Bibelen på hverdagsdansk

Salme 66

Lovsang til den nådige og trofaste Gud

1Til korlederen: En lovsang.

Bryd ud i fryderåb for Gud, hele jorden,
    lovpris hans herlighed og magt.
        Giv ham den ære, han fortjener.
Sig til ham: „Dine gerninger er underfulde, Gud,
    fjenderne viger for din vældige magt.
Hele jorden skal tilbede dig
    og lovprise din herlighed.”

Kom og se Guds undere,
    han gør fantastiske mirakler for sit folk.
Han banede en vej gennem havet,
    så folket kunne gå tørskoet over.
        Lad os juble over hans vældige magt.
Han har herredømmet for evigt og altid,
    han regerer over alverdens folk.
        Kun en tåbe gør oprør mod ham.
Pris Gud, alle folkeslag på jorden,
    lad lovsange lyde til hans ære.
Han holder vores liv i sin hånd,
    han sørger for, at vi ikke snubler.

10 Du brugte ilden til at rense os, Gud,
    som sølv i en smeltedigel.
11 Du fangede os i dit net
    og gjorde os til slaver.

12 Du lod fjenderne underkue os,
    vi gik gennem ild og vand,
men du førte os ud i frihed til sidst
    og gav os fremgang og fred.
13 Jeg vil bringe dig brændofre i din helligdom
    for at opfylde de løfter, jeg gav dig.
14 Jeg vil stå ved de ord, jeg sagde,
    da jeg råbte til dig i min nød.
15 Jeg vil ofre mit fedekvæg til dig.
    Tag imod mine vædderes vellugt,
        duften fra mine tyre og geder.

16 Kom og hør, I, der ærer min Gud.
    Jeg vil fortælle, hvad han har gjort for mig.
17 Jeg råbte til ham om hjælp,
    jeg priste ham med min lovsang.
18 Havde jeg huset ondskab i hjertet,
    ville han ikke have hørt min bøn.
19 Men han lyttede til mig,
    han hørte min tryglende bøn.
20 Jeg priser dig, Gud, fordi du hørte min bøn
    og omsluttede mig med din trofaste kærlighed.

Het Boek

Psalmen 66

1Een psalm, een lied voor de koordirigent.

Laat de hele aarde God lof toezingen.
Zing psalmen over de grote heerlijkheid van zijn naam.
Breng Hem de eer en de lof toe.
Zeg maar tegen God: alles wat U doet,
is beroemd door uw macht en grootheid.
Daarom doen zelfs uw vijanden of zij U eren.
Laat de hele aarde U aanbidden.
Laat zij psalmen zingen
ter ere van U en uw heilige naam.
Kom maar en kijk naar wat God allemaal doet,
groot is zijn reputatie om wat Hij voor de mensen doet.
Hij maakte land droog door de zee te laten opdrogen,
het volk ging te voet dwars door de rivier.
Daar aanbaden wij Hem
die in eeuwigheid regeert door zijn grote kracht.
Laat niemand tegen Hem in opstand komen.
Volken, prijs onze God,
zing luid uw lofliederen tot zijn eer.
Hij gaf ons het leven weer
en verhinderde dat wij vielen.
10 U hebt ons beproefd, o God,
ons gezuiverd zoals men zilver zuivert.
11 U hebt ons in een net laten vangen
en ons een zware last te dragen gegeven.
12 Er reden mensen over onze hoofden
en wij gingen door water en vuur,
maar U hebt ons naar een land met overvloed gebracht.
13 Ik zal mijn brandoffers in de tempel brengen,
ik kom mijn geloften na
14 die ik U gedaan heb.
Ik deed U die geloften
toen ik in grote moeilijkheden verkeerde.
15 Ik breng U brandoffers van jonge, vetgemeste kalveren,
de geur van rammen stijgt naar U omhoog.
Ik offer U runderen en geiten tegelijk.
16 Kom en luister!
Ik wil ieder die ontzag voor God heeft,
vertellen wat Hij allemaal voor mij heeft gedaan.
17 Nog maar net had ik Hem aangeroepen,
of Hij gaf mij al een loflied in de mond.
18 Als mijn motieven onzuiver waren geweest,
zou de Here echt niet hebben geluisterd.
19 Maar God heeft wel degelijk geluisterd:
Hij heeft mijn luide smeekbeden verhoord.
20 Ik prijs God omdat Hij mijn gebed aannam.
Hij wees mij niet af
en heeft mij ook zijn liefdevolle goedheid niet onthouden.