Bibelen på hverdagsdansk

Salme 34

Fordelen ved at adlyde Gud

1En sang af David om dengang, han foregav at være gået fra forstanden foran kong Abimelek, så kongen sendte ham væk.

Jeg vil prise Herren til hver en tid,
    altid fortælle om hans magt og storhed.
Jeg glæder mig over, hvad Herren har gjort,
    lad de forkuede høre det og fryde sig.
Kom og slut jer til mig,
    lad os sammen prise Herren.
Jeg bad Herren om hjælp, og han svarede mig,
    han befriede mig fra al min frygt.
De, som stoler på Herren, skal stråle af glæde,
    for han vil aldrig nogensinde skuffe dem.
Jeg råbte til Herren i min nød,
    og han reddede mig ud af mine problemer.
For Herrens engel redder enhver,
    som ønsker at gøre Guds vilje.
Prøv selv at opleve Herrens godhed,
    lykkelige er de, der søger hjælp hos ham.
10 Adlyd Herren, I, som tilhører ham,
    de, der følger ham, får, hvad de har brug for.
11 Selv stærke løver lider nød og sulter,
    men de, der stoler på Herren, lider ingen nød.
12 Kom, mine børn, og hør, hvad jeg siger.
    Jeg vil lære jer, hvordan man viser Herren ære.
13 I, der gerne vil have et godt liv
    og ønsker jer gode dage,
14 I skal holde jeres tunge i skak
    og ikke lade løgn komme over jeres læber.
15 Hold jer fra det onde,
    gør det gode og stræb efter fred.
16 Herren beskytter de retskafne
    og hører deres bøn om hjælp.
17 Men han er imod dem, der handler ondt.
    Han udrydder dem helt, så de ikke huskes.
18 Han hører de retsindiges råb om hjælp,
    redder dem ud af deres problemer.
19 Herren er hos dem, der føler sig knust,
    han hjælper dem, der er dybt deprimerede.
20 De uskyldige kommer også ud i problemer,
    men Herren hjælper dem igennem dem alle.
21 Ja, han beskytter dem fra alt det onde,
    så de ikke bliver knust derved.
22 De onde må bøde for deres ondskab,
    de, der bekæmper de uskyldige, bliver straffet.
23 Men Herren redder sine tjenere.
    De, der søger ham, bliver ikke straffet.

Het Boek

Psalmen 34

1Een lied van David, gemaakt nadat hij zich bij Abimelech gedroeg als een krankzinnige, waardoor deze hem wegstuurde en hij ontkwam.

Ik wil de Here voortdurend prijzen,
mijn mond moet steeds overlopen van zijn eer.
Mijn hele wezen beroemt zich op Hem,
laten allen die bij Hem horen, zich met mij verheugen.
Laten wij samen de Here grootmaken
en zijn naam eren en prijzen.
Toen ik de Here zocht,
heeft Hij mij geantwoord.
Hij heeft mij uit mijn vreselijke kwelling gered.
Wie naar Hem opziet,
straalt van vreugde
en kan Hem met blijdschap aanzien.
Ik was er zo ellendig aan toe,
maar toen ik naar de Here riep,
heeft Hij naar mij geluisterd.
Hij verloste mij uit alle ellende.
De Engel van de Here
staat hen die ontzag voor Hem hebben, altijd bij
en verlost hen.
Probeer het maar,
dan zult u ontdekken hoe goed de Here is.
Gelukkig is degene die bij Hem bescherming zoekt.
10 Heb diep ontzag voor de Here, alle gelovigen!
Want wie Hem dienen,
zullen nooit gebrek lijden.
11 Zelfs sterke jonge leeuwen
komen wel eens om van de honger,
maar wie de Here zoekt,
komt niets tekort.
12 Kom maar, kinderen,
en luister goed naar mij:
ik zal u leren wat het betekent
ontzag te hebben voor de Here.
13 Wie van u houdt van het leven
en wil graag gelukkig zijn?
14 Houd dan uw tong in bedwang
en laat geen leugen over uw lippen komen.
15 Keer het kwaad de rug toe
en doe wat goed is.
Probeer in vrede te leven,
streef daarnaar met heel uw hart.
16 De Here laat voortdurend
zijn oog rusten op zijn volgelingen,
zijn oren horen elk hulpgeroep.
17 Maar de Here keert Zich
tegen hen die zondigen,
van hen wil Hij niets meer weten.
18 Wanneer zijn kinderen roepen,
luistert de Here,
Hij bevrijdt hen uit elke moeilijke situatie.
19 De Here is heel dicht bij mensen met groot verdriet,
Hij helpt hen die terneergeslagen zijn.
20 Vele zorgen en problemen kunnen de gelovige treffen,
maar de Here zal altijd voor uitredding zorgen.
21 Hij beschermt zijn gebeente,
er zal geen bot worden gebroken.
22 De ongelovige zal sterven door het onheil
en wie Gods kinderen haten, zullen daarvoor boeten.
23 De Here bevrijdt zijn volgelingen
en iemand die bij Hem bescherming zoekt,
zal niet worden gestraft.