Bibelen på hverdagsdansk

Salme 37

De gudløses straf og de gudfrygtiges fremtid

1En sang af David.[a]

At de onde synes at klare sig godt
    må ikke få dig til at misunde dem,
for der kommer en dag, hvor det hele er forbi,
    og de vil falme og visne som blomster.

Bestræb dig på at leve ærligt og sandt.
    Sæt din lid til Herren og gør det gode.
Så vil du opleve glæden fra Herren,
    og han vil give dig, hvad dit hjerte ønsker.

Din fremtid skal du lægge i Herrens hænder,
    stol på ham, så griber han ind.
Bliver du udsat for falske anklager,
    vil Herren selv bevise din uskyld.

Er der en synder, som klarer sig godt,
    skal du ikke blive sur over det.
Sæt dig stille i Herrens nærhed,
    vent tålmodigt, så griber han ind.

For selv om det ikke ser retfærdigt ud,
    skal du ikke fare op i vrede.
De onde får deres straf engang,
    men de, som adlyder Herren, har en lovende fremtid.

10 Glem ikke, at det snart er ude med de onde,
    går man ud og leder efter dem, finder man dem ikke.
11 Men de ydmyge har en fremtid i landet,
    de skal leve i fremgang og fred.

12 Hvorfor er de onde så fulde af had?
    De viger ikke tilbage for at angribe de uskyldige.
13 Men Herren ryster på hovedet ad dem,
    for han ved, at regnskabets time kommer.

14 Intet kan åbenbart standse deres ondskab,
    de griber sværdet og spænder buen.
De overfalder de svage og værgeløse
    og udrydder uskyldige mennesker.
15 Men sværdet skal ramme deres egne hjerter,
    og deres buer skal brækkes itu.

16 Jeg foretrækker gudsfrygt og nøjsomhed
    frem for at få del i forbryderes overflod,
17 for de onde vil uvægerligt få deres straf,
    men Herren velsigner de retsindige.

18 Kun de gudfrygtige har et håb for fremtiden,
    for Herren er hos dem og hjælper dem.
19 I vanskelige tider svigter han dem ikke,
    midt i hungersnøden sørger han for dem.

20 Lovløse mennesker vil få deres straf,
    for Herrens fjender vil ende i en ovn,
        de vil forgå i flammer og røg.

21 Medlidenhed og gavmildhed kendetegner de gudfrygtige,
    mens de gudløse låner uden at betale tilbage.
22 De, som Herren vedkender sig, får landet i eje,
    mens de, som han forkaster, bliver udryddet.

23 Når vi vælger Herrens vej,
    vil han lede vore skridt.
24 Når vi snubler, falder vi ikke,
    for han holder os i hånden.

25 Overalt hvor jeg har færdedes i mit lange liv,
    har jeg aldrig set de gudfrygtige ladt i stikken
        eller deres børn tigge om brød.
26 For de er gavmilde og låner ud med glæde,
    deres børn er til velsignelse for mange.

27 Pas på at holde dig fra det onde og gøre det gode,
    så vil du opleve fremgang og fred.
28 For Herren er god,
    han svigter aldrig dem, der tjener ham.
Han vil altid beskytte og hjælpe dem,
    men den gudløses slægt skal udryddes.
29 De gudfrygtige skal arve landet
    og bo der til evig tid.

30 Retsindige mennesker taler med visdom
    og handler ret.
31 Guds lov er skrevet i deres hjerter,
    derfor farer de aldrig vild.

32 Skurke lægger sig ofte i baghold
    og prøver at få ram på de uskyldige.
33 Men Herren svigter ikke dem, der stoler på ham,
    han får dem frikendt, hvis de stilles for retten.

34 Tålmodigt må du vente på Herren og vandre på hans vej.
    Så vil du få landet i eje.
        Du får lov at se de gudløses undergang.

35 Voldsmænd er store og stærke
    som mægtige knejsende træer.
36 Men går man senere forbi deres hus, er de væk.
    Det er forgæves at kigge efter dem.

37 Ydmyge og ærlige mennesker bør du lægge mærke til,
    for de, der skaber fred, har en lykkelig fremtid.
38 Men gudløse oprørere skal udryddes,
    de onde har ingen fremtid.
39 Herren beskytter dem, der adlyder ham,
    han redder dem ud af deres problemer.
40 Han hjælper dem og befrier dem,
    han redder dem fra de ondes angreb,
        for de søger tilflugt hos ham.

Notas al pie

  1. 37,1 Sangen er akrostisk, dvs. hvert afsnit begynder med et nyt bogstav i alfabetisk rækkefølge. I oversættelsen har vi udeladt de udanske bogstaver c, q, w, x, z, så rækkefølgen bliver a, b, d, e, f, g, h…

Het Boek

Psalmen 37

1Een lied van David.

Erger u niet aan zondaars,
aan mensen die slechte dingen doen.
Zij verdwijnen net zo snel als het gras
en verwelken als eendagsbloemen.
Stel heel uw vertrouwen op de Here
en doe wat Hij goed vindt.
Woon rustig in uw woonplaats
en zorg dat u in alles trouw bent.
Verheug u in de Here,
dan zal Hij u geven wat u nodig hebt
en waar u naar verlangt.
Vertel alles wat u bezighoudt aan de Here
en vertrouw Hem.
Hij zal in alles voor u zorgen.
Hij zal u openlijk recht verschaffen
en uw oprechtheid aan het licht brengen.
Word stil voor de Here
en verwacht alles van Hem.
Wees niet jaloers op wie slechte plannen beraamt
en wie het ogenschijnlijk goed gaat.
Word niet boos
en laat elke vorm van kwaadheid schieten,
wees ook nooit jaloers,
want dat brengt u van kwaad tot erger.
Eenmaal worden alle zondaars vernietigd,
maar wie uitzien naar de Here,
zullen alles ontvangen wat zij nodig hebben.
10 Nog een klein poosje
en dan zal de zondaar zijn verdwenen,
dan zoekt u hem
en ziet u hem niet meer.
11 Maar wie nederig van hart is,
zal in het land mogen wonen
en genieten van een overvloedige vrede.
12 De goddeloze beraamt
slechte plannen tegen de gelovige,
hij kan hem niet verdragen.
13 Maar de Here lacht erom,
Hij weet dat zijn tijd is gekomen.
14 De zondaars grijpen naar de wapens
om arme mensen te doden
en de gelovigen te vernietigen.
15 Zij zullen echter door hun eigen geweld worden vernietigd
en hun wapens zullen kapot op de grond liggen.
16 Het is beter met een eerlijk hart
weinig te bezitten
dan veel rijkdom te hebben
en God niet te kennen.
17 Want de Here zal
de goddelozen machteloos maken
en oprechte mensen ondersteunen.
18 De Here zorgt voor zijn volgelingen
en er wacht hun een geweldige toekomst.
19 In moeilijke momenten
zal Hij hen niet in de steek laten.
Wanneer er hongersnood is,
zal Hij voor voedsel zorgen.
20 De goddeloze zal te gronde gaan.
De tegenstanders van de Here
zullen verdwijnen als bloemen op het veld,
in rook opgaan.
21 De goddeloze leent wel,
maar geeft nooit terug.
Maar de oprechte mens
bekommert zich om een ander
en geeft wat nodig is.
22 Het is werkelijk waar:
zij die door God gezegend zijn,
mogen in het land wonen en het bezitten.
Maar wie Hij vervloekt,
wordt vernietigd.
23 Als de Here instemt met iemands wijze van leven,
zal Hij hem bevestigen in alles wat hij doet.
24 Als zo iemand valt,
stort hij niet naar beneden,
omdat de Here zijn hand vasthoudt.
25 Gedurende mijn hele, lange leven
heb ik nog nooit een oprecht iemand gezien
die door de Here werd verlaten.
En ook diens kinderen ontbrak het aan niets.
26 Zo iemand bekommert zich om anderen
en geeft wat nodig is,
ook zijn kinderen helpen waar dat nodig is.
27 Houd u ver van het kwaad en doe wat goed is,
want dan zult u altijd in dit land kunnen wonen.
28 De Here heeft oprechtheid lief
en Hij zal zijn volgelingen nooit in de steek laten.
Hij zal hen altijd bewaren en beschermen.
Maar de goddelozen vernietigt Hij.
29 De oprechte mensen mogen het land in bezit nemen
en er altijd blijven wonen.
30 De oprechte mens spreekt wijze woorden
en alles wat hij zegt, is eerlijk.
31 In alles geldt voor hem de wet van God.
Hij raakt nooit uit zijn evenwicht.
32 De goddeloze zoekt naar een gelegenheid
om de oprechte mens te vermoorden.
33 De Here laat dat niet toe.
De Here zorgt ervoor dat hij,
als hij voor de rechter moet verschijnen,
niet wordt veroordeeld.
34 Zie onder alles uit naar de Here
en blijf op zijn weg.
Dan zal Hij u uitkiezen om het land in bezit te nemen
en er altijd te wonen,
en u zult de vernietiging van de goddelozen meemaken.
35 Ik zag eens een goddeloos mens.
Het leek heel wat
en hij breidde zich uit als een grote woekerplant,
36 maar opeens was hij weg.
Ik zocht nog naar hem,
maar kon hem niet vinden.
37 Kijk maar eens naar de gelovige
en let op de oprechte mens:
vredelievende mensen hebben de toekomst.
38 De zondaars worden echter allemaal vernietigd,
ook hun kinderen hebben geen toekomst.
39 Maar de redding van de oprechten komt van de Here,
Hij beschermt hen in moeilijke tijden.
40 De Here helpt hen ontkomen aan de goddelozen
en bevrijdt hen.
Dat komt doordat zij bij Hem schuilen.