forstå og fortolke, så mange steder er oversættelsen usikker.
  2. 68,19 Teksten er uklar, men ligger til grund for Ef. 4,8.

Het Boek

Psalmen 68

1Een psalm van David. Een lied voor de koordirigent.

Als God aantreedt,
vluchten zijn vijanden alle kanten uit,
zij snellen weg om Hem niet te hoeven zien,
alle mensen die Hem haten.
U verdrijft hen.
Zoals rook uit elkaar drijft
en was in de warmte smelt,
zo blijft van de ongelovigen niets over
als God eraan komt.
Maar de gelovigen zijn blij
als zij God zien
en juichen voor Hem.
Met veel vertoon van blijdschap
laten zij dat blijken.
Zing voor God,
zing psalmen ter ere van zijn naam.
Maak een effen weg
voor Hem die door de vlakten nadert.
Zijn naam is Here,
jubel het uit voor Hem.
Hij is een vader voor ouderloze kinderen
en komt op voor de rechten van de weduwen,
Hij is God, die woont in zijn heilig huis.
God, die eenzame mensen weer familie geeft
en gevangenen bevrijdt en welstand geeft,
maar opstandigen laat Hij achter Zich
in een dor en droog land.
Mijn God, toen U voor ons volk uittrok
en ons voorging in de wildernis,
toen trilde de aarde en de hemel droop
omdat U Zich toonde,
zelfs de Sinaï beefde toen zij U zag,
U, de God van Israël.
10 U gaf ons een overvloed,
vele goede dingen gaf U ons, o God.
Toen het land uitgeput was,
gaf U het nieuwe kracht.
11 Uw volk putte daaruit.
U hielp ons
die er zo ellendig aan toe waren,
met uw goedheid en trouw.
12 Het machtige woord van de Here
werd over ons uitgesproken
en het goede nieuws
werd ons door velen gebracht.
13 De koningen van de vijandelijke legers vluchtten allemaal
en de vrouwen konden de buit verdelen.
14 Zou u tussen de schaapskooien blijven liggen?
U zult zijn als duiven
met zilveren vleugels en gouden slagpennen.
15 Toen de Almachtige God de koningen verjoeg,
leek de berg Salmon wit als sneeuw.
16 De berg van God lijkt op de bergen van Basan,
met hun vele toppen.
17 Waarom kijken jullie, toppen van Basan, zo jaloers
naar de berg die God uitkoos om er te wonen?
Luister, de Here zal daar voor eeuwig blijven wonen.
18 God bezit vele duizenden strijdwagens.
Vanaf de Sinaï is de Here zijn huis binnengegaan.
19 U bent naar de hemel gegaan
en hebt gevangenen met U meegenomen.
U hebt geschenken ontvangen voor de mensen,
zelfs voor de opstandigen onder hen.
U wilt bij hen wonen, Here God.
20 Wij prijzen de Here,
elke dag opnieuw staat Hij ons bij.
Deze God geeft ons bevrijding.
21 Die God is een God die altijd voor uitkomst zorgt.
De Oppermachtige Here bewaart ons voor de ondergang.
22 Luister, God vernietigt zijn vijanden,
Hij doodt de mensen die blijven zondigen.
23 De Here heeft beloofd
onze vijanden aan ons over te leveren,
waar dan ook vandaan.
Al moest Hij hen van de zeebodem weghalen.
24 Opdat Israël de overwinning heeft
en zelfs de honden hun deel krijgen van de vijand.
25 O God, ik zie de feestelijke optocht ter ere van U gaan,
iedereen loopt voor U, mijn God en mijn Koning,
naar uw heilig huis.
26 Vooraan lopen de zangers,
daarachter de muzikanten met de snaarinstrumenten.
Dan de jonge meisjes met hun tamboerijnen.
27 Met prachtige liederen prijzen zij God, de Here,
die Israël steeds weer kracht en leven geeft.
28 Ik zie daar de jongste stam,
Benjamin, die een groot regeerder is.
En de leiders van Juda, wat zijn het er veel!
En daar de leiders van Zebulon en Naftali.
29 Uw God gaf u de macht.
O God, laat ons maar zien hoe groot uw macht is,
waardoor U ons de overwinning gaf.
30 De koningen bieden U geschenken aan
voor uw tempel in Jeruzalem.
31 Bedreig het ongedierte in het riet,
de talloze stieren en kalveren van de volken.
Allen die uit zijn op geldelijk gewin.
Laat de volken die op oorlog uit zijn,
uitzwermen naar alle kanten.
32 Er komen hooggeplaatsten uit Egypte aan
en de mensen uit Ethiopië wenden zich tot God
en roepen Hem aan.
33 Laten alle koninkrijken die er zijn,
voor God lofliederen zingen.
Zing psalmen voor de Here.
34 Hij is meester over alle hemelen en alomtegenwoordig.
Luister! Zijn machtige stem klinkt.
35 Geef God alle eer.
Hij is onze sterkte.
Hij regeert over Israël.
Zijn kracht omspant alles.
36 O God, uw roem en eer zijn befaamd.
Men weet dat U in uw heilig huis woont.
De God van Israël geeft alle kracht en sterkte aan zijn volk.
Wij loven en prijzen onze God!